1152486
Financieel

Column: Discussie dividendbelasting draait om banen

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg.

Deze week ging het in politiek Den Haag vooral om de publicatie van de zogenoemde Paradise Papers en het voorstel van het kabinet Rutte III om de dividendbelasting af te schaffen.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg.

Deze Papers, gepubliceerd door een wereldwijd team van onderzoeksjournalisten, wekken veel ophef vanwege de informatie over miljarden aan belastingontwijking door internationale bedrijven. Het gaat veelal om legale vormen van belastingbesparing bij de winstbelasting die in de politiek maar ook in de publieke opinie veel verontwaardiging opwekken.

Niets nieuws

Bevatten de Papers iets nieuws? Nee, alles is reeds lang bekend. Al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw bestrijden nationale belastingdiensten, ook in Nederland, belastingontwijking. Maar tegelijk werken deze diensten in veel landen zelf mee aan legale methoden om bedrijven minder belasting te laten betalen. Ze maken daarover vooral afspraken met multinationals die daardoor in hun land gevestigd blijven.

Fiscale concurrentie

De afgelopen jaren is de wereldwijde concurrentiestrijd tussen landen om bedrijven voor hun eigen land te behouden en van buiten aan te trekken sterk toegenomen. De reden? Ze zijn van cruciaal belang voor de werkgelegenheid. Ook binnen de EU halen regeringen alles uit de kast. Naast lage belastingtarieven en speciale fiscale faciliteiten wordt meestal nog een reeks van andere voordelen aan bedrijven geboden, zoals lage arbeidskosten, lage sociale premies, goedkope bedrijfsgronden, lage energielasten en speciale (fiscale) regelingen voor de topmanagers. Deze strijd gaat om werkgelegenheid en ook om schaars toptalent.

Het gaat om banen

Regeringen hebben ondernemers nodig om banen te scheppen en vinden de opbrengst van hun winstbelasting minder belangrijk. Ze werken mee aan legale belastingontwijking om arbeidsplaatsen te behouden. Voor Nederland wordt wel de volgende rekensom gemaakt: Elk bedrijf dat hier blijft of vanuit het buitenland met belastingvoordelen naar Nederland wordt gelokt, schept banen die naast winstbelasting extra belastingopbrengsten opleveren, zoals loonbelasting, maar ook sociale premies. Bij een modale arbeidsplaats gaat het om een jaarlijks bedrag van ongeveer €17.000. Daarvoor laat Nederland graag wat vennootschapsbelasting schieten en doet ons land, al dan niet met tegenzin, dus mee aan de fiscale concurrentiestrijd. Zouden we niet meedoen, zoals door links wordt bepleit, dan moeten deze oppositiepartijen wel zo eerlijk zijn om aan te geven dat bedrijven uit Nederland vertrekken en er vele tienduizenden banen verloren gaan.

Europese winstbelasting

De afgelopen twintig jaar zijn er veel internationale pogingen gedaan om tussen zoveel mogelijk landen afspraken te maken voor een gezamenlijke aanpak tegen belastingontwijking. Ze hebben weinig opgeleverd. De meeste regeringen beloven tijdens deze internationale conferenties mee te zullen doen, maar als ze weer thuis zijn, gaan ze weer creatief aan de slag met het uitdelen van (fiscale) cadeaus om bedrijven en toptalenten voor hun land te behouden en deze uit andere landen te lokken. Zo kent elk EU-land een eigen belastingstelsel met talloze mogelijkheden om bedrijven fiscale voordelen te geven.

De enige effectieve maatregel tegen belastingontwijking in de EU is een Europese winstbelasting met dezelfde belastinggrondslag en een minimum belastingtarief. Bij alle andere maatregelen die bedacht of ingevoerd zijn, gaat het om lapmiddelen en symboolpolitiek. De kans is groot dat het daarbij zal blijven. De meeste EU-landen zijn tegenstander van een Europese winstbelasting. Ook in de Nederlandse politiek is een ruime meerderheid tegen.

Concurrentie neemt toe

Door de toenemende wereldwijde concurrentie komt het Nederlandse (fiscale) vestigingsklimaat steeds meer onder druk te staan. Daarbij gaat de strijd vooral om hoofdkantoren en innovatieve techbedrijven. Dit is de reden dat Rutte III terecht heeft voorgesteld om onze winstbelasting te verlagen. De linkse oppositie meent dat dit onnodig is en bepleit zelfs een tariefsverhoging. Internationale onderzoeken wijzen uit dat een verlaging goed uitpakt voor de groei van de economie en werkgelegenheid. Verhogingen leiden tot het vernietigen van banen en het afremmen van de groei. Naast de verlaging van de winstbelasting heeft Rutte III ook de afschaffing van de dividendbelasting (kosten: 1,4 miljard euro) voorgesteld. De oppositie in de Tweede Kamer en de meeste experts menen dat deze verlaging geen banen oplevert. Ze beschouwen het als een duur cadeautje voor de multinationals Shell en Unilever en buitenlandse schatkisten die ruw geraamd bijna de helft van deze verlaging opstrijken.

De heftige discussie daarover is niet in het belang van ons vestigingsklimaat en ook de multinationals leiden imagoschade. Voor premier Mark Rutte speelt daarbij ook dat de internationale reputatie van Nederland op het spel komt te staan als hij onder druk van de tegenstanders de verlaging intrekt. Mede om die reden zal de coalitie deze maatregel blijven verdedigen.

Oplossing: briefje van de werkgeversvoorman

De enige oplossing waarbij de coalitie en de oppositie kunnen bewegen is een signaal uit het bedrijfsleven dat een opening biedt voor alternatieve fiscale opties die effectiever zijn. Dit signaal zou een kort briefje kunnen zijn van werkgeversvoorman Hans de Boer. Een voorbeeld conceptje is hieronder opgenomen:

Geachte leden van de Tweede Kamer,

Hierbij bevestig ik dat wij als VNO-NCW tijdens het formatieproces met de heer Rutte hebben gesproken over mogelijke fiscale maatregelen om het Nederlandse vestigingsklimaat te versterken. In dat kader hebben afzonderlijk ook een aantal van onze leden contact met hem gezocht over een specifiek knelpunt, de dividendbelasting. De afgelopen week is van verschillende kanten gesuggereerd dat deze leden de heer Rutte zouden hebben gemeld dat ze met hun hoofdkantoren uit Nederland vertrekken als deze belasting niet wordt afgeschaft. Mede namens deze leden hecht ik er aan op te merken dat deze dreiging op geen enkele wijze aan de orde is geweest. Vanwege de toenemende wereldwijde concurrentie tussen landen om de vestigingsplaats te blijven of te worden van hoofdkantoren van multinationals is van onze kant en deze leden voorgesteld om de dividendbelasting af te schaffen. Het is ons opgevallen dat dit voorstel veel negatieve reacties heeft geoogst en er getwijfeld wordt aan de effectiviteit. Evenals onze betrokken leden delen wij als VNO-NCW deze twijfel niet, maar wij zijn gaarne bereid met de Tweede Kamer daarover in gesprek te gaan.

Hans de Boer