1093705
Financieel

Rutte, schrap energiesubsidies!

In politiek Den Haag is het kabinet Rutte 2 druk bezig om een ombuigingspakket samen te stellen van ongeveer € 6 miljard. Naar verwachting zullen de maatregelen voor circa €2 miljard bestaan uit nieuwe lastenverzwaringen op burgers en bedrijven en voor het restant uit bezuinigingen op de overheidsuitgaven.

Dit pakket moet er toe leiden dat het overheidstekort in 2014 in de buurt komt van de Europese norm van 3% bbp. In eerdere columns hebben wij al opgemerkt dat door de extra ombuigingen de Nederlandse economie verder in het slop zal raken. Deze week bleek uit het Kamerdebat dat de ploeg van Rutte de negatieve effecten weliswaar onderkent, maar wijst op de afspraken met Brussel. Maar daar had eerlijkheidshalve wel aan toegevoegd moeten worden dat het kabinet met een slimmere opstelling in de Europese arena, net als Frankrijk, uitstel tot 2015 had kunnen krijgen. Daardoor zouden de negatieve gevolgen voor onze economie en werkgelegenheid beperkt kunnen worden.

Gigantische economische schade

De economische schade die het ombuigingspakket veroorzaakt, valt in het niet bij de gigantische schade die wordt aangericht als het kabinet blijft vasthouden aan de in het regeerakkoord afgesproken maatregelen om het aandeel duurzame energie van nu ruim 4% te laten groeien tot 16% in 2020. Ook hier gaat het om een Europese afspraak waarbij in het akkoord de Europese 14%-norm voor groene energie is verhoogd tot 16%.

Om misverstanden te voorkomen: wij zijn om verschillende redenen voorstander van een ambitieus klimaat- , milieu- en energiebeleid. Met een vergroening van onze economie zijn veel voordelen te behalen. Minder uitstoot van schadelijke broeikasgassen, minder luchtverontreiniging en een kleinere afhankelijkheid van onberekenbare buitenlandse gasleveranciers. Bovendien kan bij een inzet van een goed gekozen mix van maatregelen zowel de groei als de werkgelegenheid een extra impuls krijgen.

Bezemwagen

De afgelopen twintig jaar is dat niet gelukt. Er is sprake geweest van een zwabberend beleid dat totaal is mislukt. Het wordt gekenmerkt door een lappendeken aan regelingen, zoals energieheffingen, subsidies, fiscale aftrekposten en ingewikkelde milieuvoorschriften die bovendien om de haverklap worden gewijzigd of afgeschaft.

Daardoor zit Nederland op dit moment in de Europese bezemwagen als het gaat om hernieuwbare energie en behoren we tevens tot de ‘vuilste’ landen van de EU. Ook de poging om in ons land een goed lopende windenergiesector op te bouwen is faliekant mislukt. Veelbelovende vernieuwende technologie is aan China verkocht en windturbines moeten we kopen in Denemarken en Duitsland.

We zitten nu opgescheept met een kleine sector die al decennia lang verliesgevend is en die tegen beter weten in overeind wordt gehouden met overheidssubsidies. Alleen al in de periode 2005-2012 ging het om een bedrag van meer dan € 2,5 miljard. Dit bedrag, weggegooid geld, is in hoofdzaak opgebracht door burgers in de vorm van een opslag op de energieheffing. Deze aantasting van de koopkracht remt de groei van onze economie. Daar komt nog bij dat we deze subsidies veel effectiever kunnen besteden aan onderzoek en ontwikkeling om de opwekking van duurzame energie goedkoper te maken.

Zonnetechnologie is de toekomst

Wereldwijd staat vast dat bij de duurzame energiebronnen zonnetechnologie ( het gaat om lichttechnologie) verreweg de beste kansen biedt. Overheidssubsidies voor andere bronnen van groene energie, in hoofdzaak wind en biomassa, zijn daarom geldverspilling. Bedacht moet worden dat er geen bedrijven en investeerders zijn te vinden die zonder forse subsidies van de overheid in een onrendabele technologie als windenergie willen investeren. En dat zegt genoeg. Biomassa moeten we ook vergeten; naast de mogelijke concurrentie met voedsel ligt het rendement veel te laag.

Het wordt dan ook hoog tijd dat we radicaal breken met het tot op heden gevoerde desastreuze en geldverslindende klimaat- en energiebeleid. In het huidige beleid is een hoofdrol weggelegd voor energieopwekking door wind op land en wind op zee.

Omdat windenergie niet rendabel is, zal mede afhankelijk van de prijsontwikkeling van gas en steenkool, de Nederlandse belastingbetaler de komende 15 jaar jaarlijks meer dan € 1,5 miljard aan subsidies moeten financieren om deze onrendabele investeringen in wind mogelijk te maken. Deze subsidies komen bovendien voor een belangrijk deel ten goede aan de buitenlandse leveranciers van windturbines en leveren nauwelijks een bijdrage aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen; minder dan 2% van onze totale jaarlijkse uitstoot.

Wind

In een recente notitie heeft het Centaal Planbureau ook berekend dat investeringen in wind op land voor Nederland nauwelijks extra werkgelegenheid opleveren en in een aantal provincies met te weinig wind waarschijnlijk nooit rendabel zullen zijn; deze windmolens draaien niet op wind, maar op subsidies.

Bovendien kleven er talloze bezwaren aan windenergie op land. De belangrijkste bezwaren zijn de grilligheid van wind, de relatief hoge onderhoudskosten bij molens, de geluidsoverlast, de horizonvervuiling, de aantasting van de woon- en leefomgeving en de mogelijke waardedaling van woningen. Daarnaast is het nodig zowel bij wind op land als op zee dure reserve capaciteit aan te houden bij de traditionele energiecentrales om bij te weinig wind toch voldoende elektriciteit te kunnen leveren.

Schrap alle energiesubsidies

Nog los van de hier boven vermelde bezwaren is het ook technisch gezien nauwelijks mogelijk de afgesproken 16% duurzame energie in 2020 te realiseren. Met een andere aanpak is de kans daarop groter en minder duur.

We schrappen alle subsidies voor duurzame energie en leggen energiebedrijven de wettelijke verplichting op om er voor zorg te dragen dat Nederland in 2020 kan voldoen aan de 16%-norm. Dit betekent dat ze aan burgers en bedrijven een wettelijk vastgesteld percentage duurzame energie moeten gaan leveren. Ze mogen zelf bepalen op welke wijze deze groene energie wordt opgewekt. Om te voorkomen dat dit percentage mede wordt gerealiseerd met behulp van zogenoemde (buitenlandse) groencertificaten worden die uitgesloten.

Biomassa

Vanwege de bezwaren die kleven aan biomassa telt ook de biomassabijstook in (kolen)centrales niet mee. Dit houdt in dat de energiebedrijven, zonder overheidssubsidies, zelf moeten gaan investeren in duurzame energieopwekking in Nederland of elders in Europa. Daarbij zullen ze kiezen voor technologie die vooral op de langere termijn het meest rendabel is en dat is geen wind, maar lichttechnologie ( zonnecellen).

Op dit moment zien we al dat vooral Duitse investeerders en energiebedrijven investeren in technologisch geavanceerde zonneparken in Spanje, Italië en Griekenland. De productiekosten van deze groene energie ( inclusief transportkosten vanuit deze landen) ligt nu al in de buurt van de kostprijs van elektriciteit opgewekt met gas. Verwacht wordt dat binnen vijf jaar door technologische ontwikkelingen ( geavanceerde zonnecellen en nanotechnolgie) en lagere productiekosten ook op locaties in Nederland zonnestroom zonder overheidssubsidies rendabel is. Die periode kan de Nederlandse overheid benutten om in samenwerking met het bedrijfsleven een prominente rol te gaan spelen op het terrein van deze innovaties. Dat levert voor ons land tevens nieuwe werkgelegenheid op.

Naast het schrappen van alle energiesubsidies zou Rutte 2 ook de zogenoemde verborgen subsidies voor fossiele brandstoffen moeten aanpakken. Daarbij gaat het om de schadelijke effecten voor het milieu en de volksgezondheid die het gevolg zijn van de broeikasgassen die bij de opwekking van fossiele energie worden uitgestoten. Voor deze schade ( vooral veroorzaakt door kolencentrales) betalen de energie bedrijven geen vergoeding. Het ligt voor de hand daarvoor een regeling te treffen; dat kan in de vorm van een heffing. Tegelijk moet er in het beleid veel meer nadruk gelegd worden op energiebesparing in huizen, kantoren en fabrieken. Daarbij gaat het nu al in veel gevallen om rendabele investeringen.

Onze aanpak leidt niet alleen tot een effectiever duurzaam energiebeleid, maar per saldo ook tot lagere lasten voor belastingbetalers. Deze verlaging hebben we hard nodig voor de noodzakelijke verbetering van de koopkracht, waardoor consumentenbestedingen kunnen toenemen.