Nieuws/Entertainment

Sanne Wallis de Vries start met eigen show op zaterdagavond

’Televisie is linke soep’

Sanne Wallis de Vries: „Mensen die nu naar aanleiding van Wie is de Mol? naar het theater komen, zien echt de Sanne die ik daar ook was.”

Sanne Wallis de Vries: „Mensen die nu naar aanleiding van Wie is de Mol? naar het theater komen, zien echt de Sanne die ik daar ook was.”

Matty van Wijnbergen

Een enkele keer komt het nog voor, bijvoorbeeld als ze in een taxi stapt. Een grijns via de achteruitkijkspiegel. Gevolgd door een opmerking als: ’Zo-ho, hoog bezoek.’ Sanne Wallis de Vries (47) wordt hooguit door taxichauffeurs nog aangesproken op haar Kopspijkers-imitatie van koningin Beatrix. Na onder meer zes solo-voorstellingen, musicals, filmrollen als in Mees Kees, een theatershow over Adèle Bloemendaal en deelname aan Wie is de Mol? heeft ze vanaf zaterdagavond een eigen televisieshow. „Ik ben er klaar voor om als mezelf op televisie te verschijnen.”

Sanne Wallis de Vries: „Mensen die nu naar aanleiding van Wie is de Mol? naar het theater komen, zien echt de Sanne die ik daar ook was.”

Sanne Wallis de Vries: „Mensen die nu naar aanleiding van Wie is de Mol? naar het theater komen, zien echt de Sanne die ik daar ook was.”

Matty van Wijnbergen

In Sanne Wallis de Show behandelt ze met een satirische blik het nieuws en opmerkelijke gebeurtenissen van de afgelopen week. Met livemuziek, optredens en een virtuele side-kick: Oscar. Het onderdeel ’de actuele gast’ werd na een try-out geschrapt, vertelt Wallis de Vries met kenmerkende zelfspot.

„Het was een test. Werkt de monoloog waarmee ik wil beginnen, kan ik een quiz leiden en blijf ik belangstellend tijdens een interview? Dat laatste bleek een puntje. Omdat het stevig vroor buiten, had ik een schaatsenslijper uit Friesland te gast. Die vervolgens alleen ’ja’ of ’nee’ zei. En van alle onderwerpen in de wereld interesseerde schaatsenslijpen me niet bovenmatig. Elke keer als ik weer een kaartje voor een volgende vraag pakte was het muisstil. Het publiek moest lachen, maar om de verkeerde redenen. Tegen het einde van het gesprek grapte ik nog: ’ik vind het best lang over jou gaan nu’. Hij moest er niet om lachen, wat de zaal weer extra grappig vond. Dus die actuele gast is eruit gehaald. Ha, ze denken gewoon dat ik het niet kan. Zelf hou ik er wel van als dingen wat ongemakkelijk zijn.”

Terug naar het begin. Op een dag wist je het: het is tijd voor een eigen tv-show ?

„Nee joh. Ik werd gevraagd door productiebedrijf Human Factor en heb er lang over nagedacht. Televisie is natuurlijk linke soep. Het theater is mijn plek. Daar heb ik na ruim twintig jaar de boel wel in de hand. Als een grap niet werkt, ga ik linksom of rechtsom. Ik kom er wel. Bij tv heb je geen idee hoe het overkomt: mensen zappen erlangs. Tot nu toe ben ik vooral als typetje op tv geweest. Maar toen dit idee voorbij kwam kon ik niet ontkennen: dit is wel een droom. Een comedyshow met mijn naam op de zaterdagavond op NPO 1. Het is wel heel cool als mensen denken dat je dat kan. Ik durfde het aan als ik mocht werken met mensen als eindredacteur Hans Riemens en Owen Schumacher (Koefnoen).”

Had je droomkandidaten of juist een zwarte lijst ?

„Net noemde de redacteur een naam en riep ik: nee, absoluut niet. Nooit wil ik die in mijn show. Die lijkt me humorloos, en kan niet vertellen. Eigenlijk had ik daar helemaal geen argumentatie bij, dus ik ga niet zeggen wie dat was. Maar ik ga elke week een held ontvangen, iemand die ik fantastisch vind. Peter Faber is de eerste. Hij is 75 jaar en net aan zijn hart geopereerd, geweldig dat hij komt. Ooit nam mijn moeder me mee naar een theatersolo van hem. Hij jongleerde, liep op een bal, maar bovenal had hij een verhaal. Anderhalf uur was ik in zijn betovering. Dat hele idee van in je eentje tegen een zaal praten. Ik dacht: dat wil ik ook, dat kan ik ook. Ik was bijna zestien. Mijn moeder had contact met hem gezocht via zijn impresariaat. Op mijn verjaardag ontving ik een kaart van hem: ’Lieve Sanneke, durf vooral na je zestiende.’ Dat heb ik altijd onthouden. Als mijn hart begon te bonzen, dacht ik: Peter Faber zegt ’durf het’. Sommige dingen had ik beter niet kunnen doen. Zoals in mijn studententijd met te veel drank op een podium beklimmen als ’een waaghals’ werd gevraagd. Maar in het algemeen is durven iets wat te prijzen valt.”

Ooit zei je dat je het leven best een kluif vindt. Wie is die vrouw nu die straks de week doorneemt?

„Meer een vrolijk warhoofd. Dat sombere is sinds ik kinderen heb opgelost. Dat ik praktisch aan de bak moest heeft me heel erg goed gedaan. ’s Avonds viel ik gewoon moe in slaap in plaats van dat ik uren lag te tobben over wat iemand had gezegd. Als kind had ik dat heel erg. Na een hele dag vrolijk buitenspelen, trok eenmaal in bed de hele dag aan me voorbij. Dan zat ik opeens rechtop: hè, wat zei diegene nou? Kwam ik mijn bed weer uit om het even met m’n ouders te bespreken. Ook als volwassene kon ik ergens lang in blijven hangen. Maar nu is de zonnige Sanne de hoofdsanne.”

Je bent een ’zeemansvrouw’: getrouwd met een cameraman die vaak op reis is.

„Hij is vooral heel onregelmatig weg, niet zozeer veel. Maar het loopt heel goed. Onze kinderen zijn nu dertien en negen jaar, we hebben de tropenjaren overleefd.” Quasi-peinzend: „Ik zou het echt lullig vinden als we nu nog uit elkaar zouden gaan. Ik had nooit gedacht dat het huisje-boompje-beestje zo goed bij me zou passen. Jacko en ik zijn niet vaak samen. Maar ik snap heel goed hoe hij leeft, en andersom. Hij zegt nooit: moet je alweer optreden? We houden beiden erg van ons werk en van elkaar. En dat blijft, ondanks praktisch gedoe. Ik heb hem eens gevraagd hoe het was in Praag. Zei hij: ik was in Londen. Riep ik: nou ja, hoe was het dan dáár? ”

Je kreeg nationale bekendheid door je typetjes in Kopspijkers en dook daarna het theater in met een eigenzinnige show.

„Als ik destijds een marketingmanager had gehad zou die ongetwijfeld gezegd hebben: niet doen. Sommige bezoekers gingen in de pauze al weg omdat ze niet kregen wat ze verwachtten. Maar mensen die nu naar aanleiding van Wie is de Mol? naar het theater komen, zien echt de Sanne die ik daar ook was. Als ik niet wil lachen, lach ik blijkbaar niet. En als ik iets grappigs wil zeggen, zeg ik iets grappigs. Zo ben ik op toneel nu ook.”

Hoe kijk je terug op je imitaties van Beatrix?

„Het is minstens veertien jaar geleden, maar ik vond het heel eervol. Wat ik niet wilde was de koningin te kakken zetten. De teksten moesten kwalitatief goed zijn en nooit heb ik als Beatrix linten doorgeknipt. Nee, Máxima zou ik niet na kunnen doen. Ik heb een heel andere snuit, de vorm van het gezicht moet wel een beetje overeenkomen. Ook is haar accent voor mij lastig. Laurentien en Tineke Netelenbos met haar dodehoekspiegel vond ik wel heel leuk om te doen.”

Maar zoiets gaan we niet zien in Sanne Wallis de Show?

„Hooguit kom ik eens als een typetje voorbij in een filmpje. De bedoeling is dat ik echt mezelf ben. Eng, maar ook duidelijk. Ik wil niet iemand zijn die alleen maar uit de coulissen verschijnt met een pruik op. Twintig jaar geleden had ik zo’n show misschien ook wel aangepakt, maar dan uit bravoure. Nu heb ik rust. Ik heb een gezin en al zoveel andere dingen gedaan… Het zou een gevoel van ’hè gatver’ opleveren als dit niet lukt, maar ik hang er niet mijn hele bestaan aan op.”

De opnames van ’Sanne Wallis de Show’ kunnen bijgewoond worden, kijk daarvoor op www.sannewallisdeshow.nl

Bekijk meer van