Nieuws/Entertainment
1997390894
Entertainment

Erik van Muiswinkel: ’Van Raaij was veruit mijn sportiefste slachtoffer’

Met de dood van PSV-icoon Harry van Raaij verliest Erik van Muiswinkel een van zijn dierbaarste typetjes. Dat meldt de cabaretier, die Van Raaij bijna twee decennia lang imiteerde, maandag in reactie op het overlijden van de Brabantse voetbalcoryfee.

„Ik heb toentertijd best lang getwijfeld of ik hem wilde gaan doen”, herinnert Van Muiswinkel zich. „Hij was nog niet echt landelijk bekend, maar kwam wel steeds vaker in het nieuws. En met zijn provinciale voorkomen en zijn draaiende ogen schreeuwde hij om een imitatie. Ik wilde wel zeker weten dat er geen heel naar verhaal achter zijn typische S zat, het is niet chique om een handicap te gaan imiteren.”

Maar dit bleek niet het geval te zijn. De imitatie van Van Raaij werd mateloos populair dankzij talloze optredens in Kopspijkers en Studio Spaan. „Het was een ontzettend aardige, down to earth kerel die heel erg moest lachen om de imitatie. Hij was veruit mijn sportiefste slachtoffer. Dat is wel eens anders: Anton Geesink, Dick Advocaat en Willem van Hanegem hebben zich in het begin zelfs beklaagd dat ik ze op de hak nam.”

Vrolijke Brabander

Harry van Raaij was een veel slimmere man dan de meeste mensen hem inschatten, merkte Van Muiswinkel toen hij hem persoonlijk leerde kennen. „Hij had niet de uitstraling van een typisch haantje. Mensen hadden ook snel de neiging die vrolijke Brabander te onderschatten. Daar maakte hij zelf vaak en dankbaar gebruik van, bekende hij mij ooit.” De cabaretier en de voetbalcoryfee raakten zelfs bevriend. Van Muiswinkel werd uitgenodigd op de 65e verjaardag van de oud-PSV-baas. „Ik geloof dat ook erg meetelde dat mevrouw Van Raaij mij heel erg grappig vond.”

In het verleden haalde Van Muiswinkel nog wel eens overleden typetjes uit de kast, zoals Anton Geesink of Hans Janmaat. „Maar die stonden ergens symbool voor. Harry van Raaij was een heel concrete man met een specifieke functie, dat was meer dan genoeg. Ik denk niet dat ik hem ooit nog een keer zal doen.”