Nieuws/Entertainment
2644815
Entertainment

Filmen in Duitsland valt zieke cabaretier zwaar, maar:

Herman Finkers: ’Humor blijft leuk!’

De intensieve draaidagen in de burcht van het Duitse stadje Bad Bentheim trekken een zware wissel op Herman Finkers.

De intensieve draaidagen in de burcht van het Duitse stadje Bad Bentheim trekken een zware wissel op Herman Finkers.

Drie jaar na zijn geslaagde Oudejaarsconference, bleef het akelig stil rond HERMAN FINKERS (63). Door zijn ziekte zal hij ook geen nieuwe shows meer maken, maar hij werkt nog wel aan een bioscoopfilm waarvan PRIVÉ vandaag DE EERSTE BEELDEN heeft. Hoewel de draaidagen hem zwaar vallen, is Herman vastbesloten hiervan een groot succes te maken…

De intensieve draaidagen in de burcht van het Duitse stadje Bad Bentheim trekken een zware wissel op Herman Finkers.

De intensieve draaidagen in de burcht van het Duitse stadje Bad Bentheim trekken een zware wissel op Herman Finkers.

Het is, al láng, akelig stil rond cabaretier HERMAN FINKERS. Na zijn enthousiast ontvangen Oudejaarsconference, waarmee hij 2015 afsloot, heeft het publiek hem op een enkel tv-optreden in DWDD na nauwelijks meer gezien. Eerder dit jaar liet broer WILFRIED FINKERS (61), die jarenlang op het toneel zijn secondant was, doorschemeren dat hij leeft met de dag, dat Hermans ziekte chronische lymfatische leukemie (CLL) een zware wissel op hem trekt en een dito tol eist: de agenda zal ook leeg blijven.

Nieuwe shows zitten er, zoveel is duidelijk, niet meer in. Maar het publiek zal nog wel een keer om Herman Finkers kunnen schateren. Daarvoor moet het volgend jaar dan echter niet naar het theater, maar naar de bioscoop!

Het zijn momenteel lange en vermoeiende dagen voor de cabaretier, op de set van zijn ’eigen’ speelfilm met de typische Finkers-titel De beentjes van St. Hildegard.

Zelf bewerkte Herman het van oorsprong Tsjechische script van PAVEL MAREK, nadat hij gevraagd was voor de hoofdrol. En nu zet hij alles op alles om de opnamen tot een goed einde te brengen. Draaidagen, met af en toe een pauze ertussen, staan nog gepland tot in december. Volgend najaar moet de Twentse bioscoopfilm, een hervertelling van het oorspronkelijke verhaal, in première gaan.

"Zelf bewerkte hij script: ’Er zat zo weinig te lachen in!’"

„Het gaat over een man die na dertig jaar huwelijk langzaam doorkrijgt dat hij bij zijn vrouw onder de plak zit”, vertelt Herman. „Het huwelijk heeft maar weinig perspectief. Ik heb het scenario in drie maanden tijd wel behoorlijk aangepast. Ik vond dat er zo weinig humor in zat, terwijl dat toch zo prachtig is… humor. Achteraf gezien heb ik dat best snel gedaan, ik vond het originele verhaal echt te saai.”

Dezer dagen komt de op papier toegevoegde humor tot leven, nu de opnamen zijn begonnen.

Met regisseur Johan Nijenhuis bekijkt Herman Finkers filmopnamen van ’De beentjes van St. Hildegard’..

Met regisseur Johan Nijenhuis bekijkt Herman Finkers filmopnamen van ’De beentjes van St. Hildegard’..

PRIVÉ treft Herman in het Duitse Bad Bentheim, net over de grens, op de filmset. De opnamen vallen hem zwaar. Maar het is, in de oude burcht die boven het stadje uittorent, bewonderenswaardig hoe Herman Finkers zich staande houdt en met regisseur en streekgenoot JOHAN NIJENHUIS (50) overlegt, zijn scènes terugkijkt en besluit of die goed zijn of toch nog een keertje over moeten.

Nijenhuis, die eerder scoorde met Costa!, Volle maan, Verliefd op Ibiza en De Toscaanse bruiloft, waagt zich na tv-serie Van jonge leu en oale groond, ook met Finkers, nu voor het eerst aan een film die helemaal in het Twents wordt gesproken en voor de rest van Nederland zal worden ondertiteld.

JOHANNA TER STEEGE (57) en LEONIE TER BRAAK (38), beiden afkomstig uit deze streek, spelen andere rollen.

Vermoeiend

„Het is vermoeiend, ja, en ik ben al zo moe”, zegt Herman. „Vooral het wachten tussen de opnames door valt me soms zwaar, maar af en toe kan ik mijn rust pakken. Dan zoek ik ergens een stil hoekje op. Het is fantastisch werken met Johan. Hier in de buurt van Bad Bentheim gaan we ook nog draaien in een kolossale steengroeve, maar het grote geluk is dat de meeste scènes gewoon in mijn eigen buurt worden opgenomen, niet eens ver van mijn huis zelfs.’

Hoe dan ook zijn het lange, drukke en vermoeiende dagen voor hem. Bovendien is op zijn schouders een zware verantwoordelijkheid komen te liggen. Met de productie van de film zijn miljoenen euro’s gemoeid en een kink in de kabel kost hoe dan ook geld.

"Af en toe kan ik mijn rust pakken, dan zoek ik een stil hoekje op"

De lichtheid waarmee Herman eerder al, ook in voorstellingen, over zijn ziekte en zelfs de dood sprak, heeft na achttien jaar kanker nog niet plaats gemaakt voor een andere toon. De dood vreest hij niet, al komt die steeds dichterbij. En zijn ziekte weerhoudt hem er niet van nog een keer iets groots te doen, een film waarmee Nederland nog minstens een keer om hem kan lachen. Gek genoeg, net als toen hij kort daarvoor te horen had gekregen wat hem mankeerde en hij daarover, in de hilarische conference ’slecht nieuws-gesprek’, opmerkte: „Kanker, dokter? Wat raar, ik heb nooit kanker.”

De vorm waaraan hij in 2000 bleek te lijden, was niet acuut en werd toen zelfs ’mild’ genoemd – waar hijzelf wat kanttekeningen bij plaatste: „Het is niet te genezen en je gaat er dood aan, wat is er dan mild?”

In elk geval zou het betekenen dat hij er niet héél oud mee zou worden: „De derde levensfase kan zo wegvallen. In één klap zit je dan in de laatste fase en is het ineens avond geworden. Maar ja, dat hebben ze zo in de hemel bedacht.”

Mariakapel

De gelovige cabaretier, die thuis op het Twentse platteland zelfs een Mariakapel bij zijn herenboerderij inrichtte, heeft zich niet uit het veld laten slaan. In het begin moest hij veertig voorstellingen afzeggen, maar hij kwam terug met die prachtige, opbeurende Oudejaarsconference voor meer dan drie miljoen kijkers als voorlopig hoogtepunt.

En nu komt er dus nog die film.

Of dit project het laatste is wat hij aanneemt, daarop wil hij in Bad Bentheim niet vooruitlopen. Voorlopig geeft Herman zijn vrouw HETTY een stevige knuffel en zoenen, als hij zich weer voor een lange en slopende draaidag naar de filmset laat rijden. Daarvoor heeft hij al de teksten moeten leren voor de scènes die dan op de planning staan. Nog twee maanden duurt het voordat alles erop staat.

Herman: „Ik heb het geluk dat ik in de buurt woon van de locaties waar we zullen filmen. Ik hoop dat de mensen volgend jaar in de bioscoop heel veel plezier aan deze film zullen beleven.”