1095778
Financieel

Met lapmiddelen redden we onze economie niet

Afgelopen donderdag maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat de werkloosheid in Nederland in mei is opgelopen tot 8,3 procent van de beroepsbevolking.

Die maand telde ons land een totaal aantal werklozen van 659.000. In de afgelopen drie maanden kwamen er gemiddeld 15.000 werklozen per maand bij. Vooral de werkloosheid binnen de leeftijdsgroep 25- tot 65-jarigen nam toe. De laatste maanden is die toename bijna geheel toe te schrijven aan het verlies aan werkgelegenheid en niet meer aan een toename van mensen die op zoek zijn naar werk.

Steeds meer bedrijven komen in slecht weer terecht. Ze hebben te maken met lagere omzetten en financieringsproblemen. Dit leidt niet alleen tot een stijging van het aantal faillissementen en een vernietiging van banen, maar ook tot een toenemende somberheid over het economisch klimaat. Dit wordt weerspiegeld in de stemmingsindex van consumenten en producenten die een pessimistisch beeld laat zien. Somberheid en pessimisme bij burgers en ondernemers zo leert de economische geschiedenis versterken de economische neergang.

Tot voor kort werd er in politiek Den Haag nog van uit gegaan dat het economische herstel voorzichtig was ingezet, maar inmiddels is dat optimisme de bodem ingeslagen. Dit jaar wordt een economische krimp verwacht van ongeveer 1 procent en voor volgend jaar mogen we blij zijn met een beetje groei. Maar omdat afgelopen woensdag het kabinet Rutte 2 het definitieve besluit nam om volgend jaar met een extra ombuigingspakket te komen van €6 miljard is de kans zeer groot dat onze economie nog verder in het slop zal raken en 2014 een jaar wordt van stagnatie, van nul groei.

Paniek voetbal

Door de aanhoudende economische malaise en de oplopende werkloosheid slaat ook in politiek Den Haag de wanhoop toe. Bij de presentatie van het Sociaal Akkoord in april van dit jaar zagen we nog een opgewekte polder met een vrolijke premier Mark Rutte en optimistische sociale partners. De vreugde over deze polderafspraken is snel weggeëbd. Dat is begrijpelijk want de resultaten daarvan zijn nog niet zichtbaar. Tegenstanders van het akkoord wijzen ook op de analyse van het Centraal Planbureau (CPB) waaruit naar voren komt dat het polderen op de korte termijn zelfs negatief uitpakt voor groei en werkgelegenheid. Maar in deze theoretische modelberekening wordt volledig voorbij gegaan aan de praktijk; het belang van het akkoord zit vooral in de positieve effecten op ons ondernemings- en arbeidsmarktklimaat. Die betalen zich pas uit op de langere termijn en dragen bij aan een gezonde ontwikkeling van onze economie. Daarom moet de ingezette koers nu niet worden verlaten; linksom of rechtsom zal het kabinet er zorg voor moeten dragen dat het akkoord gehandhaafd blijft.

Omdat een duidelijk antwoord op de huidige problemen ontbreekt, zien we in en buiten politiek Den Haag vormen van paniekvoetbal. Daarbij doelen we op de voorstellen voor banenplannen, arbeidstijdverkorting en VUT-regelingen. Het zijn recepten uit de oude doos. Zowel in ons land als in andere landen heeft de praktijk al lang uitgewezen dat deze lapmiddelen niet werken. Ze zijn niet effectief, verzwakken onze economie en kosten de belastingbetaler veel geld. Niet aan beginnen dus. Ook voor de oplopende jeugdwerkloosheid bieden deze regelingen geen oplossing. Daar moet de nadruk liggen op het voorkomen dat jongeren zonder diploma de arbeidsmarkt op gaan. Bij de keuze van hun opleiding moet ook veel meer gewezen worden op de kansen op een werkkring.

Herstel moet van bedrijfsleven komen

Het kabinet heeft, gezien ook de lege schatkist, op de korte termijn weinig mogelijkheden om de economie op te peppen. Bovendien zal het herstel van ondernemers moeten komen. Ondernemend Nederland kan zorgen voor het behoud van werkgelegenheid en het scheppen van nieuwe banen. Maar los van de economische malaise waar ze last van hebben, kunnen veel bedrijven moeilijk aan bedrijfskredieten komen. Mede daardoor liggen de bedrijfsinvesteringen op een laag niveau.

Het verleden heeft geleerd dat het kabinet over instrumenten beschikt waarmee het investeringsklimaat in Nederland snel kan worden verbeterd, zonder een structureel beslag te leggen op de overheidsbegroting. Daarbij gaat het om twee succesvolle fiscale maatregelen. De herinvoering van de mogelijkheid van een 100% vrije afschrijving voor bedrijfsinvestering en een verruiming van de achterwaartse fiscale verliesverrekening (carry back) van 1 naar drie jaar. Nu is dat slechts 1 jaar. Deze tijdelijke fiscale stimulansen zijn een oppepper voor onze economie en een impuls voor nieuwe bedrijfsinvesteringen. Daarnaast is het nodig dat bedrijven meer mogelijkheden krijgen om aan bedrijfskredieten te komen. Dat kan door de bestaande borgstellingskredietregeling sterk te vereenvoudigen, te verruimen en meer toe te snijden op het MKB, de motor van onze economie.

Het gaat hier om een zakelijke lening bij een bank waarbij de overheid garant staat voor een deel van de financiering. Daardoor kunnen gezonde ondernemingen die zelf onvoldoende zekerheden hebben gemakkelijker aan bedrijfskredieten komen. Op deze manier kunnen zij toch investeren. Met een vereenvoudiging en verruiming van de borgstellingsregeling kan het kabinet de kredietverlening aan het MKB snel en effectief vlot trekken.

In een vorige column gaven we al aan dat er een effectieve methode is om de Nederlandse economie snel aan te jagen door gebruik te maken van een publiekprivaat samenwerkingsproject. Met behulp van deze PPS-methode zou de overheid samen met het bedrijfsleven, buiten de rijksbegroting om, € 10 miljard in onze economie moeten pompen. Dit bedrag wordt aangewend voor het versneld uitvoeren van goed renderende investeringsprojecten op het terrein van de infrastructuur, het internet en duurzame energie. Daarmee kan een extra economische groei worden gerealiseerd van ongeveer 0,5 procent.