Nieuws/Financieel
1010488
Financieel

Dividend met extra rendement

Het dividend is een belangrijke bron van rendement op aandelen. Het kent vele gedaanten: cash, stockdividend of in natura. Naar Amerikaans voorbeeld kopen almaar meer Europese bedrijven eigen aandelen in. Hoe groot is het extra rendement?

Amerikaanse bedrijven betalen in de regel een lager dividend dan Europese. Momenteel bedraagt het gemiddelde dividendrendement (dR) van de afgelopen twintig jaar van de Standard & Poor’s 500 (SPX) amper twee procent versus net geen drie procent voor de STOXX Europe 600 (SXXP). Bij dividend wordt meestal gedacht aan winstuitkeringen in geld. Bedrijven zijn niet verplicht om hun overtollige kasmiddelen in speciën te betalen. Zij kunnen ook opteren voor een dividend in natura. En ook al denk je er niet meteen aan, maar volgens het wetboek van vennootschappen zijn keuzedividenden en bonusaandelen winstuitkeringen in de vorm van natura. Bedrijven mogen aan aandeelhouders echter eender welk actiefbestanddeel toekennen als dividend. Hier te lande is het gebruik een beetje in onbruik geraakt, maar in Duitstalige landen vind je nog volop bedrijven die in plaats van of ter aanvulling van het dividend in speciën aandeelhouders kortingskaarten, waardebonnen of gratis producten aanbieden. Exemplarisch is het blauwe koffertje met bonbons van de Zwitserse chocolatier Lindt & Sprüngli. Er zijn ook steeds meer bedrijven die in zichzelf investeren. Het aantal beursgenoteerde bedrijven met aandeleninkoopprogramma’s (AIP) is ook in Europa niet meer te tellen. Het is een trend die komt overwaaien uit de Verenigde Staten. Eind jaren tachtig besloten steeds meer Amerikaanse bedrijven om eigen aandelen in te kopen. Tegenwoordig kopen de bedrijven uit de S&P 500 die goed bij kas zitten twee keer zoveel eigen aandelen terug als in de gouden jaren negentig. Bedrijven motiveren hun inkoopbeslissing voornamelijk in het kader van optieverplichtingen en koersgerelateerde argumenten zoals de signalisatie van onderwaardering. En wie kan nu beter inschatten of de aandelen aantrekkelijk zijn dan het bedrijf zelf? Belangrijke hulpmotor Aandeleninkoopprogramma’s blijken de laatste jaren een belangrijke hulpmotor te zijn van de koersstijgingen op Wall Street. De bedrijfswinsten, meer bepaald de winst per aandeel, worden hierdoor in positieve zin beïnvloed. Een bedrijf dat eigen aandelen inkoopt, reduceert het aantal uitstaande aandelen en beschikt in de regel over een goed voorspelbare kasstroom of in sommige gevallen over een riante kaspositie. Als er toch geen goede investeringsmogelijkheden of geschikte overnameprooien te vinden zijn, kunnen bedrijven het overtollige kasgeld net zo goed aan hun aandeelhouders uitkeren. Want zowel aandeleninkoopprogramma’s als de betaalbaarstelling van dividend is een sigaar uit eigen doos. Volgens de theorie maakt het niet uit of een bedrijf dividend betaalt of aandelen inkoopt. De praktijk leert echter dat beleggers het niet op prijs stellen als bedrijven het dividend verlagen, zeker niet in de Verenigde Staten. In tegenstelling tot in Europa waar de hoogte van het dividendrendement primeert, hechten Amerikanen grote waarde aan consistente dividendbetalingen. Er zijn meer Amerikaanse aandelen te vinden dan Europese die jaar in jaar uit winst uitkeren zonder het dividend op enig moment te hebben verlaagd. Kijk maar naar de lijst van dividendaristocraten. Veel bedrijven grijpen de publicatie van de jaarcijfers aan om een aandeleninkoopprogramma of een dividendverhoging aan te kondigen, maar als het management besluit om het inkoopprogramma terug te schroeven of stop te zetten, gaat dat vrijwel aan de markt geruisloos voorbij. Terwijl beleggers in de regel een verlaging van het dividend wel afstraffen met forse koersdalingen. Ook getest op Als het volgens de theorie toch niet uitmaakt of bedrijven dividend betalen of aandelen inkopen, kan men net zo goed beide componenten bij elkaar optellen en het zogeheten aandeelhoudersrendement (AHR) als selectiecriterium gebruiken. Indien beide componenten daadwerkelijk complementair zijn, dat wil zeggen elkaar aanvullen, dan moeten dividendstrategieën die gebruikmaken van beide componenten een hoger rendement opleveren dan een aandelenstrategie die enkel leunt op het dividendrendement of op de inkoop van eigen aandelen. Wanneer de selectiecriteria afzonderlijk en in combinatie worden losgelaten op de eurozonale hoofdaandelen van de STOXX Europe 600, de €uro STOXX 50 (ES50), dan wordt duidelijk dat elk van hen in de voorbije twintig jaar beter presteerde dan de index, ook na risicocorrectie. De dividendstrategie is gebaseerd op de Dogs of the Dow en koopt bij elke jaarwisseling de vijf aandelen met het hoogste dividendrendement uit de €uro STOXX 50. Het uitgangspunt van aandeleninkoopprogramma’s is de reductie in het aantal uitstaande aandelen uitgedrukt als percentage van de marktkapitalisatie. En tot slot, de som van beide percentages, het aandeelhoudersrendement. Ook als de meetperiode van twintig jaar in twee deelperioden van tien jaar wordt onderverdeeld, blijkt dat de drie beleggingsstrategieën telkens een hoger rendement bieden dan de €uro STOXX 50 en komt de strategie gebaseerd op het aandeelhoudersrendement andermaal als winnaar uit de bus. Kort samengevat Beleggers die aandelen voorsorteren op het dividendrendement en rekening houden met de inkoop van eigen aandelen oogsten twee tot drie procentpunt meer premie. Let wel op dat de bedrijven niet gebukt gaan onder een schuldenberg. Aandeleninkoopprogramma’s gaan ten koste van het eigen vermogen. Als bedrijven veel schulden hebben uitstaan, dan kan dit later alsnog voor financiële problemen zorgen.  @  Ivan  Snurer