Nieuws/Financieel

Stoppen met windmolens

Volgens de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg moet de afspraken in het vorig jaar gesloten Energieakkoord over de bouw van windparken in zee niet door gaan. Deze parken zijn niet rendabel en draaien op subsidies. Het is weggegooid geld op kosten van de burgers. Volgens Vermeend en Van der Ploeg zijn er betere alternatieven, zoals energiebesparingprojecten waarmee de bouw kan worden gestimuleerd.

De afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt dat het niet mogelijk is op wereldniveau tot een effectief klimaatakkoord te komen. De talloze internationale conferenties hebben maar weinig opgeleverd. De meeste landen zijn weliswaar van mening dat het noodzakelijk is om gezamenlijk maatregelen te nemen tegen de opwarming van de aarde, maar schrikken terug voor de kosten.

Ze gaan er van uit dat de miljarden aan uitgaven die daarmee gemoeid zijn ten koste gaan van economische groei, de koopkracht van burgers en hun internationale concurrentiekracht.  Door de kredietcrisis 2008-2009 is de animo nog verder weg gezakt.  De overgrote meerderheid richt zich op het aanpakken van hoog opgelopen overheidsschulden, het stimuleren van de groei en het terugdringen van de werkloosheid en schrapt in de uitgaven voor klimaatbeleid.

Zelfs Duitsland dat tot de koplopers in de wereld behoort op her vlak van het stimuleren van duurzame energie heeft recent besloten de subsidiekraan dicht te draaien omdat de kosten uit de hand zijn gelopen en er steeds meer twijfel is ontstaan over de effectiviteit. Dat zien we nu ook in Brussel. De Europese Commissie is van mening is dat het Europese klimaatbeleid te ver is doorgeschoten. De lastendruk moet omlaag.

In het deze week gepresenteerd nieuwe beleid wijst de Commissie op de steeds hogere kosten om de CO2-uitstoot terug te dringen, op de hoge begrotingstekorten en staatsschulden van de lidstaten, de aantasting van de koopkracht van burgers en de lastendruk op het Europese bedrijfsleven. Vooral energie-intensieve bedrijven in de EU kunnen daardoor steeds moeilijker concurreren met bijvoorbeeld Amerikaanse ondernemers die het voordeel hebben van lage energieprijzen die fors zijn gedaald door de winning van schaliegas. Daarnaast zijn de lidstaten zwaar verdeeld over de invulling van een Europees klimaatbeleid.

Op weg naar een realistisch klimaatbeleid

In de voorstellen van de Commissie krijgen de lidstaten meer vrijheid om te voldoen aan de klimaatdoelen. Bovendien worden deze doelen ten opzichte van het bestaande beleid flink afgezwakt. Zo hoeft de C02-uitstoot minder snel omlaag en worden er aan de lidstaten geen dwingende nationale doelen voor duurzame energie en energiebesparing opgelegd. Het ziet er naar uit dat Brussel voor het aangepaste beleid binnen de EU op een breed draagvlak kan rekenen.

De voorstellen worden over het algemeen als realistisch beoordeeld. Felle oppositie zien we vooral bij milieugroeperingen en groene partijen. Maar overal in Europa is de invloed van deze partijen het afgelopen decennium flink afgenomen. Dat is niet alleen het gevolg van de economische crisis, maar ook doordat hun ambities en voorstellen door de meeste beleidsmakers als niet realistisch worden beschouwd.

In Nederland is er vorig jaar op dit terrein een compromis tot stand gekomen in de vorm van een Energieakkoord. Over de uitvoering, de effectiviteit en kosten werd toen nauwelijks gesproken. Dat kwam later wel. Maar nu Europa een ommezwaai maakt en ook hier de vraag aan de orde komt wat dit akkoord kost en wat het oplevert, slaat de twijfel over de effectiviteit toe.

Helemaal toen minister Kamp van EZ recent naar aanleiding van Kamervragen bekend maakte dat er mogelijk €18 miljard aan overheidssubsidies worden gestoken in windparken op zee. Dit bedrag wordt uitgesmeerd over vijftien jaar en leidt voor huishoudens tot een extra kosten post van rond de € 200 per jaar in de vorm van een hogere energierekening. De subsidie wordt betaald door een heffing op gas en licht en treft lagere inkomens harder dan hogere.

Eerst kosten en batenanalyse

Kamp heeft in de regeling wel een ontsnappingsclausule ingebouwd door te bepalen dat de windmolens de komende tien jaar geleidelijk aan 40 procent goedkoper moeten worden. Ook daalt de subsidie naarmate de stroomprijs daalt, maar daarvan is nog geen sprake. Tegenover deze 18 miljard staat slechts 3 procent extra duurzame energie. Bovendien zal verreweg het grootste deel van dit bedrag terecht komen bij buitenlandse fabrikanten van windmolens.

Daar komt nog bij dat volgens de meeste deskundige windenergie allesbehalve efficiënt is, op zee zeer duur en nauwelijks bijdraagt aan een verbetering van het klimaat. Ze wijzen er ook terecht op dat, zelfs in ons land, zonne-energie de toekomst is; door technologische ontwikkelingen neemt het rendement toe en ook de kosten worden lager. Nog los van de andere nadelen die aan windenergie kleven, zoals horizonvervuiling is deze ontwikkeling een extra argument om de bouw van deze parken voorlopig maar uit te stellen. We zitten straks opgescheept met bijna duizend dure windmolens, terwijl elders in de wereld, gebruik wordt gemaakt van de modernste rendabele zonne-energie.

Om te voorkomen dat de Twee Kamer in de toekomst voor de zoveelste keer een onderzoek moet starten naar weggegooid geld, is het noodzakelijk dat het komende jaar eerst alle kosten en baten van dit windmolenproject in beeld worden gebracht alvorens met de bouw te beginnen. Daarnaast moeten ook betere alternatieven worden bezien zoals een stimulans voor een grootscheepse energiebesparing bij burgers en bedrijven. Elke euro die daaraan wordt uitgegeven heeft voor de groei van onze economie en werkgelegenheid een veel hoger rendement dan euro’ s die aan windparken worden besteed.