1013670
Financieel

Groei of toch maar waarde in 2014?

2012 was een goed jaar voor small caps. 2013 was een schitterend jaar voor value-beleggers. Wordt 2014 het jaar van de groeiaandelen of verdient value als stijlfactor opnieuw de voorkeur?

Experts zijn het opvallend eens dat Europese aandelen momenteel aantrekkelijker geprijsd zijn dan Amerikaanse en dit ondanks de hogere economische groei in de Verenigde Staten. Beleggen is evenwel een relativiteitsoefening. Het slimme geld stroomt naar de plaatsen waar de beste kansen liggen of waar aandelen goedkoop zijn. Momenteel is de waardering het sterke punt van Europese aandelen, maar value had in 2013 al een boerenjaar. Als echter het groeiherstel in de eurozone daadwerkelijk doorzet, dan verdienen groeiaandelen de voorkeur en zou momentum als stijlfactor wel eens voor de verrassing van het jaar kunnen zorgen. De meeste beleggers hebben een voorkeur voor een welbepaalde stijl. Bij stijl denken we meestal in termen van groei en waarde, maar naast het terloops aangehaalde momentum kun je aandelen ook op andere kenmerken groeperen. Classificaties op basis van bedrijfsgrootte, dividend, kwaliteit of risico zijn heden ten dage in de financiële industrie gemeengoed. Naar gelang het economische klimaat en het beurssentiment presteert de ene stijlfactor beter dan de andere. In 2013 hadden beleggers een duidelijke voorkeur voor value, meer bepaald voor goedkope aandelen, en een duidelijke afkeer van growth, van de aandelen van groeibedrijven. Op zich logisch, want groei is wat anders dan waarde en wordt ook anders gemeten. In het specifieke geval van groeiaandelen is het uitgangspunt de 3-jaars ontwikkeling van de omzet en het totale vermogen. Vaak hebben die aandelen hoge koersratio’s. Waarde-aandelen  daarentegen geven juist blijk van een lage koers/boekwaarde en beschikken over een lage koers-omzetverhouding. Bij de bedrijfsgrootte is de beurswaarde en het balanstotaal maatgevend. Het size-effect postuleert hoe kleiner hoe beter. Ceteris paribus geldt bij dividend: het hoogste dividendrendement en het laagste winstuitkeringspercentage. Bij kwaliteit wordt de scheidslijn bepaald door de hoogte van het rendement op eigen vermogen en (lage) schuldgraad. Bij momentum geschiedt de selectie op basis van de koersontwikkeling in de voorbije drie en twaalf maanden. Bij risico telt de standaardafwijking op twaalf maanden en het marktrisico over drie jaar. Voor beide maatstaven geldt: hoe lager, hoe beter. Net zoals vele wegen naar Rome leiden, kan je beleggen op verschillende manieren aanpakken. Je kunt kiezen voor een welbepaalde beleggingsstijl, maar je kunt stijlfactoren ook combineren. Hoewel experts bij tijd en wijle macro-economische ontwikkelingen op de voet volgen, worden aandelenkoersen toch gedreven door het winstvermogen van bedrijven. Die impliciete voorkeur voor groei blijkt echter niet uit het langetermijnrendement van groeiaandelen. Op termijn genereren waarde-aandelen een hoger rendement dan groeiwaarden. Bovendien leert de praktijk van vermogensbeheer dat de combinatie van bedrijfsgrootte, momentum en waarde een gebalanceerde mix van beleggingsstijlen is die door de jaren heen een mooi rendement opleveren. Vorig jaar boekten de vijftien kleinste waarde-aandelen uit de STOXX Europe 600 met de sterkste koersontwikkeling 45,8 procent winst, terwijl de index met 17 procent steeg. Hun voorgangers harkten het jaar ervoor 43,3 procent winst bijeen, tegenover een plus van 14,4 procent voor de brede Europese index. Het bovenstaande overzicht somt de 15 aandelen uit de STOXX Europe 600 op die nu bovendrijven op basis van hun balanstotaal, beurswaarde, 3 en 12-maands koersstijging, koers/boekwaarde en koers-omzetverhouding.  @  Ivan  Snurer