1182980
Financieel

Nivellering weer op de politieke agenda

Wie de afgelopen weken de media goed heeft gevolgd zal het ongetwijfeld zijn opgevallen: volop aandacht voor nivellering. Ruw gezegd: nivellering staat voor het verkleinen van inkomensverschillen tussen personen ( of huishoudens) en denivellering voor het vergroten daarvan. Nivellering dat lange tijd in politiek Den Haag geen belangrijk strijdpunt is geweest, staat inmiddels hoog op de politieke agenda. Dat is het gevolg van de regeerakkoordafspraak tussen VVD en PvdA om een inkomensafhankelijke zorgpremie in te voeren.

Bij de onderhandelingen over dit akkoord hamerde de VVD vooral op de noodzaak van een omvangrijk ombuigingspakket om zo snel mogelijk gezonde overheidsfinanciën te realiseren. Daarvoor is ten minste een bedrag nodig van circa 16 miljard euro. Dit bedrag moet in de vorm van onder meer lastenverzwaringen voor een belangrijk deel door de burgers worden opgebracht. De PvdA heeft daarmee ingestemd onder voorwaarde dat de pijn van dit pakket eerlijk zou worden verdeeld. Hogere inkomens zouden meer moeten bijdragen dan lagere inkomens. De onderhandelaars hebben dit (mede) willen realiseren door het introduceren van een inkomensafhankelijke premie in ons zorgstelsel.Daarbij zijn de inkomenseffecten, die voor verschillende inkomensgroepen desastreus kunnen uitpakken niet onderkend.

Niet alleen in Den Haag, maar ook daarbuiten wordt deze slordigheid als een politieke blunder beschouwd die nog voor de start de geloofwaardigheid van het nieuwe kabinet een zware slag heeft toegebracht.Vooral bij de achterban van de VVD zijn de forse negatieve inkomenseffecten van de inkomensafhankelijke zorgpremie als een bom in geslagen, maar ook voor veel PvdA-stemmers zal dit aspect van het regeerakkoord een flinke teleurstelling zijn. Bovendien is het bizar om eerst te denivelleren door de toptarieven te verlagen en dan te nivelleren via de zorgpremies. Afgelopen donderdag heeft de Haagse politieke top van de PvdA dan ook het verstandige besluit genomen om met coalitiepartner VVD aan tafel te gaan zitten om over een alternatief te onderhandelen.

Zorgplan naar de prullenbak De sociaaldemocraten hebben al bij het begin van de onderhandelingen kenbaar gemaakt dat Nederland een stabiel kabinet nodig heeft dat ten minste de rit uitzit. Dat is een belangrijke reden om donderdagavond jl. met de politieke top van de VVD aan tafel te gaan zitten om te praten over een acceptabel oplossing. Die ligt voor de hand. Het kabinet moet ruiterlijk erkennen dat het nivellerende zorgplan bij nader inzien niet goed doordacht is en dat het daarom wordt ingetrokken. Sleutelen aan dit plan lost niets op.

Los van de maatschappelijk niet aanvaardbare inkomenseffecten leidt het zorgplan ook in de zorgsector tot onwenselijk uitkomsten. Zo zullen voor lagere inkomensgroepen de prikkels afnemen om onnodig gebruik van de zorg tegen te gaan. Ook de solidariteit binnen het stelsel komt onder druk te staan. Daarnaast bestaat het risico dat door het plan de efficiency in de zorg wordt afgeremd, terwijl juristen menen dat het in Brussel zal sneuvelen vanwege een vorm van verboden staatssteun.

De VVD en PvdA moeten ook met een oplossing komen waarmee ze een meerderheid kunnen halen in de Eerste Kamer. Voor die zekerheid is het in ieder geval nodig dat ze ook in de Tweede Kamer steun krijgen van oppositiepartijen die het kabinet in de Eerste Kamer aan een meerderheid kunnen helpen. Om elk risico uit te sluiten en verdere politieke schade te voorkomen zal het kabinet, alvorens met een nieuw zorgplan te komen, ook moeten gaan onderhandelen met de oppositie. Trekken ze dit plan in, wat eigenlijk de enige optie is, dan is dat niet nodig.

Bezuinigingspijn verdelen naar draagkracht Hoe dan ook, een aanpassing van het regeerakkoord is, gezien de afspraken tussen VVD en PvdA, alleen maar mogelijk als er een oplossing komt die leidt tot een eerlijke verdeling van de bezuinigingspijn: hogere inkomens leveren meer in dan lagere inkomens. Dat kan het beste via de loon- en inkomstenbelasting. De belangrijkste fiscaal technische mogelijkheden zijn: het aanpassen van tarieven, schijflengten en belastingkortingen. Maar bedacht moet wel worden dat de ruimte voor techniek begrensd wordt door het afgesproken financiële keurslijf van het regeerakkoord. Bovendien moeten gezien het regeerakkoord de lasten van het ingrijpende bezuinigingspakket van Rutte II zo eerlijk mogelijk naar draagkracht worden verdeeld.

Het zal nog een hele klus zijn om op een zodanige wijze aan deze ‘knoppen’ te draaien zodat de sterkste schouders de zwaarste lasten gaan dragen, waarbij tegelijk wordt voldaan aan een politiek acceptabele wijze van financiering.