Nieuws/Financieel
1258216
Financieel

Kritiek Kamer op 'zooitje' bij hulp Grieken

De Tweede Kamer is verontrust na een vernietigend rapport over de gang van zaken bij de internationale hulp aan het noodlijdende Griekenland. Een meerderheid steunde het verzoek van de PVV om een debat te houden met minister Wopke Hoekstra van Financiën.

PVV'er Tony van Dijck noemde de kritiek van de Europese Rekenkamer een ,,onthutsend rapport waarin staat dat het een grote puinhoop was en een zooitje.'' De meerderheid voor een debat kwam tot stand omdat D66 zich per abuis aansloot bij de oppositie, maar het niet nodig vond dat te corrigeren. Daarna sprak ook coalitiepartner CDA zich uit voor het debat.

Volgens de Europese Rekenkamer hebben de programma’s voor Griekenland slechts beperkt bijgedragen aan herstel in het land. ,,Het vermogen van Griekenland om zichzelf volledig te financieren op de markten blijft een uitdaging”, zegt de waakhond over de financiële crisis in het land.

Het rapport richt zich met name op het functioneren van de Europese Commissie in het proces waarbij ook het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Europese Centrale Bank (ECB) en het Europese noodfonds ESM zijn betrokken.

Onvoldoende onderbouwing

Volgens de rekenkamer had de commissie geen ervaring met het beheer van het proces. Ze gaf bijvoorbeeld onvoldoende onderbouwing voor enkele belangrijke maatregelen, zoals de verhogingen van de btw en accijnzen. Ook hebben de rekenmeesters kritiek op de informele samenwerking met de andere instellingen, die daardoor niet transparant is.

Sinds de crisis in 2010 uitbrak heeft de EU het leeuwendeel van de in totaal beloofde 368 miljard euro aan voordelige leningen aan Griekenland beschikbaar gesteld. De steun moest het land overeind houden en voorkomen dat de rest van de eurozone zou worden besmet.

In ruil daarvoor moest Griekenland zwaar bezuinigen, de bankensector saneren en hervormingen op de arbeidsmarkt en bij de belastingen doorvoeren. Het laatste programma loopt nog tot in 2018. Dan moet het land weer op eigen benen kunnen staan en tegen normale tarieven op de financiële markten kunnen lenen.

Zie ook: ’De Grieken betalen niet terug’