Entertainment/Sterren
888732714
Sterren

Guido Weijers: ’Ik hoop dat iedereen mij na mijn dood is vergeten’

Guido Weijers ’houdt heel erg van zichzelf, maar ik vind zichzelf niet belangrijk’.

Guido Weijers ’houdt heel erg van zichzelf, maar ik vind zichzelf niet belangrijk’.

Voor Guido Weijers geen staatsbegrafenis als hij is overleden. Als het aan de cabaretier ligt, wordt hij zo snel mogelijk weer vergeten. „Gewoon de fik erin, er hoeft niet eens een kist omheen.”

Guido Weijers ’houdt heel erg van zichzelf, maar ik vind zichzelf niet belangrijk’.

Guido Weijers ’houdt heel erg van zichzelf, maar ik vind zichzelf niet belangrijk’.

In een nieuwe aflevering van Podbast vertelt Weijers aan presentator Bastiaan Meijer dat hij ’grote maatschappelijke thema’s altijd interessanter vindt dan zichzelf’. „Ik zeg vaak: ik houd heel erg van mezelf, maar ik vind mezelf niet belangrijk. Zolang ik hier op de wereld ben, wil ik het zo leuk mogelijk maken, ook voor mezelf en de mensen om mij heen. Maar de dag dat ik dood ben... ik hoop echt dat 24 uur daarna iedereen mij is vergeten. Want ik ben niet belángrijk. Gewoon de fik erin, er hoeft niet eens een kist omheen.”

Wat de 44-jarige cabaretier zelf níet is vergeten, zijn de eerste twee recensies die hij kreeg toen hij aan het begin stond van zijn carrière. „Mijn eerste recensie was door iemand van het Rotterdams Dagblad en hij zat in een zaal die ik totáál niet aan de gang kreeg. Er zaten ckv’ers die hun jas nog aan hadden, niemand lachte die avond, het was echt een hél voor mij. Een dag later: een fantástische recensie in het Rotterdams Dagblad.”

’Sléchtste recensie ooit’

Diezelfde week speelt hij in Den Haag. „Voor honderd man en ik blaas werkelijk het dak eraf. Mijn boeker zat ook in de zaal en die zei: ’Wat fijn dat die recensent van de Volkskrant vandáág in de zaal zit, want dit was echt een topavond. De ochtend erop – ik was zo’n gast die letterlijk naar het tankstation reed om een krantje te halen – las ik de sléchtste recensie die ik óóit over iemand heb gelezen. En dat ging over mezelf. Het was ’plat’, het was ’makkelijk’, ’goedkoop’... ik weet niet wat er allemaal in stond, maar het was echt de slechtste recensie die je kunt bedenken. Toen dacht ik: had op z’n minst een regeltje erbij gezet dat honderd man een te gekke avond hebben gehad.”

En hoewel Weijers verre van blij was met de kritiek, ziet hij het nu als een goed leermoment. „Ik kwam erachter dat ongeveer driehonderd mensen die recensie hebben gelezen, namelijk mijn collega’s en theaterdirecteuren. En de rest van Nederland leest pagina zeventien van de Volkskrant op dinsdagochtend helemaal niet. Je denkt dat iedereen het heeft gezien, maar er is ook nog een wereld buiten jouw collega’s. Van het publiek: echt níemand. En als de zaal elke avond uit z’n dak gaat... wie is dan één recensent?”