1016041
Financieel

2014: optimisme met risico’s

Alle Europese media zijn dit nieuwe jaar begonnen met veel aandacht voor de voorspellingen van deskundigen over economische ontwikkelingen en te verwachte beurskoersen. Het valt op dat het optimisme overheerst.

Voor het jaar 2014 is dat op zich een veelbelovende start. De economische geschiedenis leert dat een optimistisch gevoel in de samenleving beter is voor de economie dan een somber stemmingsbeeld. Tegelijk moeten we er rekening mee houden dat de prognoses van deze experts het niet beter of slechter doen dan een glazenbol en meestal niet uitkomen. Internationale ontwikkelingen op allerlei terreinen die van invloed zijn op economieën en beurzen zijn niet te voorspellen.

Wat we wel zien is dat de economie in Europa aan het opkrabbelen is, dat de wereldhandel aantrekt en dat de grootste economie van de wereld, die van de VS, een krachtige groei laat zien. Maar in het nieuwe jaar zullen economische ontwikkelingen en koersen vooral worden bepaald door de effecten van het voorgenomen terugschroeven van het Amerikaanse stimuleringsbeleid. De Amerikaanse Centrale Bank (Fed) heeft aangekondigd de maandelijkse financiële injectie van 85 miljard dollar in de Amerikaanse economie geleidelijk aan te gaan verminderen ( in de VS aangeduid als tapering).

Vriend en vijand zijn het er over eens dat dit monetaire stimuleringsprogramma dat tijdens de internationale kredietcrisis 2008-2009 is gestart een essentiële bijdrage heeft geleverd aan het herstel van de economie van de VS. De meeste economen zijn van opvatting dat de Europese regeringsleiders toen ook met een soortgelijk aanjaagprogramma hadden moeten komen in plaats van alle kaarten te zetten op bezuinigingen en lastenverzwaringen.

De afgelopen jaren is de economische groei van de Europese Unie (EU) fors achtergebleven bij die van de VS en als we afgaan op de meeste recente prognoses dan zal dat ook de komende jaren nog steeds het geval zijn. Bovendien heeft de VS als voordeel dat met deze flinke groei ( richting 3%) snel het Amerikaans begrotingstekort en de staatschuld kan worden teruggebracht. De meeste Europese landen moeten het voorlopig doen met lage groeicijfers ( 0,5-1,5%) en hebben veel minder ruimte om in snel tempo gezonde overheidsfinanciën te realiseren. Het wordt steeds duidelijker dat Europa met een meer Amerikaanse aanpak er nu veel beter had voorgestaan.

Afbouw Amerikaanse stimulering kent risico’s

De afbouw van het Amerikaanse steunprogramma brengt niet alleen risico’s mee voor de economie van de VS, maar ook voor die van Europa en de opkomende economieën, zoals China, India, Brazilië. Toen de Fed afgelopen zomer de suggestie wekte dat er begonnen zou worden met het beperken van de monetaire stimuleringsmaatregelen zagen we heftige reacties op de financiële markten. Deze hadden vooral een negatief effect op de economische groei van de opkomende economieën.

Maar ook de Europese economie ondervond schade. Het hangt nu af van de stuurmanskunst van de Fed of de aangekondigde vermindering van de stimulering zonder economische schade kan worden gerealiseerd. Daarom wordt het beleid van de Fed dit jaar niet alleen in de VS, maar wereldwijd met bezorgdheid gevolgd.

Binnen de EU worden we in 2014 nog met een extra economische risico geconfronteerd. De Europese Centrale Bank (ECB) zal dit jaar, voorafgaand aan de toetreding van de grootste Europese banken tot de EU-bankenunie een uitgebreide bankentest uitvoeren. Valt de uitkomst van deze test tegen en staan de banken er minder goed voor dan nu wordt aangenomen dan zal de prille groei in Europa een tik krijgen.

Nederland moet inzetten op de nieuwe economie

Omdat de export de belangrijkste motor van de Nederlandse economie is, zijn we niet alleen sterk afhankelijk van Europese ontwikkelingen, maar ook wereldwijd. Als de Fed het goed doet en de bankentest een succes is dan pakt dat gunstig uit voor onze economie. Ook het toegenomen optimisme bij burgers en bedrijven is een steuntje in de rug van onze economie.

De mogelijkheden voor het kabinet Rutte om de groei aan te jagen zijn beperkt. Wat helpt, is politieke rust, het snel en zorgvuldig uitvoeren van de vorig jaar afgesproken akkoorden en stoppen met lastenverzwaringen. Daarnaast moet Rutte 2, zoals we al eerder hebben betoogd, veel meer inspelen op de economie van de toekomst die gedomineerd zal worden door het internet ( de tablet en smartphone economie), 3D-printen, Internet of Things, Big Data toepassingen en cloudcomputing. Landen die hier voorop lopen, kunnen volgens economisch onderzoek extra groei en werkgelegenheid realiseren.

In de nieuwe economie zal de werkgelegenheid vooral door kleine bedrijven worden gecreëerd. Bij de meeste grote bedrijven zullen er banen verloren gaan. De opzet en organisaties van deze concerns dateren veelal van voor het internettijdperk. Daardoor zijn ze te bureaucratisch en te weinig flexibel om snel en adequaat in te spelen op de gedigitaliseerde economie die voor bedrijfsomzetten steeds belangrijker wordt.

Ze verliezen in toenemende mate marktaandelen aan innovatieve startende en kleinere bedrijven die flexibel met relatief lage kosten en internettoepassingen de wereldmarkt veroveren. De internationale praktijk laat ook zien dat deze ondernemers de banenmotor van vandaag en morgen zijn, maar dat besef is in politiek Den Haag nog niet voldoende doorgedrongen.

Premier Rutte zou het jaar 2014 voortvarend kunnen beginnen door op de eerste vergadering in dit jaar zijn ploeg daarop te attenderen en ze op te roepen daar werk van te maken. Bijvoorbeeld door in het mkb de mogelijkheden voor het financieren van bedrijfsactiviteiten te verruimen.

Veel kleinere bedrijven met innovatieve investeringsplannen kunnen in Nederland moeilijk aan geld komen. Bovendien wordt het ondernemerschap ontmoedigd door knellende regelgeving en een zware administratieve lastendruk. Daardoor komt er minder nieuwe werkgelegenheid tot stand en dat zet een rem op de economische groei in ons land.