Nieuws/Financieel
1175193
Financieel

Schaduwbankwezen minder groot dan gedacht

Onderzoek van De Nederlandsche Bank laat zien dat het Nederlandse schaduwbankwezen weliswaar omvangrijk is, maar veel minder groot dan soms wordt aangenomen. Veel 'overige financiële instellingen' blijken namelijk niet te bankieren, waaronder onder meer het verstrekken van kredieten wordt verstaan.

Toen in 2007 de kredietcrisis uitbrak werd al snel duidelijk dat veel kwetsbaarheden zich hadden opgebouwd buiten het zicht van de financiële autoriteiten. Voor DNB nu reden om het segment goed in beeld te krijgen.

Schaduwbankieren

Schaduwbankieren houdt in dat financiële bemiddeling op een andere wijze verloopt dan binnen een traditionele bank en grotendeels wordt uitgevoerd door niet-banken. Het schaduwbankwezen kent een sterke wisselwerking met banken en institutionele beleggers.  Schaduwbankieren biedt verschillende voordelen. Doordat instellingen zich primair richten op één onderdeel van het intermediatieproces ontstaan bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor specialisatie en schaalvoordelen. Zo kunnen partijen zich uitsluitend bezighouden kredietverstrekking of alleen met het construeren van kredietgerelateerde beleggingsproducten.

  Maar zoals de afgelopen jaren is gebleken, ontstaan hierdoor ook nieuwe risico’s. Het financiële stelsel is minder overzichtelijk geworden door de toegenomen complexiteit en het grote aantal betrokken partijen en jurisdicties. Bovendien staan schaduwbanken veelal niet onder toezicht, of slechts indirect als onderdeel van een financiële groep.

Omvang

De Financial Stability Board (FSB) kiest als vertrekpunt voor de omvang van het schaduwbankwezen een brede maatstaf: alle 'overige financiële instellingen' oftewel alles behalve banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Hiermee wordt bewust het net zo breed mogelijk uitgeworpen en aldus een bovengrens voor het schaduwbankwezen vastgesteld.

Na de VS en het VK heeft Nederland mondiaal de derde grootste sector 'overige financiële instellingen', met een balanstotaal van zo’n €3000 miljard. Daarmee neemt Nederland volgens de brede FSB-maatstaf een prominente positie in.

De belangrijkste conclusie uit het DNB-onderzoek is dat het grootste deel van de Nederlandse 'overige financiële instellingen' geheel niet betrokken is bij financiële intermediatie, laat staan kredietintermediatie. Maximaal één derde kan daarom worden aangemerkt als schaduwbank. Het totale Nederlandse schaduwbankwezen is overigens met een balanstotaal van zo’n €1000 miljard nog steeds substantieel te noemen, maar met een aandeel van 15 procent in de totale financiële sector wel fors kleiner dan het reguliere bankwezen.