Nieuws/Financieel
1150561206
Financieel

Column: dure linkse beloften kunnen nu al prullenbak in

De concepten voor de verkiezingsprogramma’s 2021-2025 zijn nu al verouderd en kunnen de prullenbak in. Een nieuwe coalitie waarbij linkse partijen samenwerken met partijen die in het politieke midden of rechts daarvan staan, zal ook moeilijk van de grond komen. Dat komt vooral doordat links doelbewust verder afstand heeft genomen van het midden.

Somber beeld

De meeste conceptverkiezingsprogramma’s 2021-2025 zijn inmiddels gepubliceerd en nu al verouderd. Dat heeft niet alleen te maken met de gevolgen van de coronacrisis, maar ook met de internationale economische ontwikkelingen die Nederland als handelsland hard gaan raken. De programma’s zijn vooral gericht op nationale politieke problemen en wensdromen.

Daarnaast omvatten ze miljarden aan extra overheidsuitgaven die onbetaalbaar zijn. Deze week werd dit nog eens duidelijk gemaakt door het Centraal Plan Bureau (CPB) dat een actualisatie presenteerde van de economische voorspellingen voor 2021 en de economische en budgettaire ontwikkelingen in de jaren tot 2025. Deze rekenmeester waarschuwt voor grote onzekerheden over deze vooruitzichten.

Voor 2020 wordt een economische krimp verwacht van ruim 4% en voor 2021 een licht economisch herstel van 2,8% en een werkloosheid van ruim 6%. Bij nieuwe coronagolven en een vertraagde uitrol van een succesvol vaccin, gaat het CPB ook voor 2021 uit van een kleine krimp en een oplopende werkloosheid naar 8%.

Recent waarschuwde de Europese Commissie al dat regeringen in de EU-landen, waaronder Nederland, als gevolg van de coronacrisis voorlopig rekening moeten houden met lage groeicijfers. En dit houdt over het algemeen in dat de schatkist geen ruimte biedt voor extra overheidsuitgaven om kiezersbeloften na te komen.

Herstel

Volgens de nieuwste prognose van de Commissie heeft de Nederlandse economie nog jaren nodig om van de coronacrisis te herstellen en bestaat ook het risico dat onze economische groei achterblijft bij Europese landen die beter presteren. Eerder becijferde het CPB al dat een nieuw kabinet moet rondkomen met een gemiddelde jaarlijkse groei van rond de 1%.

In de jaren vóór de crisis was dat dat 2%-3%. Mede door de lage groeicijfers krijgt politiek Den Haag de komende jaren te maken krijgt met een hoge werkloosheid, een fors begrotingstekort, een oplopende staatsschuld, maar ook politieke conflicten over uitgaven en noodzakelijke bezuinigingen.

Zo kwam een hoge ambtelijke begrotingscommissie al met een waarschuwing dat een nieuwe regeringscoalitie geen financiële ruimte heeft om extra overheidsuitgaven te doen. Deze uitgaven zijn alleen mogelijk als er op andere posten wordt bezuinigd. In de verkiezingsprogramma’s wordt deze becijfering niet alleen genegeerd, maar zien we vooral bij de huidige linkse oppositiepartijen een optelsom van dure verkiezingsbeloften in de vorm van extra sociale overheidsuitgaven.

Opeten

Het valt op dat deze partijen de nadruk vooral leggen op het opeten en verdelen van de koek in plaats van een beleid waarmee we straks over een grotere koek kunnen beschikken. Vooral tussen de programma’s van de linkse oppositie (PvdA, GroenLinks en de SP) en de huidige regeringspartijen zijn de verschillen groot. Hoewel de schatkist leeg is, wedijveren de linkse partijen met elkaar om zoveel mogelijk uit te geven.

Het gaat daarbij om extra overheidsuitgaven voor sociale zekerheid, zorg, woningnood, het klimaat, de AOW en extra ambtenaren voor een grotere overheid. De genoemde partijen maken zich geen zorgen over de financierbaarheid en al helemaal niet over de vraag hoe we onze economie zo snel mogelijk kunnen herstellen. De nadruk ligt op het opeten en verdelen van de koek in plaats van het vergroten van de koek die nog gebakken moet worden.

Het valt op dat ze een blinde vlek hebben voor internationale economische ontwikkelingen die straks bepalend zijn voor onze groei, werkgelegenheid en welvaart. Ze verwachten ook veel van een grotere overheid. Zowel in Nederland als in andere landen wijst de praktijk uit dat de economie slecht af is met een overvloed aan overheidsbemoeienis. Inmiddels roepen recente ervaringen, zoals de kindertoeslagenquête, bij velen de vraag op of de overheid wel in staat is tot een grotere bemoeienis.

Oude normaal is nieuwe normaal

Recente ontwikkelingen wijzen op een economische wereld en maatschappij waarbij het oude normaal na de coronacrisis op hoofdpunten weer normaal wordt en trends van vóór de crisis worden voortgezet of zelfs versterkt. Binnen het internationale bedrijfsleven zien we dat wereldwijd de nadruk wordt gelegd op het digitaliseren van productie en bedrijfsprocessen, robotisering, het gebruik van innovatieve tech, zoals kunstmatige intelligentie, de cloud en meer in het algemeen automatisering en de online wereld.

Steeds meer landen spelen op deze ontwikkeling in door vormen van samenwerking met deze trendsetters te zoeken en ervoor zorgen dat deze bedrijven zich in hun land willen vestigen. Daartoe worden onder meer de huidige economische herstelplannen gebruikt waarin het verbeteren van het bedrijfsvestigingsklimaat een centrale rol speelt.

Belangrijke elementen zijn lastenverlichtingen voor investerende bedrijven. Maar ook gezamenlijke publiek-private investeringen in nieuwe technologieën en de energietransitie. Daarnaast zien we dat verschillende landen bezig zijn met het scheppen van een optimaal vestigingsklimaat voor techstart-ups. Deze voegen veel waarde toe en scheppen nieuw banen voor de toekomst. Nederland loopt hier achterop en zou op dit vlak snel een aantal (fiscale) maatregelen moeten nemen, anders missen we ook hier de boot.

Niets verwachten van links

We moeten toegeven dat de trends die we hier schetsen niet passen bij de ideologie van links, maar met deze oogkleppen kunnen we onze economische groei niet aanzwengelen en ook niet het verdienvermogen van onze economie versterken. Bovendien willen deze partijen per saldo geen overheidsgeld besteden aan een goed bedrijfsvestigingsklimaat en het stimuleren van bedrijfsinvesteringen. Integendeel ze staan openlijk vijandig ten opzichte van opzichte van het bedrijfsleven, met name het internationale.

Daarnaast moet hun waslijst aan sociale overheidsuitgaven worden gefinancierd uit belastingverhogingen op bedrijven, hogere inkomens en mensen met vermogens. De SP wil bovendien de Nederlandse economie verder verslechteren door uit de EU te treden.

Ook de gedachte die in linkse kringen leeft dat je met een grotere overheid de Nederlandse economie kan aanzwengelen en het verdienvermogen voor de toekomst versterken, is een wensdroom. Landen hebben innovatieve en creatieve ondernemers nodig voor een sterke economie, het scheppen van banen en internationale concurrentiekracht.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg zijn economen en voormalige politici. Reageren? Mail naar [email protected]