Nieuws/Financieel
1257440620
Financieel

Elektrische bedrijfswagen nog geen reëel alternatief voor diesel

DEN HAAG (ANP) - Ondernemers zijn nog niet echt te porren voor de aanschaf van een elektrische bedrijfswagen, ook niet als de aanschafbelasting (bpm) voor een dieselauto per 2025 wordt ingevoerd. Dat concluderen ondernemersverenigingen MKB-Nederland en VNO-NCW na een enquête onder zo’n duizend ondernemers. Voor veel van de ondervraagden is een elektrisch model geen reëel en rendabel alternatief, zo klinkt het. Een groot deel van de ondernemers blijft daarom zweren bij een dieselbak.

Het kabinet gaat per 2025 bpm innen op bestelauto’s met een verbrandingsmotor. Daarmee wil Den Haag zo’n 2,2 miljard euro ophalen en de elektrificatie van het wagenpark versnellen. Volgens MKB-Nederland-voorzitter Jacco Vonhof rekent het kabinet zich ten onrechte rijk. Volgens hem wordt de door het kabinet beoogde elektrificatie van het wagenpark met de bpm-maatregel niet versneld. „Ondernemers zijn voor hun werk afhankelijk van hun bestelauto. Het gaat hier louter om een lastenverzwaring en die moet van tafel.”

Door de maatregel wordt een nieuwe diesel-bestelauto gemiddeld 11.000 euro duurder. „Daar komt als complete verrassing per 2025 ook nog eens een extra verhoging van de wegenbelasting voor ondernemers bovenop.” Daarmee wil het kabinet in vijf jaar ruim 500 miljoen euro „ophalen” bij ondernemers, aldus de ondernemerslobby.

Volgens de organisatie zullen door de maatregel meer en meer ondernemers ervoor kiezen om door te rijden in de oude bestelauto. Daarnaast zullen meer diesels uit het buitenland worden geïmporteerd. Circa een op de elf ondernemers geeft aan een elektrisch model te overwegen. Vonhof noemt de maatregel contraproductief. „Het maakt de klimaatwinst die het kabinet incalculeert erg onzeker”, stelt hij.

De organisaties erkennen dat de ontwikkeling van de markt voor elektrische bestelauto’s snel gaat. „Maar vooral voor ondernemers die hun bestelauto vaak zwaar moeten beladen en grotere afstanden moeten afleggen, zijn de nog vaak beperkte actieradius en het ontbreken van een robuust ’snellaadnetwerk’ de beperkende factoren”, zo klinkt het. In plaats van de invoering van een bpm moet aan andere maatregelen worden gedacht, vinden de organisaties.