1111445
Financieel

Rutte 2 wordt door Duitsland gered en kan Europa helpen

Deze week werd duidelijk dat de EU een andere economische koers gaat varen. Een ruime meerderheid van de lidstaten vond al langer dat het huidige bezuinigingsbeleid de Europese economie verder de put in helpt. Maar de belangrijkste voorvechter van dit beleid, Duitsland, hield voet bij stuk. Nu zijn ook de Duitsers om, ze gaan zelfs in Spanje investeren.

Bezuinigingen om de staatsschulden en tekorten van de lidstaten aan te pakken blijven nodig, maar dan wel in een lager tempo: de Europese begrotingstekortnorm van 3 procent BBP zal flexibel worden toegepast. De nadruk komt te liggen op economische hervormingen en maatregelen die de groei in de EU aanjagen. Extra groei is een effectief recept om de overheidsfinanciën weer gezond te maken. Daarom heeft de Europese Centrale Bank deze week besloten tot een kleine rente verlaging die vooral moet leiden tot een meer positieve stemming onder beleggers en investeerders. Pas als er maatregelen worden genomen die er voor zorgen dat deze verlaging terecht komt bij burgers en het midden en kleinbedrijf zal dat de economische groei echt bevorderen.

De koerswending van de EU vloeit voort uit de slechte economische situatie in Europa, de toenemende anti Europa stemming bij veel burgers, de Europese verkiezingen volgend jaar en het stimuleringsbeleid van de VS en Japan. Ook het besef dat de kwakkelende Europese economie vooral het gevolg is van een gebrek aan bestedingen door burgers en bedrijven speelt een rol.

Bezuinigingen in crisis versterken neergang

Mede door het bezuinigingsbeleid kampen veel lidstaten met een krimpende economie en is de werkloosheid in de eurozone opgelopen tot gemiddeld 12 procent. Steeds meer landen houden Duitsland verantwoordelijk voor deze economische malaise. Ze verwijten de Duitsers halsstarrigheid en wijzen er op dat alle economische denktanks en economen van mening zijn dat bezuinigingen in crisistijd de neergang van de economie versterken. Voor de Amerikaanse regering stond dit al eerder vast.

Sinds de crisis 2008-2009 is met een omvangrijk overheidsprogramma, gesteund door de bankbiljettenpers van Amerikaanse Centrale Bank, de Amerikaanse economie aangejaagd. De Amerikaanse staatsschuld is daardoor opgelopen tot boven de 100 procent BBP, maar de economie van de VS draait veel beter dan die van de EU. Beter een goed presterende economie met een hoge schuld dan een krimpende economie met een lagere schuld zo houden Amerikaanse politici hun Europese collega’s voor.

Japan met een staatsschuld van meer dan 200 procent heeft zich begin dit jaar ook tot het Amerikaans beleid bekeerd en is volop bezig met extra overheidsuitgaven en de bankbiljettenpers de economie op te peppen. Maar zodra dit lukt, moet dit monetaire beleid weer strakker worden door de rentevoet geleidelijk te verhogen en bestedingen af te remmen. Dit vergt een delicate balans; te vroeg smoort de groei, te laat leidt tot een onbeheersbare schuld.

Anti-Europa partijen paaien kiezers

In Europa proberen politieke partijen die uit de EU en de euro willen stappen, zoals in Nederland de PVV van Geert Wilders, garen te spinnen bij de economische malaise. Volgend jaar zijn er verkiezingen voor het Europese parlement en de anti-Europese partijen zoeken elkaar nu al op voor hun campagne waarin ze kiezers duidelijk maken dat de EU en de euro de boosdoeners van de huidige crisis zijn. Hun kernboodschap is dat landen zo snel mogelijk weer terug moet gaan naar de oude eigen munten.

Bij een toenemend aantal kiezers, vooral ouderen, met heimwee en nostalgie naar de ‘goede oude tijd’ slaat dit aan. Ze vragen zich niet af wat de gevolgen zijn en gaan er net als de anti –Europa partijen gevoelsmatig van uit dat ze beter af zijn zonder de EU. Goed onderbouwde studies van onafhankelijke denktanks en economen die uitwijzen dat een ontmanteling van de EU en de eurozone tot fors krimpende economieën zal leiden en tot een torenhoge werkloosheid worden afgedaan als bangmakerij. De voordelen die de EU aan welvaart biedt, willen ze ook niet zien. EU-propaganda vinden ze. Dat was ook de reactie van de EU-tegenstanders op een recente Duitse studie die uitwijst dat alle zeventien eurolanden er baat bij hebben om in de eurozone te blijven. De meeste voordelen, zoals extra werkgelegenheid, hebben exportlanden als Duitsland en Nederland

Ook onderzoeken die aantonen dat de huidige crisis niet te wijten is aan de oprichting van de EU en de euro worden zonder argumentatie naar de prullenbak verwezen. Het staat vast dat de huidige recessie vooral is veroorzaakt door het slechte beleid van Europese regeringen: door politieke polarisatie, het leven op de pof, het nalaten van economische hervormingen en een verkeerde aanpak van de crisis. Een voorbeeld is ons eigen land. In tien jaar tijd vijf kabinetten waardoor hervormingen niet of te laat zijn doorgevoerd.

Het gaat om daden

De populistische boodschap ‘weg met de EU en de Euro en terug naar de goede oude tijd’ van de anti-Europese partijen zou bij een goed draaiende Europese economie niet aanslaan, maar tijdens de huidige crisis trekken ze daarmee kiezers en is dit populisme moeilijk te bestrijden. Deze partijen gaan niet in op harde feiten en gegevens die duidelijk maken dat die tijd nooit heeft bestaan en dat een ontmanteling van de EU tot de grootste economische crisis ooit zal leiden. Bangmakerij en afkomstig van eurofielen, zo is de reactie van de tegenstanders van de EU.

De politieke partijen die voorstander van de EU en euro zijn, doen er het beste aan niet met onheilspellende studies te schermen, maar vooral met een overtuigend beleid te komen dat perspectief biedt voor de toekomst, dat kiezers laat zien dat de crisis adequaat wordt aangepakt en waarmee de werkloosheid zichtbaar wordt terug gedrongen. De Europese koerswending waarbij in het financieel-economische beleid meer nadruk komt te liggen op het realiseren van groei is een goede aanzet, maar daarmee kan niet worden volstaan.

De pro-Europese politieke partijen zouden de komende maanden een meerjarenpact met het Europese bedrijfsleven moeten sluiten. Op basis van publieke private samenwerking moeten daarin concrete maatregelen worden afgesproken waarmee de Europese groei wordt aangejaagd en de werkloosheid, vooral onder jongeren, snel wordt aangepakt. Overheden slanken af en hebben op dit moment zelf onvoldoende middelen om hun economie te stimuleren. Dit leidt er toe dat het bedrijfsleven in alle lidstaten in toenemend mate zorg moet dragen voor werk en inkomen.

Ondernemers zijn niet alleen de motor van de Europese economie, maar ook de scheppers van nieuwe banen. Dit zijn harde feiten die ook tegenstanders van de EU niet kunnen ontkennen. Het Europese bedrijfsleven is massaal voorstander van de EU en de euro en heeft geen boodschap aan nostalgie naar een goede oude tijd die nooit heeft bestaan. Ondernemingen hebben de voordelen van de EU en de euro nodig om in de harde internationale concurrentie strijd te kunnen overleven: zonder deze voordelen zouden ze internationaal worden weggespeeld. Een pact zullen ze zeker toejuichen.

Rutte 2 moet het initiatief nemen

Door de koerswending hoeft het kabinet Rutte 2, met dank aan de Duitse vrienden, zich waarschijnlijk net als dit jaar geen zorgen meer te maken over de 3 procent in 2014. De kans is groot dat het extra bezuinigingspakket van bijna 5 miljard de ijskast in kan. In het kader van het nieuwe Europese beleid ligt het voor de hand dat lidstaten die laten zien dat ze met structurele hervormingen op de langere termijn naar begrotingsevenwicht koersen, ook in 2014 niet lastig worden gevallen met de 3 procent.

Berekeningen wijzen uit dat premier Mark Rutte met het bestaande ombuigingspakket en het Sociale Akkoord op zak de EU al kan laten zien dat zijn kabinet op koers ligt en al een voorschot heeft genomen op het nieuwe Europese beleid. Hij zou de Nederlandse positie in Europa nog verder kunnen versterken door zelf het initiatief te nemen tot het realiseren van een EU-werkgelegenheids- en investeringspact met het Europese bedrijfsleven. In verschillende lidstaten die kampen met arbeidsonrust en stakingen wordt met enige jaloezie naar het Nederlandse polderakkoord gekeken.