1037957
Financieel

Onze economie is belangrijker dan Brusselse normen

Deze week kreeg Nederland een bar slecht rapportcijfer van de Europese commissie. Uit de nieuwste economische prognose komt naar voren dat onze economie volgend jaar in de achterhoede van Europa zal zitten. Volgens deze voorspelling groeit de economie van de eurozone in 2014 met gemiddeld 1,1%. Met een klein plusje van slechts 0,2% groei blijft Nederland sterk achter. Deze verwachting is een zware tegenvaller voor het kabinet Rutte 2.

Medio dit jaar ging Brussel voor Nederland nog uit van een groei van 0,9% en het Centraal Planbureau (CPB) van 0,5%. Vervelend is ook dat mede door deze lage groei de kans groot is dat het begrotingstekort volgend jaar boven de Europese norm van 3% zal uitkomen: volgens de cijfers van Brussel wordt dat 3,3% van ons BBP. Als deze verwachting uitkomt, zullen we in politiek De Haag net als dit jaar voor de zoveelste keer hoog oplaaiende discussies zien over de vraag of Rutte 2 met een extra ombuigingspakket moet komen om aan de 3%-norm te voldoen. Door onzekerheid over de mogelijkheid van weer nieuwe bezuinigingen en lastenverzwaringen zal onze economie nog verder wegzakken. Daarom doet het kabinet er verstandig aan nu al bij Brussel kenbaar te maken dat Nederland zich houdt aan de eerder afgesproken ombuigingsmaatregelen, maar verdere bezuinigingsronden uitsluit, ook bij een overschrijding van de 3%-norm.

Volgens de economische analyse van Brussel zijn de slechte prestaties van de Nederlandse economie vooral het gevolg van de voortdurende daling van de consumptieve bestedingen. Al vier lang is er sprake van een daling: in 2014 met ruim 1%. Belangrijke boesdoeners zijn de zwakke huizenmarkt, het lage consumentenvertrouwen en de toegenomen lastendruk op burgers en bedrijven. Belasting- en premieverhogingen tasten de koopkracht aan en dat leidt er toe dat veel huishoudens minder kunnen uitgeven.

Lastenverlagingen zijn noodzakelijk

In de komende jaren zal het kabinet hoe dan ook met lastenverlagingen moeten komen; die zullen gefinancierd moeten worden met het schrappen van onproductieve overheidsuitgaven.

Maar naast het gebrek aan voldoende consumptieve bestedingen kampt onze economie ook nog met een ander ernstig probleem. Van oudsher is het midden en kleinbedrijf (mkb) de motor van de Nederlandse economie, de kurk waarop onze economie drijft. Deze bedrijven hebben het niet alleen moeilijk door de economische crisis, maar hebben bovendien last van het ombuigingsbeleid van het kabinet Rutte 2.

Bovendien kan het mkb door de terughoudende opstelling van het bankwezen nauwelijks aan geld komen om te investeren en te innoveren. In een eerdere column schreven we al dat het daarom dringend nodig is om de kredietverlening aan dit type bedrijven snel te verbeteren; de idee van een speciale mkb-bank kan daarbij een rol spelen. In de praktijk zien we dat de bestaande garantieregelingen van de overheid voor het financieren van het mkb niet goed werken, omdat banken die deze moeten uitvoeren ook op dat terrein niet voorop lopen.

Lichtpuntje werkt niet

Naast de sombere boodschap uit Brussel zag het kabinet deze week ook een lichtpuntje. De Europese Centrale Bank kwam met een kleine renteverlaging bedoeld om deflatie te voorkomen en de te sterke euro wat te verzwakken. Tegelijk zou deze verlaging banken er toe moeten aanzetten gemakkelijker geld uit te lenen aan consumenten en bedrijven. Dat zou de economie kunnen aanjagen. Dit optimisme delen wij niet. Ook eerdere verlagingen hebben het bankwezen immers niet in beweging gebracht.

Mede op basis eerdere prognoses ging Rutte 2 er van uit dat het met onze economie en werkgelenheid vanzelf weer goed zou komen. De veronderstelde heilzame werking van het marktmechanisme en flink het mes in de overheid zetten zouden voldoende moeten zijn om uit het economisch dal te komen. Nederland zou dan vanzelf op weg zijn om aansluiting te vinden bij de beter presterende economieën in Europa. Dat is helaas helemaal niet het geval. En dat wordt nog eens onderstreept door het goed doortimmerde rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), getiteld Naar een lerende economie, dat deze week aan premier Rutte werd aangeboden.

Nederland heeft een nieuw verdienmodel nodig

De kern is dat we het verdienmodel van onze economie moeten vernieuwen. Ons land moet veel meer investeren in mensen. Voor toekomstige economische groei en welvaart is het van cruciale betekenis dat elke Nederlander zijn hele leven blijft leren. Daarbij gaat het niet alleen om de wetenschap, maar het totale onderwijs. Op dit moment is er sprake van een forse onderinvestering. Internationaal missen we daardoor de boot.

Nu het kabinet voorlopig in wat rustiger politiek vaarwater is beland, wordt het tijd om snel na te denken over fundamentele maatregelen die onze economie structureel versterken en leiden tot een verdienmodel voor de toekomst.

Het kabinet kan daarmee een start maken door nu al aan Brussel kenbaar maken dat we van nu af aan voorrang geven aan onze economie en werkgelegenheid boven Brusselse normen die daarbij in de weg staan.