1174567
Financieel

Onze toekomst vraagt om sterke eurozone

Deze week publiceerde het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie een goed doortimmerd rapport over de toekomst van de euro. In het rapport, getiteld de toekomst van de euro, opgesteld onder leiding van prof.dr.J.J. Graafland, wordt geconcludeerd dat van alle mogelijke beleidsopties handhaving van de huidige eurozone, met uitzondering van Griekenland, de meest gunstige is.

Volgens de onderzoekers is het dan wel nodig dat de Europese regeringsleiders maatregelen treffen waarbij lidstaten gedwongen kunnen worden zich te houden aan afspraken over gezonde overheidsfinanciën en economische samenwerking. Andere opties die de onderzoekers hebben onderzocht , zoals het opsplitsen van de huidige euro in een neuro ( noordelijke lidstaten) en een zeuro (zuidelijke lidstaten) pakken voor de meeste Europese landen economisch slecht uit.

Spectaculaire verandering

Ook om andere redenen is het van groot economisch belang dat de Europese politici snel orde op zaken stellen in de eurozone. Daarbij gaat het om twee ingrijpende ontwikkelingen die Europa hard zullen raken: internationale economische machtsverschuivingen en de digitalisering van de wereldeconomie. De economische macht verschuift van westerse industrielanden naar opkomende economieën als China, India, Brazilië en Rusland. Deze ontwikkeling raakt vooral Europese landen die in belangrijke mate van hun export moeten leven, zoals Nederland. Onze export is tot op heden in hoofdzaak op Europa gericht en ons brood zullen we nu ook verder van huis moeten verdienen. Op dit moment is de VS met een aandeel van 23% van de wereldeconomie nog de grootste speler ter wereld, maar volgens een recente prognose van de OESO zal al voor 2020 de Chinese economie groter zijn en in 2030 zelfs goed zijn voor 28% van de wereldeconomie. Dit terwijl de VS dan uitkomt op slechts 18%.

Het OESO-rapport voorspelt voor de wereldeconomie in de komende vijftig jaar gemiddeld een groei van drie procent.  Maar de groeiverschillen tussen landen en regio’s zijn groot. De opkomende economieën zullen veel harder groeien, terwijl de gevestigde landen amper groeien of zelfs krimpen. Deze economieën, waaronder de Europese, verliezen steeds meer terrein. Dat komt volgens de OESO vooral door de vergrijzing. Maar ook het gebrek aan ondernemerschap en innovaties spelen een rol.

Door de snelle groei zullen tegen 2025 de gezamenlijke economieën (BBP’s) van China en India even groot zijn als die van de VS, Canada, Duitsland, Engeland en Japan samen. Als deze prognose uitkomt dan zal over ruim een decennium de wereldeconomie er spectaculair anders uit zien.

Machtspositie

Deze ontwikkeling maakt ook duidelijk dat de internationale economische machtspositie van de huidige grootse economieën van Europa, zoals Duitsland, Frankrijk en Engeland, snel zal afnemen. Dit onderstreept het grote belang van een nauwe Europese samenwerking binnen de EU. Alleen dan kunnen Europese landen als gezamenlijk economisch blok met een gezamenlijke munt, de euro, nog een rol van betekenis op de wereldmarkt spelen en daarvan de vruchten plukken. Als afzonderlijk land hebben ze economisch geen invloed meer. Ook om een andere belangrijke reden is deze samenwerking noodzakelijk. Zonder een voldoende economische en financiële samenwerking binnen de EU zullen de afzonderlijke economieën van de Europese landen minder goed kunnen presteren. Landen die onvoldoende samenwerken zullen geconfronteerd worden met een lagere economische groei, minder werkgelegenheid en minder welvaart. Daarbij moeten regeringen ook bedenken dat bedrijven, vooral de internationaal opererende ondernemingen, van groot belang zijn voor de werkgelegenheid en de economische groei. En ook dat de Europese ondernemers massaal achter de eurozone staan.

De tweede ontwikkeling die het belang van een sterke eurozone onderstreept is de onstuitbare opmars van de digitalisering van de internationale economie. Het wereldwijde web maakt het voor veel bedrijven steeds gemakkelijker buiten de huidige landsgrenzen een vestiging te kiezen. Landen die geen deel uitmaken van de dollar- of euro -economie lopen daardoor een extra risico bedrijven kwijt te raken of minder nieuwe ondernemingen te kunnen aantrekken.  

Internationaler

Wereldwijd wordt het bedrijfsleven steeds internationaler; ondernemers zullen steeds meer omzet buiten het eigen land realiseren. Daardoor neemt ook de behoefte van bedrijven toe om hun hoofdkantoren te vestigen in landen die deel uitmaken van een economisch machtsblok met een wereldmunt; naar verwachting zullen de komende decennia de dollar en de euro nog steeds de toonaangevende wereldmunten zijn op het terrein van het financiële verkeer en de wereldhandel. Wel moet rekening worden gehouden met de opmars van de Chinese munt, de yuan.

Landen met een internationaal ‘onbelangrijke’ eigen munt zullen door de internationale machtsverschuivingen, digitalisering en toenemende concurrentie op de wereldmarkt in een nadelige positie terecht komen: ze worden voor internationaal opererende bedrijven minder aantrekkelijk als vestigingsplaats. Dit zagen we bijvoorbeeld bij de invoering van de euro. Toen Engeland besloot niet mee te doen met de euro en vast hield aan het Engelse pond besloten verschillende internationale bedrijven uit onder meer Japan, Canada en Amerika die een hoofdkantoor in Europa overwogen, niet voor Engeland, maar vanwege de euro voor de eurozone te kiezen.

De nabije toekomst maakt duidelijk dat discussies over het opbreken van de eurozone niet zinvol zijn.  Het zou beter zijn alle deskundigheid en creativiteit te richten op een snelle versterking van het Europa van de euro.