Nieuws/Financieel
1010373
Financieel

Technologiefondsen onderuit op Wall Street

De Dow-Jonesindex en de S&P 500 zakten maandag vlak voor het slot weg na een korstondige opleving, terwijl de technologiebeurs Nasdaq de hele handelssessie in mineur was. De stemming werd bepaald door signalen van een afzwakkende economische groei in China en onzekerheid over de vraag of de Federal Reserve later in de week besluit om de steun verder af te bouwen.

De Dow-Jonesindex sloot 0,3 procent lager op 15.837,88 punten. De S&P 500 moest 0,5 procent terug, tot 1781,56 punten. De Nasdaq verloor 1,1 procent tot 4083,61 punten. Wall Street zette vorige week de zwakste periode sinds 2012 neer.

Vooral aandelen van technologiebedrijven en financiële instellingen werden van de hand gedaan. Internetbedrijven waarvan de koersen in de afgelopen maanden sterk opliepen, behoorden tot de sterkste dalers. Twitter verloor 6,2 procent, reviewsite Yelp daalde 4,7 procent en LinkedIn leverde 5,6 procent in. Bij Facebook (min 1,7 procent) en Google (min 2 procent), Netflix (min 1,3 procent) en TripAdvisor (min 3 procent) waren de verliezen wat minder zwaar. Liberty Global, dat een overnamebod op het Nederlandse Ziggo uitbracht, daalde 2,2 procent.

Apple

Apple, dat na de slotbel met cijfers komt, was dankzij een positief analistenrapport van Cantor Fitzgerald een van de uitzonderingen met een winst van 0,8 procent. Het effectenhuis verwacht dat het technologieconcern als een van de weinigen wel goede zaken heeft gedaan tijdens de feestdagen.

Caterpillar (plus 5,9 procent), dat onder meer machines maakt voor de mijnbouwindustrie, presenteerde tegenvallende resultaten over 2013 maar zag zijn aandelenkoers toch stijgen dankzij een hoger dan verwachte winstprognose voor dit jaar. Farmacieconcern Merck profiteerde van een adviesverhoging door Morgan Stanley en steeg ruim 1 procent.

De euro was 1,3673 dollar waard in vergelijking met 1,3675 dollar bij het slot van de Europese beurzen. De prijs van Amerikaanse olie zakte 0,9 procent tot 95,82 dollar per vat. Brent werd 0,7 procent goedkoper, op 107,06 dollar.