1145203
Financieel

Ja, wie doet er dan wat?

Het is kalm op het eurofront. De financiële markten lijken zich op dit moment niet zo druk te maken over de euro. Maar de weeffouten zijn nog steeds niet opgelost. Wie doet er wat?

De financiële markten lijken de europerikelen even vergeten. De rentes op de staatsleningen van de Zuidelijke landen dalen en in het onderlinge verrekeningssysteem van de centrale banken zien we dat de schuldposities van de zuidelijke centrale banken aan de noordelijke centrale banken weer wat kleiner worden. De aandelenmarkten hebben rond de jaarwisseling een flinke rally laten zien.

Weeffout euro niet opgelost

Maar schijn bedriegt. De euro, zoals we dat nu geregeld hebben zit nog steeds in een onhoudbaar systeem. De financiële markten zijn (voorlopig) stil gekregen doordat er enorme hoeveelheden geld in het systeem zijn gepompt en probleemstaten tegen de regels in worden gesteund. Draghi verwoordde dat in het najaar van vorig jaar door te zeggen dat hij alles zal doen om de euro overeind te houden, met de inmiddels beroemde woorden ‘whatever it takes’.

De markten geloven dit voor even. Maar de weeffout in de euro, namelijk dat één valuta nooit kan werken voor een groep landen die verschillende economische snelheden heeft is er nog steeds. De euro is te goedkoop voor landen die het economisch goed doen en te duur voor landen die economisch achterop raken. Daarnaast zien we op momenten dat de crisis weer oplaait – wat ook in de toekomst zal blijven gebeuren –  een ‘flight to safety’ ontstaan die ervoor zorgt dat de rente in ‘veilige’ landen te laag staat en voor ‘minder veilige’ landen misschien wat te hoog.

Wie doet er dan wat?

Op mijn column over de Illegale bailout van Griekenland van 29 november vorig jaar kreeg ik ontzettend veel reacties. Over het algemeen onderschrijven de meeste mensen dezelfde visie, namelijk dat de politici boven de wet verheven lijken te zijn en rigide proberen vast te houden aan ‘hun europroject’, ongeacht de consequenties. Die consequenties zijn uiteenlopend: van een voor ons te lage rente, waardoor onze spaargelden pensioenen worden geraakt, tot aan een eenzijdig en rücksichtloos  bezuinigingsbeleid in probleemlanden. Een van de reacties op mijn column vatte het eigenlijk heel kort samen: ‘helemaal mee eens, maar wie doet er dan wat?’

Ja, inderdaad wie doet er dan wat? In eerste instantie waren het Geert Wilders van de PVV en Arie Slob en Christenunie die wat deden. Wilders liet onderzoeken of het niet beter was uit de euro te stappen. En Arie Slob liet onderzoeken of het invoeren van een noordelijke en zuidelijke euro (omgedoopt tot neuro en zeuro) een goed idee zou zijn.

Mijn reactie op het rapport van Wilders gaf ik eerder in mijn column ‘Rapport Lombard Street te veel bekritiseerd’ van 16 maart 2012.

En mijn reactie op het CU-rapport, geschreven door prof. Johan Graafland, is als eerste dat dit een excellent uitgewerkte probleemanalyse bevat, in de kern identiek aan de PVV-analyse. Verder zet Graafland daarin, gelijk het PVV-rapport, helaas ook een (te) beperkt aantal volwaardige alternatieve scenario’s voor het huidige eurosysteem op een rijtje. Met alle respect: dat had ik met mijn Euro-oplossingsmatrix wel (en eerder) gedaan en (in alle objectiviteit) beter en overzichtelijker (want in een matrix op één A4-tje). Graafland behandelde de volgens mijn matrix beste oplossing, The Matheo Solution (TMS), slechts in een bijlage, met helaas ook nog de nodige interpretatiefouten.

Twee sterke onafhankelijke denkers

Maar verder dan deze twee in de kern inhoudelijk goede rapporten is het niet echt gekomen (behalve dan wellicht nog het politiek gekleurde ING-rapport waarom we de euro maar vooral zo moeten behouden).

Is het dan zo slecht gesteld met het inhoudelijke debat in Nederland? Als ik naar de eurocrisis kijk en vergelijk hoe bijvoorbeeld in Duitsland uitgebreide discussies in de media worden gevoerd, op hoog inhoudelijk en soms abstract niveau, dan moeten we constateren dat in Nederland de nodige inhoud in de discussie ontbreekt. Maar bewogen en bevlogen onafhankelijke denkers en doeners met een brede expertise en ervaring zijn hier natuurlijk wel.

Twee voorbeelden zijn prof. Guus Berkhout, van de Koninklijke Nederlandse Academie voor de Wetenschappen (KNAW) en de Nederlandse Academie voor Technologie en Innovatie (AcTI) en zeker ook prof. Kees de Lange, voormalig wetenschapper bij Shell en de Vrije Universiteit Amsterdam en tegenwoordig onafhankelijk senator in de Eerste Kamer.

Berkhout

Zo las ik op nieuwjaarsdag het inspirerende en visionaire essay ‘De nieuwe democratie komt er aan’ van Berkhout. In dit essay geeft Berkhout aan dat ons huidig democratisch model, onze rechtsstaat (het huis van Thorbecke) na ruim 160 jaar aan een ingrijpende revisie toe is, …met nieuwe rollen voor overheid, bedrijfsleven en burgers. Daarbij gaat hij ook uitvoerig in op de eurocrisis.

Berkhout concludeert terecht hij dat de huidige ‘one-size-fits-all’ constructie van de euro niet aansluit op de (niet alleen) economische divergente eurozone en dat deze constructie dus aangepast dient te worden. En, indien men de euro(zone) bij elkaar wil houden, dat de bovengenoemde Matheo Solution daarvoor dan het beste alternatief is.

De Lange

De Lange levert al lange tijd een belangrijke bijdrage in het politieke debat betreffende Europa en de eurocrisis. De Lange is hierbij in ons land de eerste politicus geweest die voortdurend pleit dit debat weg te halen uit de onverzoenbare politiek-ideologische dogmatiek van enerzijds het streven naar een Europese superstaat en anderzijds Nederland uit de euro (en de EU).

Volgens De Lange moet er juist ruimte komen voor een onbevooroordeeld politiek- en maatschappelijk debat over de euro op basis van ‘inhoud en argumentatie’. En dus ook ruimte voor alternatieve oplossingsrichtingen. Zie hiervoor bijvoorbeeld het betoog van hem bij de algemene financiële beschouwingen afgelopen najaar met de regering in de Eerste Kamer.

Als interessante zijweg zijn de bemoeienissen van De Lange in en bij de ‘Commissie Kuiper’ die een onderzoek heeft uitgevoerd naar 30 jaar privatiseringsbeleid van staatsbedrijven.

Tot besluit

Wat we in de visies van zowel Berkhout als De Lange ten eerste terug zien is de noodzakelijke betrokkenheid van burgers en bedrijven bij het (lands)bestuur. Veel burgers en bedrijven hebben immers belangrijke expertise, ervaring en (creatief-innovatieve) inzichten. En de burgers en bedrijven vormen zelf natuurlijk ook de maatschappij.

Beiden professoren stellen in dit kader dat de Europese Unie geen ‘Bondsstaat’ maar een ‘Statenbond’ is en dat dit, gelet op de diversiteit van Europa, zo ook dient te blijven. Want in die diversiteit ligt ook juist de kracht van Europa. En beiden wijzen er om die reden ook op dat Europa juist voor Nederland belangrijk is, en zeker niet van Europa weg moeten vluchten.

Kortom, er gebeurt hier en daar best wel wat in Nederland. Laten we hopen dat goede inhoudelijke analyses uiteindelijk boven de middelmaat weten uit te stijgen.

Harry Geels is econoom en directeur Research en partner bij Inmaxxa Vermogensbeheer in Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij hoofdredacteur van Traders Club Magazine (TCM) en partner van de ML Finance Academy (www.mlfa.eu). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn persoonlijke mening weer.