1013042
Financieel

<p><strong> </strong></p>

Krapte op de arbeidsmarkt blijft uit

In 2008 voorspelde de commissie-Bakker, die het toenmalige kabinet over de arbeidsmarkt adviseerde, dat Nederland in 2015 een te kort van 350.000 arbeidskrachten zou hebben. Deze commissie meende dat vooral door de vergrijzing er in veel sectoren grote personeelstekorten zouden ontstaan. Maar door de gevolgen van de economische crisis 2008-2009 komt deze voorspelling niet uit.

Daarbij speelt ook een rol dat ouderen langer blijven werken. In plaats van een te kort is er nu sprake van een groot overschot op de arbeidsmarkt. Eind vorig jaar zaten ruim 650.000 mensen zonder werk. Ondanks het lichte economische herstel in ons land is de verwachting dat de werkloosheid dit jaar zal oplopen tot boven de 700.000.

Bovendien neemt de Nederlandse beroepsbevolking in de periode 2013-2024 door de verhoging van de AOW-leeftijd sterk toe. Volgens een goed doortimmerd rapport van ABN-Amro dat recent is gepubliceerd, gaat het daarbij om ruim 600 duizend personen, circa 4% van de beschikbare beroepsbevolking.

Dit betekent dat er van een structurele krapte op de arbeidsmarkt de komende tien jaar waarschijnlijk geen sprake zal zijn en dat veel meer werkzoekenden dan eerder werd verwacht hard moeten concurreren om een baan. Wel zal er op specieke vakgebieden meer vraag dan aanbod zijn, zoals op het terrein van technische functies en in de sfeer van het internet.

Het rapport verwacht ook dat het aantal zelfstandigen (zzp’ers) zal blijven toenemen, met name in de categorie ervaren specialisten. Voor zzp’ers zonder een specialisme zijn de vooruitzichten minder rooskleurig.

Recepten uit de oude doos

De cijfers in het rapport maken duidelijk dat ook met een hogere economische groei Nederland de komende jaren te kampen zal hebben met een hoge werkloosheid. Daarom worden zowel door de politiek als economen  maatregelen aangedragen om werklozen zo snel mogelijk aan een baan te helpen.

Wij vinden het opvallend dat daarbij ook weer recepten uit de oude doos worden aanbevolen Voorbeelden zijn zogenoemde VUT-regelingen waarbij ouderen vervroegd stoppen met werken, voorstellen voor een kortere werkweek, de introductie van (tijdelijke) banenplannen en tijdelijke subsidies voor werkgevers die werkzoekenden aannemen. Zowel in ons land als in andere landen heeft de praktijk al lang uitgewezen dat deze lapmiddelen niet werken. Dat geldt ook voor het pleidooi om de verhoging van de AOW-leeftijd terug te draaien.

Deze maatregelen zijn niet effectief, verzwakken onze economie en kosten de belastingbetaler veel geld. Niet aan beginnen dus. Ook voor de oplopende jeugdwerkloosheid bieden deze regelingen geen oplossing. Daar moet de nadruk liggen op het voorkomen dat jongeren zonder diploma de arbeidsmarkt op gaan. Bij de keuze van hun opleiding moet ook veel meer gewezen worden op de kansen op een werkkring en rekening worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen.

Die toekomst is al begonnen en maakt duidelijk dat er een groeiende behoefte is aan vakmensen, aan technici op allerlei niveaus, aan werknemers die goed thuis zijn in de wereld van het internet en nieuwe fabricage methode, zoals 3d-printen.

Deze week zagen we een mooi initiatief van Stimulanz en CNV Jongeren die de website www.studieperspectief.nl/ lanceerden; studenten kunnen daar zien hoe de kansen zijn op een baan als een bepaalde studie wordt gevolgd. Op dit moment wordt onze arbeidsmarkt gekenmerkt door een mismatch tussen vraag en aanbod; een overschot aan (te) laag opgeleiden, werkzoekenden met een opleiding waar geen vraag naar is en bijvoorbeeld en te kort aan vakmensen en technici.

Welke maatregelen werken wel?

In de eerste plaats om- en bijscholingsprogramma’s gericht op bedrijfssectoren waar niet alleen nu werknemers gevraagd worden, maar ook (nieuwe) sectoren die in opkomst zijn en een belangrijke rol gaan spelen in de nieuwe economie die we in eerdere columns hebben aangeduid als de smartphone en tableteconomie.

Daarnaast hebben we in Nederland het probleem dat vooral lager opgeleiden moeilijk aan werk kunnen komen omdat ze vcor veel werkgevers te duur zijn. Ze zijn economische gezien onvoldoende productief ten opzichte van de loonkosten voor de werkgever. Anders gezegd de totale loonkosten zijn zodanig hoog dat deze arbeid onvoldoende rendabel is. De hoogte van het wettelijke minimumloon speelt daarbij een rol.

In de afgelopen decennia zijn discussies daarover op niets uitgelopen en zeker op dit moment weinig zinvol. Bovendien is een wettelijk minimum niet alleen maatschappelijk van belang, maar ook voor de koopkracht en het bestaansniveau. Daarom moet gezocht worden naar een andere methode om de arbeid van lager opgeleiden voor werkgevers goedkoper te maken.

De ‘beste’ aanpak is het verkleinen van de zogenoemde werkgeverswig. Daarbij gaat het om het verschil tussen de totale loonkosten die voor rekening van de werkgever komen en het brutoloon van de werknemer.

Het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband bedraagt per 1 januari 2014 bijna € 1500 per maand. Maar de werkgever is veel meer kwijt. De totale loonkosten voor deze werknemer liggen per maand gemiddeld rond de € 1900.

Deze werkgeverswig van € 400 is opgebouwd uit premies. Voor extra werkgelegenheid moet het kabinet zich richten op een verlaging van deze wig. Een verkleining leidt tot lagere loonkosten voor werkgevers aan de onderkant van het loongebouw. Daardoor zal de structurele werkloosheid daar afnemen en werk dat nu blijft liggen omdat het te duur is worden uitgevoerd.

Andere maatregelen die de kansen op werk vergroten zijn aanpassingen in het ontslagrecht waarover al afspraken zijn gemaakt en demotie. In verschillende bedrijfssectoren komt het voor dat  de productiviteit van oudere werknemers afneemt waardoor ze ten opzichte van de loonkosten te duur zijn. Met vrijwillige afspraken over een loonsverlaging is het soms mogelijk om aan de slag te blijven. Wij zien dat in andere landen van deze mogelijkheid veel meer gebruik wordt gemaakt dan in Nederland.

Met extra economische groei kan de werkloosheid worden terug gedrongen, maar recente cijfers maken duidelijk dat andere maatregelen moeten worden ingezet om de komende jaren het perspectief op werk voor werkzoekenden te vergroten.

 

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg