Nieuws/Entertainment

Schrijver en zoon Jeroen vochten zij aan zij tegen corpsleden

’Driftige’ Jan Siebelink: ’We hadden overal sneeën op onze armen’

Jan Siebelink

Jan Siebelink

Hollandse Hoogte

Het verbaast Jan Siebelink (80) dat zijn zoon hem als ’driftig’ beschouwt. De auteur, die volgend jaar he Boekenweekgeschenk voor zijn rekening neemt, noemt zichzelf ’behoorlijk rustig’, maar wanneer Jeroen (49) met een anekdote op de proppen komt, blijkt dat pa Siebelink tóch over een enigszins opvliegend karakter beschikt...

Jan Siebelink

Jan Siebelink

Hollandse Hoogte

Het stel bespreekt in Volkskrant Magazine de relatie tussen vader en zoon, waarna Jeroen – eveneens succesvol schrijver van beroep – vertelt over een vechtpartij met leden van het studentencorps waar hij destijds lid van was. „Bij het corps was er een vader-zonendag en mijn vader wist niet wat hij zag. Zo’n senaatszaal, jasjes en vestjes, totale idioterie vond hij het. We stonden ter hoogte van de presidentsstoel en hem was te verstaan gegeven: daar mag je niet aankomen. Dat is het mos, hè, de mores van de sociëteit. Nou, dat deed hij dus wel, hij stond er lekker tegenaan te leunen.”

Vervolgens kwamen er een paar „kroegcommissarissen” die Jan lieten weten dat hij de stoel niet mocht aanraken. „Papa zegt: ’Van deze stoel? Ik sta prima zo.’ Dat was echt een provocatie. Toen probeerden ze hem vast te pakken en dat werd een vechtpartij. Ik heb me ertussen gestort, puur om hem te verdedigen. We kregen echt harde klappen. Buiten kreeg ik van de hoogste man van het corps te horen dat ik me schandalig had gedagen. Ik zei: ’Joh, wat denk je nou, ik moet toch voor mijn vader opkomen?’”

Jan Siebelink met zijn zoon, Jeroen.

Jan Siebelink met zijn zoon, Jeroen.

ANP Kippa

Jeroen werd uiteindelijk voor een paar weken geroyeerd en moest bovendien een excuusbrief opstellen. „Toen heb ik een heel mooie brief geschreven aan het college over vaderschap: jullie zijn toch ook allemaal zoon van een vader, zouden jullie dit niet hebben gedaan?”

Tijdens het interview vult Jan zijn zoon aan: „We hadden overal sneeën op onze armen. Overal bloed.” Jeroen neemt het gesprek snel over en zegt: „Nou, papa. Niet overdrijven. Dat weet ik niet meer, hoor. We zijn samen naar de Bovenzeedijk gelopen om in een nachtkroeg een omelet te eten. Buiten begon het zacht te sneeuwen, dat weet ik nog wel.”