Entertainment/Cultuur
394780895
Cultuur

Zelfs Koningin Wilhelmina was vaste klant bij Otto Eerelman

Dik belegde boterham door dierenliefde op doek

Boerderij van prinses Sophie bij Paleis Soestdijk uit 1886.

Boerderij van prinses Sophie bij Paleis Soestdijk uit 1886.

Nee, een hemelbestormer is Otto Eerelman (1839-1926) nooit geweest. De in Groningen geboren schilder zag zichzelf eerder als ambachtsman dan als een vooruitstrevend vernieuwer in de kunst.

Boerderij van prinses Sophie bij Paleis Soestdijk uit 1886.

Boerderij van prinses Sophie bij Paleis Soestdijk uit 1886.

Als een van de eersten in Nederland specialiseerde hij zich in het dierenportret. Eerelman schilderde vooral deftige raspaarden en honden met stamboom. Dat deed hij zo natuurgetrouw en elegant, dat hij er een dik belegde boterham mee verdiende en zelfs koningin Wilhelmina tot vaste klant mocht rekenen.

Dierenliefhebbers kunnen dan ook hun hart ophalen in het Stedelijk Museum Vianen, waar op de kleine expositie Trouwe viervoeters tal van vakbekwame en vertederende tekeningen, etsjes, aquarellen en schilderijen van dieren van zijn hand zijn te zien. Er zijn schattige sint-bernardpups bij, die veel ah’s en oh’s ontlokken bij de kijker. Net als de melancholieke leeuw en de aap uit Artis. En wie smelt er nu niet bij de aanblik van een loyale Leonberger met zijn trouwe hondenogen, die Eerelman rond 1882 in waterverf en krijt vereeuwigde?

Harige modellen

In zijn atelier in de Haagse Elandstraat kwam zijn veelal rijke clientèle met hun lievelingen naar hem toe. Hij leerde zijn harige modellen eerst netjes ’zitten’, voordat hij aan het schetsen sloeg. De kunstenaar, die zelf een Deense dog en een smoushondje bezat, had een voorkeur voor de wat grotere honden. Heel fraai is de aquarel van een chic geklede dame die uitkijkt over de stad Arnhem, terwijl ze twee Barzoi uitlaat. Deze gracieuze Russische windhonden waren hét mode-item van de it-girls van de late negentiende eeuw.

De schilder zelf kwam uit een eenvoudig milieu. Zijn vader was koster in de A-kerk van Groningen. De gezondheid van de familie was zwak. Vijf van zijn broers en zusters zouden nooit de volwassen leeftijd bereiken. Ook Otto was kwetsbaar op dit vlak, en volgde thuisonderwijs. Op zijn vijftiende schreef hij zich in op de Academie Minerva in de Martinistad, tegen de wens van zijn ouders die hoopten dat hij op kantoor zou gaan werken.

Vlucht

Later studeerde hij ook in Antwerpen en ging hij in de leer bij Lourens Alma Tadema. Hij werkte korte tijd in Parijs, keerde terug naar Groningen waar hij docent werd aan de academie, trouwde en besloot uiteindelijk zijn geluk te beproeven en in Brussel en later Den Haag. In de hofstad nam zijn carrière een vlucht. Hij raakte er bevriend met bekende Haagse Schoolkunstenaars zoals Jozef Israëls en Hendrik Willem Mesdag, specialiseerde zich als dierenschilder en knoopte lucratieve banden aan met het koningshuis.

Pronkstuk op de expositie is een doek uit 1898, waarop de toen 18-jarige, kersverse koningin Wilhelmina in amazonezit leiding geeft aan een lange ruiterstoet tijdens een wapenschouw op de Renkumse heide. Eerelman heeft de jonge vorstin fier te paard afgebeeld. Haar gezicht is goed getroffen, net als die van de hoge militairen naast haar. De schilder had duidelijk oog voor detail. Er is veel te zien in deze compositie. Van de paarden in galop met hun glanzende manen tot de heide in bloei.

Grappig

Grappig is ook het portret van Helga de takshond met haar puppy's, dat Eerelman in 1909 speciaal voor ’hun baasje’ prins Hendrik maakte. Hoewel de schilder er de lieve som van 1100 gulden mee verdiende, was de koninklijke hoogheid niet zo tevreden met het resultaat. Hij kon zich niet helemaal vinden in verhoudingen van de moederhond en haar kinderen. Het zou zijn laatste opdracht van het koningshuis zijn.

Eerelman was destijds alweer terug verhuisd naar zijn geboortestad. In Groningen was hij een man van aanzien. Hij werd door bewonderaars wel de ’Noordelijke Rembrandt’ genoemd. Zeker nadat hij in 1920 met verve de paardenkeuring op de Grote Markt schilderde. Dat stuk wordt wel als zijn Nachtwacht beschouwd en heeft nog altijd een ereplaats in het stadhuis van Groningen.

Te zien t/m 31 januari in Stedelijk Museum Vianen.