Nieuws/Financieel
1085683
Financieel

Slimme index mikt op extra rendement

Indexbeleggen biedt beleggers een gemiddeld rendement tegen lage kosten. Aanbieders van 'smart beta'- producten willen extra rendement bieden met een slimme index. „De term suggereert passief indexbeleggen, maar dat is niet juist, het is een actieve strategie met bijbehorende risico’s”, waarschuwt echter Erik Rubingh, aandelenbelegger bij vermogensbeheerder F&C Investments.

Indexproducten worden als tracker, etf of indexfonds verkocht. Na aftrek van zeer lage kosten geven ze het rendement van indices als de S&P500, MSCI World of, dichter bij huis, de AEX. Die kosten zijn laag omdat er geen legertje analisten en dure research nodig zijn om te bepalen waarin er wordt belegd. Indexvolgers beleggen precies volgens het indexmandje, de graadmeter voor de gemiddelde ontwikkeling van een beurs, sector of regio.

Rendement

Indexbeleggers krijgen daarmee het marktgemiddelde rendement, iets wat 70 tot 80% van de actieve beleggingsfondsen die de index proberen te verslaan en daarvoor hoge kosten maken, niet lukt. Indexbeleggen heeft dus sterke troeven. Echter, er komen steeds meer trackers of etf’s die niet een bekende index volgen, maar een waaraan de aanbieder zelf heeft gesleuteld. Te herkennen aan de term smart beta of alternative beta.

Rubingh beheert bij F&C €5,7 miljard voor met name institutionele beleggers middels aan ’smart beta’ gerelateerd ’kwantitatief aandelenbeheer’. Met de term smart beta is hij minder gelukkig. Die lijkt door marketeers bedacht om mee te liften op het succes van indexbeleggen.

Beleggers krijgen echter geen indexbelegging in de traditionele zin en dat kunnen ze maar beter vooraf weten, aldus Rubingh. „De kern van smart beta is dat het juist afwijkt van de meeste bekende indices die beleggers dagelijks als beursgraadmeter volgen. In die zin is het een actieve beleggingstrategie.”

Risico

Het risico van actief beleggen is dat beleggers meer maar ook minder dan het marktgemiddelde rendement kunnen verdienen. Dat marktgemiddelde wordt per definitie weergegeven door een marktkapitalisatiegewogen index, zoals de S&P 500 en de AEX. Zo’n index bevat de grootste bedrijven op een beurs, waarbij de grootste bedrijven naar marktkapitalisatie – de waarde van alle uitstaande aandelen samen – ook het zwaarst in die index wegen.

Dat betekent echter wel dat een belegger in zo’n index fors is belegd in de grootste bedrijven. Voor een obligatiebelegger voelt dat nog wat enger: je zit in een mandje waarin landen met de zwaarste schuldenlast – zij hebben dan een grote staatsobligatiemarkt – heel zwaar wegen. Dat levert risico op als een van die markten in elkaar zakt. Een obligatie-index waarbij financieel gezonde landen het zwaarste wegen, zou een belegger voor zo’n klap behoeden.

Smart beta kan dus zeker een nuttige strategie leveren, stelt Rubingh. „Maar het is wel van belang te weten in welke strategie je precies belegt.” Zo zijn er varianten die vooral een hoger rendement willen halen, door alleen ondergewaardeerde bedrijven (value) in een indexmandje op te nemen. Of juist bedrijven met een hoog dividend. Ook zijn er die het risico willen beperken met bedrijven waarvan de koers weinig schommelt: low volatility. Anderen volgen weer een index met enkel duurzame bedrijven. Een of enkele keren per jaar wordt de index aangepast – bedrijven die niet langer aan de criteria voldoen gaan eruit, nieuwe komen erin.

Lage kosten

Die strakke systematische beleggingsaanpak – het volgen van een zelf in elkaar gesleutelde index – houdt de kosten laag, stelt Rubingh. De kosten van smart beta zullen doorgaans daardoor lager liggen dan die van actieve fondsen. „Bovendien kun je in zo’n model zonder veel moeilijkheden meer vermogen uitzetten dan bij een echt actief fonds. Dat levert schaalvoordelen op.”

De Nederlandse indexbelegger Index Capital maakt beperkt gebruik van smart beta strategieën. Directeur Remco Mattijssen: „Denk aan een low-volatility indextracker. Uit onderzoek blijkt dat aandelen met minder volatiliteit en een verondersteld lager risico op lange termijn voor een beter rendement kunnen zorg dragen dan aandelen opgenomen in een gewone index. Echter, pas in bepaalde stresssituaties zal pas blijken hoe deze nieuwe innovatieve indextrackers zich zullen gedragen. Wij richten ons, voorzichtigheidshalve, daarom vooral op bestaande indextrackers die zich de afgelopen jaren al bewezen hebben.”

Oppassen

Mattijssen: „Het volgen van dit soort speciaal gebouwde indices wordt vaak gedaan door institutionele beleggers, maar ze worden ook steeds toegankelijker voor particuliere beleggers. Het blijft wel oppassen om niet de essentie van indexbeleggen te verliezen: goedkoop, liquide, transparant en eenvoudig.”

Zo wijst Mattijssen op het risico van de ’gelijkgewogen index’, waarin minder goed verhandelbare kleine bedrijven even zwaar wegen als grotere bedrijven. „Dat kan voor liquiditeitsproblemen zorgen. Daarnaast kunnen bepaalde indices zo complex worden samengesteld dat kernwaardes als ’transparantie’ en ’eenvoud’ tenietgedaan worden.”