Nieuws/Entertainment
1410613495
Entertainment

Dries Roelvink en Sven Kockelmann spreken elkaar bijna dagelijks

Dries Roelvink

Dries Roelvink

Het is inmiddels een week geleden dat Dries Roelvink na ruim twee jaar zijn laatste column voor NPO Radio 1 voorlas. Maar het contact tussen de 61-jarige zanger en presentator Sven Kockelmann is er niet minder om geworden.

Dries Roelvink

Dries Roelvink

„We spreken of appen elkaar bijna dagelijks”, vertelt Roelvink desgevraagd lachend. „Ik heb gister per app een nieuwe cover van Gilbert O’Sullivan laten horen die ik tijdens de coronaproof dinnershow zing. Hij vond het prachtig. En maandagmiddag belde Sven voor wat nazorg. Toen vroeg hij me heel vaderlijk: gaat het goed met je, want je schoot wel flink vol bij het afscheid.”

In een echt zwart gat is Roelvink na het afscheid vorige week nog niet echt gevallen. „Ik ben heel druk met het instuderen van nieuw repertoire, oude nummers van Tony Bennett en Frank Sinatra en Tom Jones. Maar het zat wel erg in mijn systeem. In de ochtenduren zie ik dat schrijfblok weer liggen met die Mont Blanc-pen waar ik altijd mijn stukken mee schreef. Ik moet er nog wel aan wennen dat dat er niet meer is.”

Imagoschade

De columns hebben de afgelopen twee jaar veel opgeleverd, vertelt Roelvink trots. „Ik had wat last van imagoschade, door foto’s met een zwembroek, en door een verkeerde rol in een film”, bekent hij. „Het beeld ging aan mij kleven: kan die man ook wel nadenken? Kan hij überhaupt iets op papier zetten?” Daar twijfelt nu niemand meer aan.

Bovendien kwam de volkszanger via NPO Radio 1 in contact met grote namen als Hans de Boer en Mart Smeets, die hem vorige week bij het afscheid liefdevol toespraken. „Ik werd vroeger op straat wel eens nageroepen vanwege mijn liedjes”, lacht de zanger. „Maar tegenwoordig is het alleen maar vanwege mijn columns. ’Ik vind je zo geweldig’, zeggen wildvreemde mensen mij dan opeens. Of: Ik zorg dat ik elke dag tegen 12 uur in de auto zit zodat ik jou even kan horen. Ik ben best trots dat mensen zo van mijn stukjes hebben kunnen genieten.”