Nieuws/Financieel
1141322
Financieel

Meer topverdieners in publieke sector

Te veel mensen in dienst bij de (semi)overheid verdienen nog te veel geld. Dat zei minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken dinsdag bij de presentatie van de laatste cijfers over topinkomens van werknemers in deze sector.

Maar liefst 2651 werknemers in de publieke en semipublieke sector verdienden in 2011 meer dan de toen geldende norm van 193.000 euro. Dat is een stijging van 20 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Albayrak

Hun gemiddelde salaris daalde wel met 7 procent, naar €218.783, zo staat in een rapport dat minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) dinsdag openbaar maakte.

Inkomens boven 193.000 euro waren volgens de toen geldende regels niet verboden. Wel moesten ze openbaar worden gemaakt. Zo verdiende oud COA-directeur Albayrak 273.000 euro en streek Nout Wellink, oud-directeur van De Nederlandsche Bank, een jaarsalaris van 407.000 euro op.

Ministerssalaris

Sinds dit jaar mogen bestuurders niet meer verdienen dan 130 procent van een ministerssalaris, oftewel 228.599 euro. Niet-bestuurders mogen wel een hoger salaris krijgen, maar moeten dit dan openbaarmaken.

De leidinggevenden gaan er niet direct op achteruit. De eerste vier jaar blijft het salaris gelijk waarna in de drie volgende jaren het salaris wordt teruggebracht naar de Balkenende-norm. Plasterk had hun inkomen „het liefst van de ene op de andere dag” naar beneden bijgesteld, maar dat mag niet van de wet.

'Sobere overheid'

Hij zou het een mooi gebaar vinden als topbestuurders vrijwillig sneller zouden teruggaan in salaris. Daarmee zouden ze een voorbeeld voor anderen zijn. Maar Plasterk vindt ook dat er gekeken moet worden of de laag onder de top niet te veel geld mee naar huis neemt. Hij streeft naar een „sobere overheid”.

Het kabinet wil dat uiteindelijk iedereen in (semi)overheidsdienst niet meer dan een minister gaat verdienen. Dat is 144.000 euro en „een keurig salaris”, aldus de bewindsman van PvdA-huize. Dat zal nog wel even duren, maar hij hoopt dat toch in deze kabinetsperiode te bereiken. Het gaat dan om een „paar duizend mensen”.

'Uit de rails'

De salarissen bij de overheid zijn vanaf de jaren tachtig „uit de rails gelopen”. Toen moest er bedrijfsmatiger worden gewerkt, maar als eerste namen topbestuurders volgens hem een dienstauto en als tweede verdubbelden ze hun salaris. „Dat moeten we terugdraaien.”

Tot dusver werd gehoopt dat het openbaar maken van inkomensgegevens (vanaf 193.000 euro) tot een daling zou leiden. Maar juist het tegenovergestelde werd bereikt, meent Plasterk. Iedereen ging naar elkaar kijken en wilde net zoveel verdienen als een ander. „Daarom hebben we nu een plafond ingesteld.”