2629663
Columns

Kringen

De schoonheid van het alledaagse

Ach toe. Mag ik u vertellen van het Ik Vertrek-momentje dat ik beleefde tijdens de vakantie? Het borrelde op toen ik aan een formica tafeltje zat in kiprestaurant Piri-Piri in het dorpje Trafaria, aan de Costa de Lisboa te Portugal.

Meteen hoekte ik het romantische idee neer. Natuurlijk zou ik niet mijn eigen kiprestaurant Piri-Piri beginnen in Portugal! Als je eindelijk de papierwinkel op orde hebt en de aannemer de klus heeft afgemaakt nadat hij wekenlang spoorloos was, zul je zien dat op de openingsdag de septictank niet goed is aangesloten, het dak lekt en de handtekening van de burgemeester ontbreekt op de drankvergunning.

Dan zou het toch wel handig zijn als je de Portugese taal machtig bent. Nee, ik heb het programma te vaak gezien om me te laten verleiden een eigen kiprestaurant Piri-Piri te beginnen in Portugal. Maar jongens, wat was ik eventjes dichtbij.

Ze roosteren daar de heerlijkste kip op een houtskoolvuurtje, maar dat is bijzaak. Het was de schoonheid van het alledaagse dat me zo bekoorde. Al snel herkende ik de vaste patronen. Ik besefte dat zelfs als de wereld vergaat en mens en dier worden verzengd door het laatste vuur op de Dag des Oordeels, er gewoon weer een vers kippetje zal draaien boven het houtskool in kiprestaurant Piri-Piri.

Dat biedt troost.

Met de routine van kerkgangers dirigeren mannen hun gezinnen naar de tafeltjes en zetten de vrouwen met de ruggen naar het televisiescherm, want Benfica speelt.

De mannen kijken niet naar de vrouwen, maar naar Benfica. Er zijn ook mannen zonder vrouwen, zij eten de kip buiten en kijken door het raam naar binnen. Naar Benfica.

Het is allemaal volstrekt logisch.

De vader van de eigenaar volgt vanaf zijn vaste plek, in de nis bij de toiletten, met argusogen hoe zijn opvolger de boel bestiert. De eigenaar heeft ook een zoon. De jongen spreekt Engels en bedient daarom de enige twee toeristen in de zaak. Hij vertelt wat er op het menu staat van kiprestaurant Piri-Piri: „Today: sjikken.”

Hij voert de bestelling (kip) in op een tablet, een overbodige noviteit voor deze nering, maar de troonpretendent heeft de ambitie om kiprestaurant Piri-Piri op de kaart te zetten.

Aan een tafeltje in de hoek: twee in het zwart geklede zussen, ineengekrompen en gebocheld, want zo oud als Methusalem. Zij eten en ze foeteren op elkaar. Ze hoeven niet te betalen, de meest mobiele van de twee verhuist naar de bar en tapt bier voor de gasten. Zij komt nauwelijks boven de toog uit, de bierpomp is te hoog, ze knoeit en loopt alleen maar in de weg. De eigenaar rolt met zijn ogen, maar hij zal haar morgen weer gedogen. En overmorgen. En alle dagen daarna.

Benfica scoort. Kiprestaurant Piri-Piri juicht. Ik deel in de euforie.

En toen had ik dus dat Ik Vertrek-momentje. Maar dat kan ook door het tweede glaasje Portugese brandy zijn gekomen. Die kreeg ik van het huis, vanzelfsprekend.

Want in kiprestaurant Piri-Piri zorgen wij voor elkaar.