1047489
Financieel

Column: Klimaatbeleid is hoofdpijndossier Rutte III

Deze week is het kabinet Rutte III, na twee dagen debatteren in de Tweede Kamer, goed van start gegaan. Voorlopig kan de nieuwe ploeg rekenen op een welwillende houding van de linkse oppositie.

Door de bezuinigingen op de wijkverpleging in de ijskast te zetten en aan te kondigen dat de bewindslieden van Rutte III zaken met oppositiepartijen willen doen, gaat Mark Rutte voortvarend uit de startblokken. Het debat over de regeringsverklaring maakt ook duidelijk dat Klaas Dijkhoff, de nieuwe fractievoorzitter van de VVD, een aanwinst voor de Tweede Kamer is. Wij zien hem als de ’winnaar’ van het debat. Jesse Klaver boekte een succesje met een afspraak met Erik Wiebes, de minister van Economische Zaken en Klimaat, om samen verder te praten over een Klimaatwet. Lodewijk Asscher kan zowel tevreden zijn met zijn oppositie-optreden als met de door hem slim geclaimde toezegging van het kabinet over de wijkverpleging.

Dividendbelasting

De oppositie kreeg de aangekondigde verlaging van de dividendbelasting, waarmee €1,4 miljard is gemoeid, nog niet van tafel. Het kabinet wil daaraan vasthouden om zo Nederland aantrekkelijk te houden voor buitenlandse investeerders. In een eerdere column schreven we al dat er veel betere opties zijn. Dit bedrag moet aangewend worden om innovatieve investeringen en banen in Nederland aan te moedigen, onder meer op het terrein van nieuwe technologie en klimaat. Dit kan door de introductie van eenvoudige fiscale stimulansen voor ondernemers. Onze ervaring is dat buitenlandse bedrijven en investeerders dit veel belangrijker vinden dan de dividendbelasting die slechts voor een zeer kleine groep investeerders van belang is. Wij verwachten dan ook dat het verlagingsvoorstel voor de dividendbelasting het niet zal halen, maar dat de 1,4 miljard zal worden aangewend om het bedrijfsleven in eigen land, met name het midden- en kleinbedrijf, een extra innovatieve impuls te geven en dat levert bovendien banen op.

Klimaatambities

Bij de presentatie van het regeerakkoord maakte de onderhandelaars trots bekend dat Rutte III het groenste kabinet in de geschiedenis van Nederland gaat worden. Van veel kanten werd het ambitieuze klimaatprogramma waarmee de uitstoot van CO2 bijna gehalveerd wordt, terecht toegejuicht. Maar er verschenen na dit gejuich al snel kritische kanttekeningen. Zo wijzen critici op de onverstandige keuze van de opslag van CO2 onder de grond, wat wij in een eerdere column ook hebben afgewezen. Daarnaast ontbreekt het aan concrete instrumenten waarmee de klimaatambities daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.

Vorige week werd duidelijk dat het klimaatbeleid voor Rutte III een hoofdpijndossier dreigt te worden. Volgens berekeningen van het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL) haalt het kabinet met de voorgenomen maatregelen hooguit de helft van de eigen klimaatdoelen. Het PBL concludeert ook dat het huidige klimaatbudget van ruim 3 miljard euro onvoldoende is en dat ten minste 7-10 miljard euro nodig is. Deze klimaatadviseur van het kabinet stelt tevens vast dat de vliegtuigbelasting en kilometerheffing voor vrachtwagens geen effectieve instrumenten zijn om de uitstoot van CO2 te verminderen. Vooral door klimaatactivisten worden extra belastingheffingen op bedrijven en burgers voorgesteld. Ze menen ten onrechte dat langs deze weg de klimaatdoelstellingen wel gehaald worden. Deze lastenverzwaringen hebben negatieve effecten op de groei van onze economie, leiden tot een lagere koopkracht van burgers en vernietigen banen en leveren bovendien geen klimaatwinst op.

Het beste klimaatbeleid

Onderzoek wijst uit dat de vermindering van de uitstoot van CO2 het beste kan worden gerealiseerd met de inzet van innovatieve technologieën. Deze leiden tot energiearme productieprocessen, een afname van het energieverbruik in kantoren en woningen en een snellere energietransitie van fossiel naar duurzame energie. Zo zal de komende jaren door nieuwe technologie het rendement op zonnepanelen verdubbelen. Door volop het gebruik van green tech te bevorderen worden verschillende voordelen gerealiseerd. Deze technologie heeft steeds minder overheidssubsidies nodig om in het bedrijfsleven op grote schaal gebruikt te worden. Investeerders beschouwen het vaak nu al als goed renderende investeringen. Ze stimuleren bovendien de groei van een groene economie, scheppen veel nieuwe banen en versnellen de energietransitie. Een belangrijk voordeel is ook dat zo voorkomen wordt dat burgers en bedrijven straks te maken krijgen met lastenverzwaringen die nauwelijks klimaatwinst opleveren. Rutte III doet er daarom verstandig aan volop in te zetten op green tech, waarmee onder meer een groene waterstofeconomie kan worden gerealiseerd

Waterstofeconomie

Met de grootschalige inzet van nieuwe technologie kan de energietransitie van fossiel naar duurzaam worden versneld door het gebruik van schone waterstof. Technische knelpunten en hoge kosten die tot voor kort barrières opwierpen voor dit gebruik, bijvoorbeeld als brandstof voor verkeer en vervoer en andere sectoren zoals de chemische sector, zijn voor een belangrijk deel opgelost. Mits voor een voldoende schaalgrootte wordt gekozen, maken deze ontwikkelingen het mogelijk de overgang van een fossiele economie naar een schone waterstofeconomie aanzienlijk te versnellen.

Eerder schreven al dat binnen de kringen van beleidsmakers, maar ook in ons bedrijfsleven, nog gedacht wordt dat vanwege de ‘oude’ knelpunten waterstof geen optie is. Deze opvatting is inmiddels achterhaald door innovatieve technische oplossingen. Daarnaast zal de kostprijs van schone waterstof aanzienlijk dalen door bij de productie (elektrolyse) gebruik te maken van overtollige duurzame energie. Zo kan bij windparken in de Noordzee voor de opslag van waterstof gebruik worden gemaakt van lege gasvelden of door deze via bestaande gasleidingen naar het vaste land te transporteren. Het elektrolyseproces kan daar plaatsvinden dicht bij de bron. Voor opslag en vervoer kan deze waterstof ook worden omgezet in ammoniak. In de auto-industrie zien we recent een onverwachte ontwikkeling. De kans is groot dat elektrische auto’s die op batterijen rijden het moeten afleggen tegen elektrische waterstofauto’s die op brandstofcellen rijden. Volgens een wereldwijde enquête onder topfunctionarissen in de auto-industrie is dit de meest kansrijke vorm van elektrisch vervoer op de langere termijn.

Rutte III kan met de opbouw van een schone waterstofeconomie geschiedenis schrijven als het groenste kabinet ooit.