Nieuws/Financieel
1045966
Financieel

Valutageweld raakt pensioenfondsen

Niet alleen bedrijven die actief zijn in opkomende markten zijn het afgelopen kwartaal hard geraakt door de valutaperikelen in landen als India, Brazilië en Turkije. Ook pensioenfondsen hadden last van de duikeling van hun lokale munten tegenover de euro. Al zat de pijn niet zozeer in de aandelenbeleggingen, maar meer in obligaties.

Dit blijkt uit een rondgang langs pensioenfondsen en hun vermogensbeheerders. Pensioenfondsen zijn de afgelopen jaren steeds meer in opkomende markten gaan beleggen.

Terwijl de uitkering die ze aan gepensioneerden uitbetalen gewoon in euro’s plaatsvindt. Dat brengt een valutarisico met zich mee. Als de koers van bijvoorbeeld de Indiase roepie omlaag knalt, zijn de beleggingen die de fondsen in dat land aanhouden ook ineens een stuk minder waard in euro’s. Tenzij de koersen van de aandelen en obligaties zelf fors zijn gestegen.

Beleggers kunnen zich indekken tegen een forse daling (depreciatie) van de munteenheid waarin ze hun geld hebben gestoken. Maar in de praktijk gebeurt dit nauwelijks bij opkomende markten. Dit is een dure grap, vanwege het volume en de gespreidheid van de beleggingen. Ook speelt mee dat pensioenfondsen gezien het groeipotentieel van opkomende economieën doorgaans juist rekenen op een waardestijging (appreciatie) van de lokale valuta.