1130120
Financieel

'Oranje boven akkoord' om Nederland uit slop te halen

De economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg vinden dat Rutte 2 meer de nadruk moet leggen op het stimuleren van de economische groei en het aanpakken van de werkloosheid. Ze pleiten voor een nationaal akkoord dat breed wordt gedragen. Zo’n ‘oranje boven akkoord’ is volgens hen alleen mogelijk als Rutte 2 bereid is zaken te doen met de sociale partners en de oppositie in de Tweede Kamer.  

Zwaar weer

De Nederlandse economie verkeert in zwaar weer. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dit jaar een krimp met een half procent. Voor 2014 voorspelt het CPB een lichte groei van 1 procent. Door de slechte prestaties van onze economie zal de werkloosheid in 2013 sterk oplopen, met 90.000 personen tot 560.000. In 2014 wordt een verder toename verwacht tot 575.000.

De economische malaise leidt voor de schatkist tot tegenvallende belastinginkomsten en hogere uitgaven in verband met de oplopende werkloosheid. Daardoor zal het begrotingstekort van de overheid dit jaar naar verwachting toenemen tot 3,3 procent en in 2014 tot 3,4 procent. Volgens Europese regels mag dit tekort maximaal 3 procent bedragen. Toch zal Brussel ons dit jaar geen boete opleggen. EU-landen die kunnen laten zien dat ze met een goed doortimmerd pakket aan maatregelen in 2014 aan de norm kunnen voldoen, mogen in 2013 boven de 3 procent uitkomen.

De afgelopen jaren is er binnen de EU een discussie losgebarsten over de wenselijkheid van dit percentage dat in ieder geval geen economische onderbouwing kent. Al in 1992 werd dit criterium al als ‘De budgettaire voodoo van Maastricht’ (ESB, 18 maart) bestempeld. Toen deze norm bedacht werd, ruim twintig jaar geleden, was de vraag naar goederen en diensten in Europa niet ingestort. Nu wel en daarom is er sprake van grootschalige Europese werkloosheid. In de huidige omstandigheden is het strik handhaven van deze Europese norm niet alleen onzinnig, maar ook een bedreiging voor de Europese economie.

Veel landen proberen met forse bezuinigingspakketten en lasten verzwaringen binnen de 3 procentnorm te blijven en de praktijk laat inderdaad zien dat deze aanpak desastreus uitpakt: de economische neergang wordt versterkt en de werkloosheid loopt op. Het wordt hoog tijd dat binnen de EU wordt nagedacht over een meer flexibel criterium dat bijdraagt aan extra economische groei. De nadruk ligt nu veel te veel op begrotingsnormen die afbreuk doen aan de economische ontwikkeling.

Ook in Nederland nemen de twijfels toe over het beleid in politiek Den Haag. De afgelopen drie jaar is er een totaal pakket aan ombuigingen ( bezuinigen en lastenverzwaringen) afgesproken dat inmiddels optelt tot het enorme bedrag van 46 miljard euro; gemiddeld per Nederlander bijna drieduizend euro. Tegelijk moeten we vaststellen dat de Nederlandse economie is weggezakt naar de Europese achterhoede en dat er weinig perspectief bestaat op ‘normale’ groeipercentages boven de 2 procent. Kijken we naar de periode 2008-2012, dan was er sprake van een gemiddelde groei van ongeveer nul procent. In de tien jaren vóór de economische wereldcrisis van 2008-2009 lag de groei in Nederland gemiddeld rond de 2,5 procent.

Met het oog op de Europese norm zal het kabinet Rutte 2 voor 1 mei 2013 bij Brussel een pakket maatregelen moeten neerleggen waaruit blijkt dat ons land in 2014 wel zal voldoen aan de 3 procent. Inmiddels heeft het kabinet het juiste besluit genomen om in 2013 af te zien van extra bezuinigingen en verdere lastenverzwaringen. Nieuwe ombuigingen zouden onze economie verder de put in helpen. Maar de vraag rijst nu wel wat de inhoud moet zijn van het maatregelenpakket waarmee Rutte 2 het tekort in 2014 en in de jaren daarna tot onder de 3 procent kan brengen.

Op zoek naar de beste methode 

De meest voor de hand liggen methoden om het begrotingstekort te verminderen zijn bezuinigingen op de overheidsuitgaven en belastingverhogingen, of een combinatie van beide maatregelen. In het algemeen geldt dat bezuinigingen op de lange termijn voor de economie minder slecht uitpakken dan lastenverzwaringen. Het ziet er naar uit dat het kabinet met een extra ombuigingspakket van ongeveer 4,5 miljard zal komen: een mix van bezuinigingen, lastenverzwaringen, belastingverlaging voor de laagste inkomens en een stimulans voor de bouw. Los van de vraag of dit het pakket is waar Nederland op zit te wachten, kunnen deze maatregelen alleen maar worden doorgevoerd als het kabinet daarvoor ook een meerderheid in de Eerste Kamer weet te vinden.

Rutte 2 zaken zal daarvoor zaken moeten doen met de oppositie in de Tweede Kamer. Bovendien is er op onderdelen medewerking nodig van de sociale partners. Uiteindelijk zal er de komende weken gewerkt met worden aan een nationaal akkoord met een maatregelenpakket dat breed gedragen wordt; een oranjebovenakkoord. Dat kan alleen lukken als het kabinet naast de noodzakelijke bezuinigingen en hervormingen meer nadruk gaat leggen op economische groei en de aanpak van de werkloosheid. Bij burgers en bedrijven moet het vertouwen terugkeren dat Rutte 2 de Nederlandse economie op stoom weet te krijgen.We hebben groei nodig

Verreweg de beste methode is het realiseren van extra economische groei; daardoor neemt de werkloosheid af, terwijl de schatkist extra inkomsten krijgt. Dat kun je vooral bereiken met uitgaven die op korte termijn de vraag stimuleren zodat het geld weer gaat rollen en de economie op gang komt en die eveneens op langere termijn de structuur van de economie versterken. Dan is sprake van een tweesnijdend zwaard dat de vraag versterkt op de korte termijn en eveneens de structuur van de economie verbetert op lange termijn.

Daarbij gaat het vooral om maatregelen om de consumptie van burgers te bevorderen, bijvoorbeeld door lagere lasten, extra overheidsuitgaven om bijvoorbeeld de bouwsector aan te jagen en fiscale lastenverlichting voor het bedrijfsleven waardoor bedrijfsinvesteringen bevorderd worden. Vanwege onze ongezonde overheidsfinanciën zijn er echter onvoldoende overheidsmiddelen beschikbaar om de Nederlandse economie met dergelijke groei-impulsen aan te jagen.

Maar ook met een gebrek aan middelen is het mogelijk met een pakket te komen dat de groei aanjaagt, de werkgelegenheid bevordert en nationaal gedragen kan worden. Om de sociale partners mee te krijgen, zal het kabinet in ieder geval nu moeten afzien van een versoepeling van het ontslagrecht en verzachtingen moeten aanbrengen in de voorstellen op het terrein van de werkloosheidswet.

Mede om een meerderheid in de Eerste Kamer te realiseren moeten verdere lastenverzwaringen voor burgers en bedrijven worden voorkomen. Daarnaast kan het kabinet leren van onze economische geschiedenis. Die laat zien dat er ook buiten de rijksbegroting om een methode is om een vastgelopen economie weer vlot te trekken. Dat kan door in samenwerking met het bedrijfsleven, in de vorm van publiek private samenwerking (PPS), goed renderende projecten te gaan uitvoeren. Bijvoorbeeld investeringen in lokale en regionale energieparken waar duurzame energie wordt opgewekt; daardoor beperken we onze CO2-uitstoot, worden we tegelijk minder afhankelijk van het buitenland en hebben we een nieuwe energiebron als ons gas op is.

Investeringen in (tol)wegen, snelle railverbindingen, openbaar vervoer en super snel internet kunnen eveneens mooie rendementen opleveren. Deskundigen gaan ervan uit dat met dergelijke projecten jaarlijks rendementen van gemiddeld 4%-5% gerealiseerd kunnen worden. We zouden al dit jaar kunnen starten met een investeringsbedrag van 10 miljard euro. In de PPS-vorm komt dan 5 miljard voor rekening van het bedrijfsleven en de ander 5 miljard wordt opgebracht door de rijksoverheid. Dit bedrag komt niet uit de schatkist, maar wordt gefinancierd uit een speciale staatslening. Omdat de Nederlandse staat zeer goedkoop kan lenen ( rond de 1 procent ) gaat het hier om een voordelige investering voor de staatskas: tegenover de lage rente lasten staan veel hogere opbrengsten. We benadrukken dat bij een dergelijke PPS opzet het bedrijfsleven niet alleen bijdraagt in de financiering, maar ook knowhow meebrengt die binnen de overheid in onvoldoende mate aanwezig is.Tegenover extra schuld staan duurzame beleggingen die de groei aanjagen

Critici van dit idee zullen er onmiddellijk op wijzen dat door deze aanpak onze staatschuld met € 5 miljard zal toenemen. Dat is waar, maar hier gaat het wel om een minimale verhoging (ruim1 procent) waar tegenover goed renderende investeringsprojecten staan waardoor de rentelasten over de overheidsschuld per saldo dalen. Daarnaast zijn er andere voordelen: een verbetering van onze infrastructuur, meer duurzame energie en extra economische groei en werkgelegenheid, vooral in de bouw. Bovendien hoeft ons land zich (nog) geen zorgen hoef te maken over de staatsschuld. Met een schuld van 74 procent BBP behoort Nederland in de wereld tot de landen met de laagste overheidsschuld.