Nieuws/Financieel
1067903
Financieel

Fysiek en synthetisch repliceren

ETF’s kunnen gebruik maken van fysieke of synthetische replicatie. De eerste methode wordt verreweg het meeste gebruikt en houdt in dat een indexfonds een representatief deel of alle componenten van een index in de portefeuille aanhoudt om zo natuurgetrouw een index na te bootsen.

Hierdoor is sprake van een in hoge mate transparante belegging met een lage tracking error. Dat is het verschil tussen het rendement van het indexfonds en dat van de index die het nabootst.

Fysieke replicatie

  • Eenvoudige en transparante belegging;
  • Lage tracking-error;
  • Geen tegenpartijrisico zolang effecten niet worden uitgeleend. 

Swapovereenkomst

Voor sommige indices is fysieke replicatie lastig te realiseren. Een aanbieder van een fysieke ETF die de MSCI Emerging Markets Index een-op-een volgt, wordt flink op kosten gejaagd omdat het ruim 1.500 fondsen uit 21 landen moet gaan aan- en verkopen. Daarnaast zijn sommige beurzen ook ontoegankelijk voor beleggers, zoals die van India. In deze gevallen is synthetische replicatie meer zinvol.

In geval van synthetische replicatie sluit een fondsaanbieder een swapovereenkomst met één, maar vaak meerdere zakenbanken. De swap-tegenpartij(en) ontvangt het geld dat beleggers in het indexfonds hebben gestoken en levert in ruil een mandje effecten: het onderpand of zogeheten ‘referentiemandje’. Daarin kunnen net zo goed effecten zitten die geen enkele relatie hebben met de index. De bedoeling is dat het referentiemandje hetzelfde rendement geeft als de index, maar veel zorgen daarover hoeft de ETF-aanbieder zich niet te maken omdat met de tegenpartij(en) is afgesproken dat hij het rendement van het onderpand uitruilt tegen dat van de index.

Synthetische replicatie

  • Relatief goedkoop en betrouwbaar;
  • Index kan zeer nauwkeurig nagebootst worden;
  • Toegang tot gesloten en/of minder liquide markten.

Geschiedenis

De eerste ETF die gebruik maakte van fysieke replicatie - een ETF met de S&P 500 index als benchmark - zag in 1993 het levenslicht. Anno 2013 maakt het leeuwendeel van de ETF’s gebruik van fysieke replicatie. Marktleider iShares heeft een sterke voorkeur voor fysiek repliceren en ook andere distributeurs van ETF’s kiezen momenteel massaal voor fysieke replicatie. Na een fel debat over replicatiemethoden oordeelde de European Securities and Markets Authority (ESMA) eind juli 2012 echter dat beide methoden mogen.