Entertainment/Film
871433591
Film

Humor pakt anders uit op witte doek

Absurdisme slaat om in sadisme in ’Rundfunk: Jachterwachter’

— Wat: film, comedy

— Regie: Rob Lücker

— Met: Yannick van de Velde, Tom van Kalmthout, Carly Wijs

Verknipte types lopen rond op een merkwaardige aftandse camping.

Verknipte types lopen rond op een merkwaardige aftandse camping.

‘Publiek klapt, papa slaat’. Zo heet een van de vele evergreens die de achtjarige Ronnie Bosboom Jr. zingt. In de openingsscène van Rundfunk: Jachterwachter zien we het ventje een berg vergruisde pillen wegsnuiven, vlak voordat hij voor de zoveelste keer ongewild het podium op moet.

Verknipte types lopen rond op een merkwaardige aftandse camping.

Verknipte types lopen rond op een merkwaardige aftandse camping.

We kijken naar een nieuw idee van Yannick van de Velde en Tom van Kalmthout, geliefd en berucht om hun grove humor. Na de eerste minuten springt het duo twintig jaar vooruit in de tijd, waar de inmiddels volwassen Bosboom (Van Kalmthout) op de vlucht is voor criminelen en op de camping belandt van de sukkelige Wachtopzichter (Van de Velde). Een bouwput is het eigenlijk, waar de meest verknipte types een rij afgekloven caravans en tenten bewonen.

So far, so good. De eerste speelfilm van Rundfunk vliegt lekker mallotig uit de startblokken, onder meer met Pierre Bokma als Bosbooms rappende en geldverslaafde vader. Maar al snel gaat het bergafwaarts met de humor. Naast een reeks uitgemolken campingideeën over volle douches en wc’s, wandelt er een pedofiel met een camera voorbij, een man met een zwaard in zijn buik en een violist wiens hondje wordt doodgeschoten.

Kwetsbare mensen

Rundfunk maakt graag grappen over kwetsbare mensen die het nog eens extra moeten ontgelden. In Jachterwachter ligt de focus daarbij helaas meer op het schokken zelf dan op de grap die eruit moet volgen. Vaak ontbreekt er een punchline, eindigt een scène simpelweg in de overtreffende trap van grofheid. Dat probleem dook al eerder op in de televisieserie waar de makers mee bekend werden, en leek in hun recentere theatertours juist wat meer te zijn verdwenen.

De grap in die shows was dat de twee acteurs al hun rollen zelf speelden. Er lag altijd een laag zelfspot over de vet aangezette narigheid heen. In film is die laag er niet. Een meisje met een eetstoornis wordt niet meer door een volwassen man gespeeld. Een doodzieke jongen ziet er ook echt doodziek uit. Wat in theater nog energiek absurdisme was, verandert nu in willekeurig sadisme. En dat is een stuk minder grappig.

✭✩ (1,5 uit 5)