Nieuws/Financieel
1121600022
Financieel

Column: Welke politieke partijen willen na Rutte III regeren?

In de loop van volgend jaar gaan de politieke partijen aan de slag met het opstellen van de verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamer in maart 2021. Daarbij maken ze gebruik van cijfers en prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). Als je deze gegevens, het zogenoemde verkiezingsdossier, nog niet hebt bestudeerd dan heb je waarschijnlijk nog steeds het beeld voor ogen van een rijk Nederland met de sterkste economie van Europa en een overvolle schatkist.

Dan is het geen moeilijke klus om een programma op te stellen met aantrekkelijke beloften voor kiezers.

De afgelopen maanden hebben verschillend partijen daarop al een voorschot genomen. In een eerdere column hebben wij geraamd dat ze aan kiezers nu al structureel ongeveer €10 miljard aan extra overheidsuitgaven hebben ‘beloofd’ (per huishouden gemiddeld meer dan duizend euro).

Het gaat daarbij om de optelsom van extra middelen voor de zorg, sociale zekerheid, pensioenen, onderwijs, politie, hogere salarissen voor ambtenaren, geld voor boeren, het klimaatbeleid enz.

Ontnuchterde feiten

De opstellers van de verkiezingsprogramma’s zullen bij het doornemen van het verkiezingsdossier een minder mooi beeld van Nederland zien dan ze eerder voor ogen hadden. Het dossier laat geen rijk land meer zien dat met jaarlijkse groeicijfers tussen 2-3% tot de beste economieën van Europa behoorde. Maar een land dat het komende decennium moet leren leven met een lege schatkist en een economische groei van ongeveer 1 procent gemiddeld per jaar. Bovendien is de kans groot dat door de Brexit de groei verder afzwakt tot onder de 1%.

Begrotingstekort

Het kabinet dat Rutte III opvolgt, krijgt sinds lange tijd ook te maken met een begrotingstekort. Deze week presenteerde het Centraal Planbureau (CPB) de studie Zorgen om morgen die afgelopen woensdag in deze krant door Leon Brandsema werd besproken.

Daarin concludeert het CPB dat Nederland met het huidige overheidsbeleid afstevent op een tekort van 16 miljard in 2025. Door de lage groei, die voor een deel samenhangt met de vergrijzing, blijven de inkomsten van de schatkist achter bij de oplopende overheidsuitgaven. Zonder ingrepen nemen vooral de overheidsuitgaven voor zorg en AOW-uitkeringen fors toe. In 2020 gaat het bij de AOW om 5% bbp en in 2040 om 6,5% bbp. Voor de zorg zien we een ‘explosie’; van 9,6% bbp naar 12,7% bbp.

Keuzes

Volgens het CPB vraagt deze ontwikkeling om politieke keuzes, zoals bezuinigingen of belastingverhogingen, maar ook om besluiten over het verdelen van de pijn onder inkomensgroepen. Een andere optie die volgens ons zeker aan de orde moet komen, is een innovatief overheidsbeleid waarmee economische groei wordt aangejaagd. Met een 0,5-1% extra groei kun je ‘wonderen’ verrichten.

Een hogere groei

Het verkiezingsdossier biedt weinig ruimte voor aantrekkelijke verkiezingsbeloften. Daarom zullen partijen in hun programma’s extra maatregelen voorstellen om de groei aan te jagen. Niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen is dit een beproefd recept.

Los van nationale ontwikkelingen, zoals onze vergrijzing, wordt dit een moeilijke opgave. Dit blijkt ook uit de zogenoemde ‘Groeibrief’ van minister Wiebes van Economische Zaken die deze week verscheen. Daarin worden vooral algemene aanbevelingen opgesomd, zoals het bevorderen van onderwijs en onderzoek. Echte concrete plannen, zoals aangekondigd bij de lancering van het Hoekstra-Wiebes investeringsfonds, ontbreken nog.

Ons land is voor economische groei sterk afhankelijk van buitenlandse ontwikkelingen en die zijn niet in ons voordeel. Door de wereldwijde trend van protectie die is aangewakkerd door het America First beleid van Donald Trump worden er door veel landen handelsbelemmeringen opgeworpen die leiden tot een afname van de wereldhandel. En dit pakt nadelig uit voor de groei van de Nederlandse economie en werkgelegenheid.

Concurrentie

Nederland krijgt ook te maken met een oplopende concurrentiestrijd tussen landen om uit het buitenland topbedrijven, toptalenten en investeerders aan te trekken, vooral op het terrein van digitalisering en nieuwe technologieën. Het internationale vestigings- en bedrijfsklimaat speelt daarbij een cruciale rol. Juist daar verliezen we van landen die meer werk maken van een aantrekkelijk vestigingsklimaat, terwijl ons land, zoals we eerder schreven vooral verslechteringen laat zien. Daardoor raken we bedrijven, waaronder slimme start-ups, maar ook talenten kwijt die we nodig hebben om onze groei op te peppen.

Links en rechts

Verkiezingsprogramma’s van de afgelopen decennia laten zien dat bij de inkomsten en overheidsuitgaven er belangrijke verschillen zijn tussen links en rechts in de politiek. Ruw gezegd zien we bij links hogere overheidsuitgaven, vooral voor sociale zekerheid, zorg en lagere inkomens. Deze partijen zijn tevens voorstander van een grotere overheid, van nivellering en van belastingenverzwaringen voor hogere inkomens. Daarnaast moeten bedrijven fors meer belastingen gaan betalen. Bij rechts zien we op hoofdlijnen het tegendeel, zoals een kleinere overheid, minder nivellering, lagere belastingen en een bedrijfsvriendelijker beleid dan bij links.

Nadeel voor links

Kijken we met een ‘linkse’ en ‘rechtse’ bril naar de gegevens in het verkiezingsdossier dan loopt links tegen het probleem op dat Nederland met zijn belastingdruk en sociale overheidsuitgaven nu al tot de kopgroep van Europa behoort. Bovendien zullen ze constateren dat het moeilijk wordt om extra groei te creëren door bedrijven zwaarder te gaan belasten. Rechts zal al snel concluderen dat er geen ruimte is voor belastingverlagingen, tenzij ze die betalen met fors bezuinigingsoperaties.

Waarschuwing

De uitslag van de verkiezingen in het VK houden een waarschuwing voor links in. Labour beloofde tijdens de campagne kiezers gouden bergen en Boris Johnson deed als partijleider van de Conservatieven globaal hetzelfde. Labour leed een historische nederlaag. In Britse analyses wordt deze vooral toegeschreven aan lijsttrekker Jeremy Corbyn. Zowel bij de kiezers als bij delen van zijn eigen achterban was hij ongekend impopulair en had hij geen duidelijk Brexit-standpunt. Een recent onderzoek wijst uit dat Labourkiezers die zijn overgestapt naar de Conservatieven het radicale linkse Labour-programma afwezen en de beloften niet geloofden.

Maar echt opvallend is dat zij vinden dat de economie van het VK het best is gediend is met het ‘rechtse’ beleid van Boris Johnson, waarbij vooral veel geïnvesteerd zal worden in de voormalige Labourdistricten die nu blauw gekleurd zijn.