1099962
Financieel

Onnodige paniek

Deze week kwam het Centraal Plan Bureau (CPB) met een paniekerige beleidsnotitie waarin staat dat de Nederlandse staatsschuld riskant hoog is. Deze schuld ligt op dit moment rond de 72% BBP en zal mede door onze krimpende economie volgend jaar oplopen richting 75% BBP.

Volgens de economen van het CPB is het op economische gronden nodig dat deze schuld geleidelijk wordt afgebouwd tot 60% BBP. Beweegt de staatschuld zich tussen 80% en 100% van het BBP dan zal volgens deze rekenmeesters de economische groei worden afgeremd. Deze bewering valt vooral op, omdat in recente internationale economische publicaties korte metten is gemaakt is met dit type becijferingen en redeneringen.

De afgelopen jaren zijn ze door voorstanders van een snelle schuldenreductie gebruikt als bewijsmateriaal voor forse bezuinigingen op de overheidsuitgaven. Dat dit bewijs niet deugt, staat inmiddels vast. Bovendien wijzen criticasters van dit materiaal er terecht op dat de oplopende staatschuld voor een belangrijk deel het gevolg is van een lage economische groei. Daarnaast staat ook vast dat bezuinigingen en lastenverzwaringen, in politiek Den Haag aangeduid als ombuigingen, de groei afremmen. Daardoor leveren ze per saldo nauwelijks een bijdrage aan een vermindering van het begrotingstekort en de staatsschuld. Zo zal een ombuigingspakket van bijvoorbeeld €10 miljard, mede afhankelijk van de gekozen maatregelen, slechts leiden tot een tekortreductie van €5-€6 miljard. Omdat door dit pakket de groei wordt afgeremd en de werkloosheid oploopt, staan tegenover deze 10 miljard lagere belastinginkomsten en extra overheidsuitgaven. Een lagere groei leidt tot minder inkomsten voor de schatkist en tot hogere uitgaven voor uitkeringen vanwege de toename van het aantal werklozen.

Gebrek aan groei is het probleem

Vergelijken we de Nederlandse staatsschuld met die van andere landen dan is er geen enkele reden tot paniek (zie box 1). De meeste landen hebben een grotere staatsschuld en hebben daar blijkbaar weinig last van: ze hebben een economisch groei die hoger is dan bij ons. Voorstanders van een snelle afbouw van de staatschuld wijzen naast de omvang, ook op de rentebetalingen. Dat laatste zou tot problemen kunnen leiden. Maar voorlopig is dat niet het geval.

De rentelasten over de Nederlandse staatsschuld liggen op een historisch laag niveau, rond de 2% van het BBP. De afgelopen veertig jaar lag dit percentage fors hoger. Bijvoorbeeld in de periode 1990-1994: bij een staatsschuld van 77% BBP was dat 5,9% BBP. De gemiddelde economische groei lag toen rond de 2%. Tegenover de rentebetalingen staan voordelen voor nu en de toekomst. Met de schuld zijn omvangrijke overheidsinvesteringen gefinancierd, zoals in wegen, spoor en andere infrastructuur die van groot belang zijn voor de huidige en toekomstige economische groei. De waarde van deze kapitaalgoederen voorraad staat tegenover de overheidsschuld. Op dit moment leidt dat voor de Nederlandse overheid tot een positief vermogen.

Met groei tekort aanpakken

Gezonde overheidsfinanciën waarbij richting een overschot wordt gekoerst, zijn van essentieel belang voor onze economie en groei. Maar voor bijna alle economen en internationale denktanks staat vast dat door bezuinigingen en lastenverzwaringen tijdens een krimpende economie de economische neergang wordt versterkt. De tekorten en schulden worden daarmee niet opgelost. De economische geschiedenis leert dat ze alleen maar effectief verminderd worden met behulp van groei. Het is inmiddels duidelijk dat het Europese bezuinigingsbeleid slecht heeft uitgepakt (zie de boxen 2 en 3).

Het beste recept is een combinatie van economische hervormingen (arbeidsmarkt, woningmarkt, pensioenen), economische groei stimulansen en noodzakelijke bezuinigingen op overheidsuitgaven die uit de pas lopen. Box 2 laat zien dat met een ander beleid betere resultaten geboekt kunnen worden. De VS heeft na de kredietcrisis vooral gekozen voor een stimuleringsbeleid met als doel extra economische groei. Vooral door deze groei zal in de VS zowel het begrotingstekort als de staatschuld de komende jaren worden terug gedrongen. Box 3 laat zien dat de VS minder hard heeft bezuinigd dan de lidstaten van de eurozone.

Rutte moet andere koers varen

Sinds 2010 heeft politiek Den Haag een pakket aan ombuigingen ( lastenverzwaringen en bezuinigingen) afgesproken die optellen tot in totaal ongeveer €46 miljard. Dit pakket remt de economische groei en heeft nog niet geleid tot een daling van het tekort en de staatschuld. Ook in de meeste andere Europese landen blijkt dat forse ombuigingen niet tot gevolg hebben dat de tekorten en schulden teruglopen; in veel landen zijn ze toegenomen. Bovendien zien we ook dat de effecten van dit beleid desastreus zijn: een lagere groei, zelf krimp en een hoog oplopende werkloosheid.

Deze feiten en het gegeven dat er geen economische deskundigen meer te vinden zijn die voorstander zijn van nieuwe bezuinigingspakketten zouden ook het kabinet Rutte 2 te denken moeten geven. Uit de voornemens van het kabinet om in de Miljoenennota 2014 met een extra ombuigingspakket van €6 miljard te komen, blijkt helaas dat dit niet het geval is. Als belangrijk argument wordt aangevoerd dat Nederland zich in 2014 aan de Europese norm van 3% moet houden en dat we blij mogen zijn dat Brussel in 2013 deze norm niet zal hanteren.

De Europese Commissie heeft recent besloten dat Nederland volgend jaar wel aan de 3% moet voldoen. De Fransen hoeven dat niet en krijgen uitstel tot 2015. Dat Nederland geen ‘Franse’ behandeling krijgt, heeft het aan zich zelf te danken. Onze vorige kabinetten hebben met het opgestoken vingertje de zwakkere lidstaten in de eurozone hard de les gelezen: wie zich niet aan de norm houdt, moet gestraft worden. Brussel en de andere lidstaten zijn dit niet vergeten.

Het kabinet zit nu met de gebakken peren. De ploeg van Rutte weet ook wel dat nieuwe ombuigingen slecht zullen uitpakken voor onze economie en werkgelegenheid, maar kan nu moeilijk naar Brussel afreizen om een jaartje er bij te bedelen. Wat Rutte 2 wel kan doen is binnen Europa steun vergaren voor een andere aanpak gericht op hervormingen, groei en een langere termijn voor tekortreducties. Die steun zal het kabinet zeker krijgen. Zelfs van Duitsland, want ook daar begint de groei tegen te vallen. Maar de Duitse vrienden zullen die steun pas openlijk kunnen geven na de Duitse Bondsdagverkiezingen in september. Op het moment dat Duitsland meedoet, krijgt Brussel meer ruimte om lidstaten tegemoet te komen die met hun beleid en hervormingen kunnen laten zien dat ze structureel gezonde overheidsfinanciën realiseren. Ons land kan dit hard maken en mag dan ook zonder te bedelen, rekenen op uitstel tot 2015.