Nieuws/Entertainment

Kleurrijke diva (84) wil met een clownsneus in de kist:

Adé, Adèle…

— De tekenen waren er, de vraag was alleen nog: wannéér. Zaterdagmiddag stierf ADÈLE BLOEMENDAAL - net 84 geworden - op de manier zoals zij zelf graag wilde, in de beslotenheid van haar eigen kamer en in bed. Met haar overlijden komt een einde aan een uniek leven. Vrijgevochten Adèle was op het toneel en daarbuiten een uniek mens met verschillende kwaliteiten, al rekende zijzelf het moederschap voor zoon JOHN daar niet toe…

De laatste verjaardag van ADÈLE BLOEMENDAAL (84) verliep niet anders dan de laatste, stille dagen van haar vroeger zo roemruchte bestaan. Sinds enkele weken verliet zij haar kamer in het Amsterdamse verzorgingstehuis ’De Flesseman’ niet meer, lag zij de hele dag in bed en sliep. Haar door verschillende beroertes en longontstekingen geteisterde lichaam, de door haarzelf op een tekst van HANS DORRESTIJN bezongen Vleselijke woning, was óp. De dood moet als een bevrijding zijn gekomen.

Langer dan iemand voor mogelijk had gehouden wist zij haar leven te rekken. Maar zaterdagmiddag, met de drukte van de Nieuwmarkt om haar heen, was het klaar. In het bijzijn van enkele intimi sloot zij voorgoed haar ogen en viel het doek voor een van de belangrijkste en meest veelzijdige vrouwelijke artiesten die ons land heeft gekend.

Rasecht

Haar carrière omspant tientallen jaren, waarin de rasechte Amsterdamse zich van vele kanten heeft laten zien. Zij zong ’zwaar’ werk van BERTOLD BRECHT, maar ook de legendarische carnavalsnummers van DRS. P. Wat heb je gedaan, Daan en Halleluja Kameraden waren in de jaren zeventig echte meezingers waarmee zij – ’de vrouw moet toch geld verdienen’ - het volksfeest in het zuiden tegen heug en meug opluisterde. Van de opbrengst financierde zij in de maanden daarna haar wereldreizen. Als vrouw alleen trok Adèle door China en Amerika, waar zij met haar eerste mysterieuze echtgenoot ’mijnheer Bloemendaal’ ook had gewoond. ,,Maar mijnheer Bloemendaal en ik gingen uit elkaar. Ik zag hem ook nooit, hij was altijd aan het werk’’, zei ze over deze BEN.

Tweede echtgenoot DONALD JONES, danser en acteur en de vader van haar enige zoon JOHN (53), was later een stuk bekender. Maar ook dat huwelijk hield geen stand en Adèle ging daarna vooral als vrijgezel door het leven. ,,Maar ik kom niets tekort, hoor’’, zei ze daarover en lachte dan haar bekende lach.

JOHN KRAAIJKAMP en RIJK DE GOOYER waren haar gabbers. Hun levens en carrières kruisten elkaar meerdere malen en verhalen over de drie, veelal uit hun écht wilde jaren zestig en zeventig, zijn ongeëvenaard. Na een heftige stapavond, eind jaren zestig, met veel eten en nog meer drinken, kwam het trio terecht in de enige zaak waar nog licht brandde: een nachtzaak voor homo’s en lesbo’s.

Adèle: ,,De portier was een grote, afzichtelijke man. Hij vroeg of we daarna nog zin hadden om met hem mee te gaan. Dat wilden we wel, want we waren alle drie hartstikke dronken en ook nieuwsgierig hoe die verschrikkelijk lelijke man woonde en met wie. We gingen een pand binnen op de Prinsengracht, waar hij de bovenste verdieping bewoonde. Op een gegeven moment hoorden we geruis en gestommel. De schuifdeuren gingen open en opeens zien we zeven chimpansees in verschillende maten de kamer binnenkomen. Ze hadden broekjes en rokjes aan en sommige ook een luier. Ze sliepen in de tussenkamer, op van die stapelbedjes. Dolle pret natuurlijk. Maar als Kraay dronken was, en dat was hij die avond dus, werd hij altijd een beetje kinky, dus probeerde hij een van de apen een tongzoen te geven. Dat vond die aap niet prettig en die beet hem. Kraay werd woedend en gaf van schrik het beest een klap, waarna we ineens een stem hoorden: ’Dat mag je nóóit meer doen!’ Bleek de vrouw van de portier te zijn, ook heel groot. Ze pakte John op en smeet hem dwars door de kamer. Je begrijpt, we maakten dat we wegkwamen.’’

Nog eind jaren tachtig werkten ze samen in de verrukkelijke comedyserie De Brekers.

John (86) overleed in juli 2011 en Rijk (85) volgde hem in november van datzelfde jaar.

,,Ik mis de jongens wel’’, zei ze in een van de laatste gesprekken met Privé. ,,We hebben elkaar gestimuleerd en beter gemaakt in ons vak. En bovendien hebben we zo ontzettend veel met elkaar gelachen.’’

Naakt

Een groter contrast met Adèle’s laatste jaren is nauwelijks denkbaar. Ze was vijftig toen ze naakt poseerde voor Playboy en verbazing en bewondering oogstte voor haar afgetrainde lichaam. Haar gezondheid was Adèle’s álles, maar die zou haar niet belonen voor al haar inspanningen op voeding- en fitnessgebied.

In 1999 kreeg zij haar eerste beroerte, onderweg in de trein naar Duitsland. Ze wist er later weinig meer van: ,,Ik voelde me helemaal stijf worden. Mensen, die zagen wat er gebeurde, sloegen alarm. Broeders hebben me uit de trein gehaald, maar ik weet nog dat ik op het perron enorm heb overgegeven. Nee, dat ging niet goed, daar.’’

Een jaar later sloeg het noodlot opnieuw toe. Tijdens opnamen van Sesamstraat kreeg Adèle haar eerste herseninfarct, die door haar dokter toen nog over het hoofd werd gezien. Een dag daarna speelde haar dat, tijdens een optreden in Almere, lelijk op. Het publiek joelde haar uit en dacht dat zij dronken op het toneel stond. ,,Dronken lel, riep iemand’’, vertelde ze later. ,,Maar ik kon niet duidelijk maken hoe ernstig het was. Het heeft even geduurd voordat iemand dat zag.’’

Een nieuwe attaque, op haar 72e, werd haar zelfs bijna fataal. Maar met de elasticiteit en de kracht die haar zo eigen was, krabbelde Adèle weer op. Ze pakte nog wat dingen aan en vermaakte zich uitstekend in haar gelijkvloerse woning aan een gracht, dat haar door bemiddeling van de Gemeente Amsterdam, als een soort beloning was toegewezen toen haar appartement aan de Nieuwendijk, vanwege de steile trap, voor haar niet meer te doen was.

Met haar twee Siamese katten sleet zij haar dagen tussen stapels dikke boeken die ze verslond. Biografieën en dikke boeken over volken en geschiedenis, allemaal Engelstalig, waren zeer aan haar besteed. Daarnaast waren er uitstapjes met de kleinkinderen. Het contact met zoon John was moeizaam, wat zij voor een groot deel aan zichzelf weet: ,,Ik ben, geloof ik, niet een heel erg goede moeder geweest. Ik was, toen ik dat had moeten zijn, ook wel heel erg druk met mezelf.’’

Haar tachtigste verjaardag vierde zij in eenzaamheid, ’ondergedoken’ in het Amstel Hotel. ,,Ik heb geen zin in aanloop en in camerateams met lelijke bloemen die je zogenaamd komen verrassen’’, zei ze. Met een stapel tijdschriften en weer een dik boek, bleef zij de hele dag in haar suite in bed.

Buitengesloten

Even later ging het mis. Vrienden viel op dat Adèle steeds vergeetachtiger werd. Al een paar keer had zij zichzelf buitengesloten en ook had zij een paar keer het gas aan gelaten als zij, bij wijze van uitje, even naar De Bijenkorf was gelopen of bij haar vaste stalletje ’gezonde sapjes’ haalde op de markt. Adèle kon niet langer zelfstandig blijven wonen, zoveel werd duidelijk. En tot verrassing van iedereen die haar met hun zorg omringde, had ze daar ronduit vrede mee: als de katten MAX en MORITZ maar mee mochten.

Het lot was haar deze keer goed gezind. Verzorgingstehuis ’De Flesseman’ aan de Nieuwmarkt had net zijn mooiste kamer, met uitzicht op het plein, vrij gekregen. En Adèle kon daar terecht. DRS. HEINZ P(OLZER) - inmiddels over de negentig - die haar zoveel commerciële successen had bezorgd, werd er zonder dat zelf nog helemaal te beseffen haar buurman.

Adèle genoot er van de mensen om haar heen, de regelmaat in haar leven die zij nooit zo had gekend, de rust en haar eigen buurtje: ,,Ik probeer maar te genieten van wat ik nog wél heb.’’

Maar het ging weer mis.

In juni 2014 richtte een nieuwe hersenbloeding opnieuw grote schade aan. Schade die zij nooit meer helemaal te boven zou komen. Weer leren praten viel haar moeilijk, meer en meer trok zij zich terug in een wereld waar maar weinigen toegang toe hadden. En steeds meer mensen, ook haar buurman, vielen weg.

Het einde naderde voor Adèle Bloemendaal, al had niemand er ook maar een flauw vermoeden van wanneer dat zou zijn. ,,Ze is zo sterk’’, zei haar goede vriend ERIC BEEKES nog maar een paar weken geleden, toen zij vanwege twee longontstekingen, kort achter elkaar, weer in het ziekenhuis terecht was gekomen.

Over het einde van de mens zei ze zelf ooit: ,,Het leven is toch niet helemaal goed geregeld. Verre ván, zelfs. Du moment je een beetje begint door te krijgen hoe het allemaal in elkaar steekt, word je weggerukt en mag je niet meer meedoen.’’

Toch nam ze zelfs dat einde niet al te serieus: ,,Leg mij maar in de kist, niet met bloemen, maar met een clownsneus op. Ik ben toch altijd een clown geweest.’’

Zoon JOHN JONES treft met Adèle’s pianist MARTIN VAN DIJK de voorbereidingen voor een uitvaart, die op haar eigen verzoek in beslotenheid zal plaatsvinden. In een brief aan haar zoon staan haar laatste wensen op dit gebied.

Adé, Adèle wordt waarschijnlijk dus een stil afscheid... in de stijl van haar laatste jaren en niet in dat van haar even energieke als unieke leven.