Nieuws/Financieel

Bankenunie verder in de steigers gezet

De Europese bankenunie krijgt steeds meer vorm, al zijn er nog veel knopen door te hakken. Dit weekeinde overlegden de EU-ministers van Financiën in de Litouwse hoofdstad Vilnius. Het centrale thema was het optuigen van een mechanisme dat in werking moet treden als een bank failliet dreigt te gaan. Ondanks de ferme bezwaren van Duitsland toonde minister Jeroen Dijsselbloem zich optimistisch.

„In het begin vallen er altijd scherpe woorden van: Onacceptabel! Dit kan niet! Maar ik denk dat we voor het einde van het jaar deze discussie afgerond hebben. Dat is haalbaar”, aldus Dijsselbloem.

Volgens de plannen moeten er een Europees resolutieautoriteit en een resolutiefonds komen, dat door de financiële sector gefinancierd moet worden. Het is de bedoeling dat de toezichthouder op de banken in de eurozone (de Europese Centrale Bank) signaleert wanneer een bank in moeilijkheden komt. Het bestuur van de resolutieautoriteit zal de zaak dan overnemen, bestuderen en een advies over het faillissement formuleren. Uiteindelijk is het dan de Europese Commissie die het eindbesluit neemt.

Maar dat laatste stuit op juridische vraagtekens van Duitsland. Zij zien het niet zitten dat Brussel het oordeel geeft en willen liever een netwerk van nationale fondsen optuigen. Dijsselbloem vindt dit laatste onnodig gecompliceerd en vindt de rol voor Brussel dan ook niet problematisch. „Of je doet dit Europees, met de bevoegdheden en het fonds, of je houdt het nationaal”, aldus de minister. Maar dat laatste vindt hij een stap terug.

Europees commissaris Michel Barnier (Interne markt) ontkent stellig dat de voorstellen indruisen tegen EU-regels. „Als er een beter alternatief is, prima. Het is niet dat wij per se deze taak willen. Maar Europa heeft een resolutieautoriteit nodig die op de knop drukt als dat nodig is.”

Het resolutiemechanisme vormt een van de bouwstenen van een Europese bankenunie. Zo werd het bankentoezicht al geregeld. Bovendien spraken de EU-landen af dat ze dezelfde stappen nemen om een zwakke bank overeind te houden. Daarbij moeten de aandeelhouders en schuldeisers in ieder geval een deel van de redding betalen (een zogenoemde bail in).

„De rekening moet terug naar de sector”, benadrukt Dijsselbloem het belang van de plannen. Het moet over zijn dat de banken overeind gehouden moeten worden met belastinggeld. „De economische groei in Europa wordt feitelijk vertraagd door het niet functioneren van de financiële sector”, aldus de minister. Er moet dus vaart worden gemaakt met de bankenunie.