1061992
Financieel

Nederland verkeert in zwaar weer

Afgelopen maandag hield premier Mark Rutte een lezing waarin hij sprak over de economische kracht van Nederland en de noodzaak om de komend jaren veranderingen door te voeren. Bezuinigingen moeten daarvan een onderdeel zijn, zo maakte hij duidelijk. Rutte was ook vol lof over ons land en wees trots op het feit dat Nederland één van de vijf meest concurrerende landen ter wereld is.

Daarom zei hij er een goed vertrouwen in te hebben we uit de crisis komen. De premier gaf ook te kennen dat hij geen aanhanger is van een integrale visie op de toekomst van ons land.  Hij hield het er op dat Nederland sterker moet worden. Op zich is daar begrip voor op te brengen. Als aanvoerder van de regeringscoalitie moet Rutte voortdurend schipperen tussen de opvattingen van zijn eigen VVD en die van de PvdA en die verschillen nogal. Daarom moeten er steeds compromissen gesloten worden en dat zijn vaak niet de beste oplossingen om onze economie aan te zwengelen.

De lezing heeft van alle kanten reacties uitgelokt. Over één ding waren vriend en vijand het eens. Mark Rutte maakte indruk. Hij hield zijn betoog volledig uit het hoofd en oogstte daarmee veel bewondering. Maar verder overheerste de kritiek: Rutte had geen visie. Daar valt mee te leven, zeker in het geval de premier wel duidelijk zou hebben gemaakt met welke concrete maatregelen zijn kabinet Nederland uit het slop zal halen. Maar die ontbraken in zijn betoog, terwijl heel Nederland daarop juist zit te wachten. De noodzaak werd al een dag na zijn lezing onderstreept door de publicatie van de internationale concurrentieranglijst 2013-2014 van het World Economic Forum (WEF).

Geen reden trots te zijn

Door het WEF wordt jaarlijks van ruim 140 landen in de wereld de economische concurrentiekracht bepaald aan de hand van een groot aantal factoren. Het gaat daarbij om de zwakke en sterke punten die onder meer betrekking hebben op de omvang van de overheid, de economische prestaties, het ondernemingsklimaat, de belastingdruk, de arbeidsproductiviteit, het onderwijspeil, het niveau van innovatie enz. Het is een gezaghebbend lijst die jaarlijks wordt uitgebracht en wereldwijd veel aandacht trekt. In zijn rede maakte Rutte dan ook trots gewag van de vijfde plaats van Nederland op de ranglijst van vorig jaar. Zou hij zijn lezing een paar dagen later hebben gehouden dan zou hij vast niet naar deze lijst hebben verwezen. Op de nieuwste ranglijst is Nederland gezakt naar de achtste plaats. De zoveelste domper voor ons land. Enkele weken terug meldde de Europese commissie dat Nederland op dit moment tot de economisch zwakste landen van de EU behoort. De internationale pers ging daarmee aan de haal en schilderde ons land zelfs af als de zieke man van Europa. In politiek Den Haag is nogal laconiek gereageerd op de lagere plaats op de wereldranglijst voor concurrentiekracht. Ook een plek in de top tien is mooi, zo was de reactie.

Straks buiten de top tien

Blijkbaar is binnen de politiek nog niet het besef door gedrongen dat onze economie slecht presteert en dat er met het huidige beleid van bezuinigingen en lastenverzwaringen geen perspectief is op verbeteringen. De lagere plaats op de lijst heeft vooral te maken met onvoldoende innovaties en een gebrek aan voldoende kredietverlening aan ons bedrijfsleven. Daarnaast leiden de inflexibele arbeidsmarkt, de bureaucratie en de hoge lastendruk tot problemen in de Nederlandse economie. Kijken we naar de uitgelekte beleidsmaatregelen voor volgend jaar, die op Prinsjesdag worden gepresenteerd dan, is de kans groot dat Nederland in 2014 buiten de top tien zal vallen. Het is waarschijnlijk te laat om deze afgang nog te voorkomen. Op de ranglijst 2000- 2001 stonden we nog op plek vier.

 

Het grote belang van innovaties

De top vijf van de nieuwste ranglijst bestaat uit Zwitserland, Singapore, Finland, Duitsland en de VS. Ook Zweden en Hong Kong staan boven Nederland. Uit de toelichting op de ranglijst valt vooral op hoe belangrijk innovaties zijn voor de prestaties van een economie. Wereldwijd wordt innovatie beschouwd als de motor van de economie. Het wordt dan ook hoog tijd dat de politiek en het bedrijfsleven daarop de nadruk gaan leggen. Dat doen we nu niet. Het uitgavenniveau ligt in Nederland met 1,84% onder het EU-gemiddelde en ruim onder de Europese doelstelling van 3%, en heeft een dalende tendens.

Als Nederland innovatiever wil worden, en dat is voor onze toekomstige welvaart hard nodig, dan moeten er ten minste vijf problemen worden opgelost: meer en beter ondernemerschap, betere samenwerking tussen onderwijs- en onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven, het inzetten van innovatieve ict, een sterkere nadruk op het succesvol wegzetten van innovaties in de markt en het ontwikkelen van inspirerende toekomstvisies. Voor onze welvaart zijn we sterk afhankelijk van de prestaties van de export. Daarvoor is in ieder geval meer en beter ondernemerschap nodig en voortdurende innovaties. Om geld te blijven verdienen op de wereldmarkt moeten bedrijven regelmatig met nieuwe producten en diensten komen. Dat doen we niet goed genoeg.

De praktijk leert dat innovatie teamwork vereist. Daarbij gaat het om een adequate samenwerking tussen middelbaar, hoger onderwijs, universiteiten, onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven. In Nederland komt deze samenwerking onvoldoende van de grond. Daarnaast is er dringend behoefte aan meer technisch opgeleide werknemers en meer ondernemerschap.

De Nederlandse overheid geeft relatief weinig uit aan onderwijs; rond de 5,5 procent van ons BBP. Ons land kan op de internationale ranglijsten alleen maar hoger opkomen als ons onderwijs efficiënter wordt en de overheid meer geld in onderwijs en onderzoek gaat investeren. Volgens internationale studies zal elke euro die extra aan onderwijs wordt uitgegeven uiteindelijk een rendement opleveren van rond de 10%. Op termijn leveren deze investeringen een extra economische groei op die kan oplopen tot 1 procentpunt.