Nieuws/Financieel
1122536
Financieel

Buffett gooit reddingsboei uit naar Goldman Sachs

Met een reddingsboei van vijf tot tien miljard dollar heeft Warren Buffett met zijn beleggingsvehikel Berkshire Hathaway afgelopen week het vertrouwen in de zakenbank Goldman Sachs opgekrikt.

Het was de eerste keer sinds het uitbreken van de kredietcrisis dat Buffett zich in de arena meldde. Voor waarnemers op Wall Street reden om te hopen dat het einde van de ellende misschien wel in zicht is.

Of dat zo is, is maar de vraag. Buffett noemde de transactie met Goldman Sachs zelf puur zakelijk. „De tijd was rijp, de voorwaarden waren goed, dus ik heb besloten om de cheque te schrijven”, meldde de 78-jarige Warren Buffett op de zakenzender CNBC.

„Ik doe dat omdat ik er vertrouwen in heb dat het Congres in zijn wijsheid zal besluiten om het reddingsplan van Paulson en Bernanke goed te keuren. Gebeurd dat niet dan stevenen we af op een heel gevaarlijke situatie. We staan dan voor een financieel Pearl Harbor.”

De deal met Goldman is een nieuw voorbeeld hoe de rijkste man van de wereld zaken doet. Altijd tegen het sentiment in beleggen. Zijn motto: „Vrees als anderen en wees hebberig als de markt angstig wordt.” Op dat moment zijn er in zijn ogen de beste koopjes te halen. De transactie met Goldman Sachs past naadloos in deze filosofie.

Kijkend naar de voorwaarden, komt een licht gevoel van jaloezie op. Want Buffett lijkt niet te kunnen verliezen. Reken maar mee: de eerste vijf miljard aan aandelen is van een speciaal soort dat een gegarandeerd rendement van tien % heeft en voorrang heeft boven de gewone aandeelhouders.

Verder verwierf hij het recht om nog eens vijf miljard aan aandelen voor een prijs van $115 te kopen. Dat terwijl op het moment van deze transactie de koers op $125 stond. De superbelegger heeft ook nog eens het recht om met zijn aandelen terug te verkopen aan Goldman Sachs met een premie van tien %.

Alles wat Buffett zijn leven aanraakt verandert in goud. Geboren in 1930 houdt hij zich al vanaf zijn negende jaar bezig met de aandelenkoersen. „Ik hield zoveel mogelijk aandelen bij. Hoe meer hoe beter.

Toen ik op highschool zat probeerde ik de prijs van de aandelen in telefoonmaatschappijen te drukken. Puur om mijn leraren te treiteren. Ik wist namelijk dat hun pensioengeld in deze aandelen was belegd.”

Het is een van de weinige keren dat Buffett zijn emotie een rol liet spelen bij het beleggen. Normaliter is hij bij uitstek een toegewijd en gedisciplineerd belegger. Op zijn elfde had hij al een handeltje in frisdranken, waarvan hij de winst steeds weer investeerde in zijn eigen firma.

Met het kapitaal begint hij flipperkasten voor kapsalons te verhuren. Ook ontwikkelt hij met een vriendje een succesvolle manier om op paarden te gokken. Als hij dit systeem wil gaan uitbaten, grijpt zijn vader in. De jonge Warren wordt gedwongen zich uit de gokindustrie terug te trekken.

Op zijn dertiende doet hij voor het eerst belastingaangifte, hij trekt de kosten voor zijn fiets af, omdat hij die nodig had voor het rondbrengen.

Het jonge ondernemerschap scherpt het zakelijk instinct van Warren Buffett. Zijn geheim? Misschien wel dat hij altijd gewoon is gebleven. Hij woont ondanks zijn enorme vermogen nog steeds in een middenklassenhuis in de Amerikaans stad Omaha, dat hij vijftig jaar geleden voor nog ruim $31.000 kocht. Hij loopt niet in maatpakken en geeft zichzelf een inkomen van rond de $100.000. De rest van het geld blijft in zijn bedrijf.

De echte opmars van de zakenman Warren Buffett begint in 1962 als hij zijn eerste aandelen in Berkshire Hathaway koopt. Op dat moment is dat nog een gewone producent van textielmachines. Vier jaar later verwerft hij een meerderheidsbelang en bouwt hij Berkshire Hathaway om tot een investeringsbedrijf. Vanaf dat moment gaat het hard. Buffett richt zich eerst op verzekeringen en bouwt van daaruit een conglomeraat van verschillende bedrijven. Zo koopt hij in 1972 een belangrijk aandeel in de Washington Post.

Uiteindelijk verschijnt hij in 1977 voor het eerst op Fortune 500-lijst van rijkste Amerikanen met een geschat vermogen van om en nabij de $700 miljoen. In 1988 koopt hij een aandeel van zeven procent in Coca-Cola, een van zijn meest succesvolle beleggingen tot nu toe.

In de jaren negentig lijkt het even of Buffett zijn gouden hand van beleggingen is verloren omdat hij volledig aan de zijlijn blijft staan bij de internethype. Maar na de eeuwwisseling maakt hij een nieuwe klapper van $2 miljard door uitgebreid te speculeren op de stijging van de Amerikaanse munt.

Sindsdien is het rustiger rond het Oracle van Omaha, zoals hij wel eens liefkozend genoemd wordt. Hij heeft een soort cultstatus in Omaha. De plek wordt ook wel het Woodstock van het kapitalisme genoemd. Met hele families komen aandeelhouders uit de hele wereld naar Omaha, waar men op een vrolijke manier vermaakt wordt. Er zijn speelkaarten met de beeltenis van Buffett te koop, T-shirts en zelfs babykleertjes, met het opschrift ’Toekomst aandeelhouder’.

Buffett beantwoordt ondertussen vijf uur lang samen met de vicevoorzitter van Berkshire Hathaway vragen. Daarbij is er geen enkel taboe. Economie, politiek of het leven in het algemeen.

De rijkste man ter wereld haalde het wereldnieuws toen hij vorig jaar een groot deel van zijn vermogen doneerde aan het goede doel. Ook dit weer op eigenzinnige wijze. Hij richt niet zoals veel anderen een eigen stichting met zijn naam op, om op die manier eeuwige roem te verwerven.

Het geld ging in een keer naar de Bill en Melinda Gates Foundation, de stichting van Microsoft-oprichter Bill Gates. Buffett vond een eigen organisatie in het leven roepen alleen maar zonde van het geld Zijn drie kinderen, twee zoons en een dochter, vergeet hij niet.

Maar puissant rijk zullen ze niet worden als het aan Warren Buffett ligt. „Mijn kinderen krijgen genoeg om te doen wat ze willen, maar te weinig om voor altijd op hun lauweren te rusten”, laat hij zich eens ontvallen.

Dat is Warren Buffett ten voeten uit. Als rijkste Amerikaan is hij een overtuigd Democraat, die kritisch is over de verdeling van de welvaart in zijn vaderland. Zo heeft hij tegendraadse opvattingen over het belastingklimaat in zijn land. Niet omdat hij het tarief te hoog vindt. „Het kan hier niet zo zijn dat mijn secretaresse relatief meer belasting betaalt dan ik”, moppert hij te pas en te onpas.