1097569
Financieel

Alarm: al zeven jaar geen economische groei in Nederland

De economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg luiden de alarmklok. Al zeven jaar is de Nederlandse economie niet gegroeid! Volgens het Centraal Planbureau (CPB) zal de waarde van onze economie (het BBP) in 2014 op vrijwel hetzelfde niveau liggen als in 2007.In de economische geschiedenis is deze stilstand ongekend. Bovendien zal de werkloosheid in 2017 met circa 7% op een historisch hoog niveau liggen. Vermeend en Van der Ploeg leggen de schuld vooral bij politiek Den Haag. Hervormingen zijn achterwege gebleven en door de ombuigingspakketten die een totaal van €46 miljard aan bezuinigingen en lastenverzwaringen omvatten, heeft de economie zware schade opgelopen. De economen roepen het kabinet op snel met maatregelen te komen die de groei aanjagen en presenteren daarvoor ook zelf praktische voorstellen.

Een mokerslag van € 52 miljard

Deze week publiceerde het Centraal Planbureau (CPB)  de economische vooruitzichten voor 2013 en 2014. Dit jaar krimpt de economie met 1% en kampt de overheid met een begrotingstekort van 3,5%. Voor 2014 voorspelt het CPB een licht herstel met 1% groei en een tekort van 3,7%. Ons nationaal inkomen (BBP) zal in 2014 op vrijwel hetzelfde niveau liggen als in 2007. Het wordt hoog tijd dat de alarmbellen gaan rinkelen. Volgens deze raming is de Nederlandse economie in zeven jaar niet gegroeid! Bovendien is de kans zeer groot dat de 1% groei die het CPB voor 2014 raamt niet wordt gerealiseerd. Als gevolg van het door Brussel geëiste extra ombuigingspakket van € 6 miljard zal dit lichte economische herstel in de kiem worden gesmoord. Als het kabinet Rutte 2 inderdaad zo onverstandig is om aan de Europese eis te voldoen dan wordt 2014 een jaar van nul groei in plaats van de 1% die het CPB voorspelt en ook een jaar waarin de werkloosheid verder zal oplopen tot het historisch hoge niveau van 7%.

In een vorige column schreven we al dat vrijwel alle economen, internationale economische denktanks en zelfs het strenge IMF aandringen op een pas op de plaats. Verdere bezuinigingen beschadigen de economie en leiden tot een vernietiging van banen. En we hebben juist extra groei nodig om werkgelegenheid te scheppen en het tekort effectief terug te dringen. Politiek Den Haag heeft de neiging de slechte prestaties van onze economie toe te schrijven aan een tegenvallende wereldhandel. Op zich is het waar dat de Nederlandse economie sterk afhankelijk is van wat er in het buitenland gebeurt. Maar dat is geen geloofwaardig excuus meer voor zeven jaar geen groei.

Ook al niet omdat ons land de afgelopen jaren in de Europese achterhoede is beland van lidstaten die opvallen door slechte economische prestaties. Voor een belangrijk deel is het de schuld van de politici in Den Haag. In tien jaar tijd vijf kabinetten die noodzakelijke economische hervormingen niet hebben opgepakt of hebben uitgesteld. Ook is niet adequaat ingespeeld op de wereldwijde opmars van de interneteconomie. De economische groei zal het komende decennium vooral moeten komen van slimme internettoepassingen en daaraan gerelateerde ontwikkelingen. We staan aan de vooravond van de smartphone- en tableteconomie.

Sinds 2010 is een totaal aan ombuigingspakketten afgesproken die inclusief de extra €6 miljard optellen tot ongeveer € 52 miljard. Dit bedrag omvat naast bezuinigingen op overheidsuitgaven vooral lastenverzwaringen op burgers en bedrijven. In potentie heeft ons land, dat laat ook het verleden zien, een sterke economie. Maar zelfs de Nederlandse econome is niet bestand tegen deze mokerslag die ook nog eens gepaard gaat met een gebrek aan groeistimulansen.

Economie het slachtoffer van politiek probleem

Alleen al de aankondiging van het kabinet dat het zich zal houden aan de Europese afspraak leidt tot een verdere deuk in het consumenten en producentenvertrouwen. Een veeg teken is ook de daling van zogenoemde ondernemingsklimaatindex. Ondernemers vrezen dat het kabinet de economie kapot bezuinigt en zullen daardoor terughoudend worden met hun bedrijfsinvesteringen. De coalitie van VVD en PvdA weet heel goed dat een extra ombuigingspakket desastreuze effecten heeft op onze economie en de werkloosheid verder om hoog zal jagen, maar is de gevangene van het vorige kabinet dat zich in Brussel keihard heeft opgesteld ten opzichte van de economische zwakkere eurolanden.

Het kabinet Rutte 1 eiste in 2011 van Brussel dat lidstaten die zich niet hielden aan de Europese begrotingstekortnorm van 3% zouden worden aangepakt. De Europese Commissie en de andere eurolanden zijn deze opstelling niet vergeten. Politiek gezien had Rutte 2 deze week geen ruimte meer om niet akkoord te gaan met de eis van EU-begrotingscommissaris Olli Rehn om in 2014 ten minste € 6 miljard om te buigen.

Tegen deze achtergrond zit er niets anders op de schade voor onze economie zo veel mogelijk te beperken. Dat vraagt in ieder geval om een ombuigingspakket waarin burgers en bedrijven worden gespaard. Dit houdt in dat lastenverzwaringen voorkomen worden en dat de nadruk wordt gelegd op maatregelen die leiden tot een kleinere en effectievere overheid en dat de al afgesproken hervormingen naar voren worden gehaald.

Daarnaast zal de coalitie, ondanks het gebrek aan financiële middelen, ook met maatregelen moeten komen waarmee de economie wordt opgepept. Dit kan met tijdelijk fiscale stimulansen die geen structureel beslag op de begroting leggen en waarvan het verleden heeft geleerd dat ze effectief zijn. Met een tijdelijke 100% vervroegde fiscale afschrijving kunnen de bedrijfsinvesteringen worden aangejaagd. De bouw kan worden gestimuleerd door het verlaagde btw-tarief (6%) op de arbeidskosten bij verbouwingen en renovaties ook toe te passen op nieuw te bouwen huizen.

Een investeringsimpuls van 10 miljard

Daarnaast moet het kabinet de vastgelopen economie vlot trekken met een impuls van € 10 miljard. Dit bedrag komt niet uit de schatkist, maar wordt voor de helft gefinancierd uit een speciale staatslening en de andere helft door het bedrijfsleven. Samen met het bedrijfsleven wordt er, in de vorm van publiek private samenwerking (PPS), een selectie gemaakt van goed renderende investeringsprojecten die werk scheppen en de structuur van onze economie versterken. Voorbeelden van deze projecten zijn: investeringen in lokale en regionale zonne-energieparken, de aanleg van super snelle internetverbindingen, investeringen in 3D-printtechnologie, in een nieuwe sector internet of things, in energieplus woningen en gebouwen, in (tol)wegen, in snelle railverbindingen en een beter openbaar vervoer. Met dergelijke projecten is het mogelijk jaarlijkse rendementen van gemiddeld 4%-5% te realiseren.

Weliswaar neemt onze staatsschuld door deze lening wat toe, maar daar tegenover staan wel goed renderende staatsbezittingen. Bovendien hoeft ons land zich (nog) geen zorgen te maken over de staatsschuld. Nederland behoort in de wereld tot de landen met de laagste overheidsschuld en kan lenen tegen minder dan 2%. Bij een dergelijke PPS opzet draagt het bedrijfsleven niet alleen bij in de financiering, maar brengt ook knowhow mee die binnen de overheid in onvoldoende mate aanwezig is. Deze aanpak leidt niet alleen tot een verbetering van onze economische infrastructuur, meer duurzame energie, extra werkgelegenheid, vooral in de bouw, maar ook tot extra economische groei van rond de 0,5%.