41331
Columns

De zes kruisjes van opa Hendrik

Ik kom iedere week wel een keer door Hindeloopen fietsen wanneer ik aan het trainen ben. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik nog nooit gestopt ben bij het schaatsmuseum. Sinds kort liggen echter de zes Elfstedenkruisjes van Hendrik Kramer, mijn opa, daar tentoongesteld en dus stap ik binnenkort zeker een keer af om een kijkje te nemen.

Die zes kruisjes hingen vroeger prominent bij mijn opa en oma thuis aan de muur. Toen ik klein was heb ik ze geregeld in mijn handen gehad. Voorzover ik me kan herinneren vonden ze dat nooit zo geslaagd als die medailles weer eens van de muur waren getrokken.

Ik vond het altijd prachtig om de stoere, soms komische verhalen van mijn opa te horen. Over de Hel van ’63 onder andere, toen hij bij Bolsward van het ijs werd gehaald. Of over het feit dat hij weliswaar brood onder zijn kleding had meegenomen voor onderweg, maar dat het keihard bevroren was tegen de tijd dat hij het wilde eten.

Zijn eerste Elfstedentocht reed hij in 1942, zijn laatste in 1997. Mijn vader Yep reed toen de wedstrijd, als één van de favorieten ondanks het feit dat hij kort daarvoor drie ribben had gebroken. Mijn opa deed de toertocht. Ik volgde alles via de televisie. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader bijtijds thuis was van zijn wedstrijd en dat hij me s’ avonds om elf uur meenam naar de Bonkevaart om mijn opa te zien finishen.

Het lijkt mij uiteraard ook bijzonder om De Tocht ooit tegelijk met mijn vader te rijden. Als hij er maar niet op rekent dat ik hem dan bij de finish kan ophalen… Dat laatste is gekkigheid natuurlijk.

Voor iedereen is de Elfstedentocht belangrijk, voor mij zeker ook. Maar ik heb er ook een dubbel gevoel over. Ik ben mijn hele leven gewend om te winnen. Als hij nu of volgend jaar uitgeschreven zou worden, weet ik één ding zeker: dat ik hem niet ga winnen. Dat gevoel is misschien nog het ergste en voor mij in de toekomst, na de Spelen, reden om er specifiek een paar jaar voor te gaan trainen. Het is een gok, maar dat heb ik er wel voor over.

Het dilemma van een Tocht tijdens de Spelen, zou voor mij geen dilemma zijn trouwens. Dan rijd ik de Spelen. Daar heb ik vier jaar lang iedere dag voor getraind. Maar er zijn zeker mensen, bijvoorbeeld Douwe de Vries, mijn teamgenoot, die dan waarschijnlijk een andere afweging zullen maken.

Volgens de voorspellingen gaat het de komende periode stevig vriezen. Een Tocht is natuurlijk nog heel ver weg, maar een ouderwets strenge winter zou voor iedereen wel weer eens leuk zijn. Ankeveen, Giethoorn, Holland-Venetië of een NK op natuurijs, zou ik dit seizoen best wel willen tijden.

Ik ga zaterdag op trainingskamp naar Collalbo, ter voorbereiding op de WK afstanden. Maar ik zal het weerbericht in de gaten houden…