59936
Columns

Denken aan Piet Keizer

Jaap de Groot

Jaap de Groot

Morgen wordt in besloten kring afscheid genomen van Piet Keizer. Het aantal aanwezige Ajacieden is op de vingers van één hand te tellen. Dat is triest. Helemaal omdat de geschiedenis zich herhaalt. Want ook bij het afscheid van Johan Cruijff werd Ajax op afstand gehouden. Twee clubiconen die ver van hun club zijn weggedreven, daarom wordt het hoog tijd dat Ajax een keer echt goed in de spiegel gaat kijken. Het is een prestatie op zich om twee voetballers, die zo bepalend voor het imago en de status van de club zijn geweest, zo ver te krijgen dat ze weinig meer met de huidige generatie leden te maken willen hebben.

Jaap de Groot

Jaap de Groot

Het probleem is al vaker geschetst. Eigenlijk is Ajax geen voetbalclub, maar een club van voetballers. Daarom gaat de vaak verkondigde dooddoener niet op dat ’Niemand groter dan Ajax is’. Complete onzin. Ajax is Ajax dankzij voetballers als Jany van der Veen, Rinus Michels, Johan Cruijff, Piet Keizer en Sjaak Swart. Deze generatie heeft de basis gelegd voor wat de club nu is.

Of beter gezegd: zou moeten zijn.

Een bolwerk vol kwaliteit, authentieke persoonlijkheden en warmte. Wat dat betreft waren juist Cruijff en Keizer de verpersoonlijking van dit Ajax. De één de rebel, de ander de vaderfiguur. De laatste kon met duidelijke bewoordingen het niet met je eens zijn, om een dag later weer zijn arm om je heen te slaan.

Allebei zijn ze ondergesneeuwd in het eeuwig durende politieke spel dat zich zowel binnen als buiten de club afspeelt. Dat van Ajax een soort van Tweede Kamer heeft gemaakt, vol verschillende partijen en afwijkende meningen.

Is de één ergens voor, dan is de ander tegen.

Natuurlijk hebben Cruijff en Keizer ook gebotst. Maar Jordi Cruijff verwoordde dat afgelopen maandag treffend in zijn column als ’schrammetjes in een mensenleven’.

Ik herinner me nog een discussie met Keizer, nadat hij openlijk de aanpak van Cruijff had bekritiseerd met de woorden ’Johan gaat voor loyaliteit, ik voor kwaliteit’. Ik legde hem toen voor dat kwaliteit nooit tot z’n recht komt als loyaliteit ontbreekt. Dus de eerste stap moet altijd loyaliteit zijn. Zeker binnen de ’Tweede-Kamercultuur’ van Ajax.

Het mooie van Keizer was dat hij dan even zweeg, om vervolgens toe te geven: ’Als je het zo uitlegt, dan heb je inderdaad een punt.’

Uiteindelijk werd het gebrek aan loyaliteit de achilleshiel van de Fluwelen Revolutie. Naarmate Cruijff meer problemen met zijn gezondheid kreeg, viel het door hem ingezette team binnen Ajax uit elkaar en kon de politiek weer grip op het proces krijgen.

Het was treffend dat juist in deze fase er weer contact was tussen Keizer en Cruijff. Ingegeven door het gevoel van hun club te zijn vervreemd, wisten ze elkaar alsnog te vinden.

Als Ajacieden onder mekaar.