Nieuws/Entertainment

Janine Abbring wil niet samenwonen

Janine Abbring en haar vriend bij het Televizier Gala vorig jaar.

Janine Abbring en haar vriend bij het Televizier Gala vorig jaar.

Hollandse Hoogte / Patrick Harderwijk

Janine Abbring verhuist binnenkort van Amsterdam naar Hilversum, waar ze een huis aan het bos heeft gekocht, omdat ze graag op een rustig plekje woont. Haar vriend gaat echter niet mee. „Hij is echt een stadsjongen, volgens mij zou hij doodgaan in ’t Gooi”, vertelt de 42-jarige Zomergasten-presentatrice aan VROUW. Maar stiekem vindt Janine dat een zegen. „Ik heb nog nooit samengewoond, nooit die behoefte gehad.”

Janine Abbring en haar vriend bij het Televizier Gala vorig jaar.

Janine Abbring en haar vriend bij het Televizier Gala vorig jaar.

Hollandse Hoogte / Patrick Harderwijk

Kleine kans overigens dat Abbrings vriend gekwetst zal zijn door deze uitspraken. „Het interesseert hem niks wat ik in interviews zeg. Ook omdat hij Zweeds is en geen Nederlands spreekt.” De keerzijde daarvan is dat hij ook geen Nederlandse tv kijkt en daardoor minder onder de indruk is van wat Janine doet. „Soms is dat ook heel irritant. Dat ik denk: weet jij wel hoe belangrijk die persoon is met wie ik net heb gepraat?” Janine’s vriend zal je ook niet snel aan haar zijde zien bij de uitreiking van de Gouden Televizier-Ring. „Dat vindt hij een straf.” Bovendien was de eerste keer dat ze hem meenam geen succes. „Hij vroeg aan héél bekende mensen: ’Wat doe jij?’”

Wel zegt ze dat haar vriend straks veel langskomt. Samen gaan ze dan wandelen en hardlopen over de hei. En dat is goed voor haar rug. Volgens Abbring, die haar ruggenwervel in 2012 verbrijzelde tijdens opnames van Wie is de mol?, gaat het erg goed met haar rug. „Ik train veel, met een personal trainer omdat ik geen zelfdiscipline heb”, bekent ze. „Als ik toegeef aan zelfmedelijden en minder beweeg, wordt de pijn weer erger. Of als ik op hakken loop. Als ik het nu nog een avondje doe, word ik meteen afgestraft.”

Het gaat ook beter met Janine’s zelfvertrouwen. Ze is steeds minder bang om niet aardig gevonden te worden. Toch denkt Abbring bij het ontmoeten van bijvoorbeeld nieuwe collega’s dat ze haar vast niet leuk vinden. „Ik ben vroeger heel erg gepest en dat heeft er, al is dit een beetje psychologie van de koude grond, denk ik wel mee te maken”, zegt ze. Het pesten begon toen zij als brugpieper op een andere school terechtkwam. „Na drie maanden hebben mijn ouders mij gelukkig van die school afgehaald. Als ik die pesters van mijn oude school tegenkwam, pakten ze mijn tas af en gooiden ze de inhoud leeg boven het spoor.”

Bekijk meer van