Nieuws/Financieel

Doodgaan is minder duur

Een tijd geleden heb ik een column geschreven met als titel Doodgaan is al duur genoeg. Aanleiding was een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over de overdrachtsbelasting in relatie tot de aankoop van een hospice. De Rechtbank was van oordeel dat er 6% overdrachtsbelasting verschuldigd was, ondanks het feit dat de gemeente aan dit pand de bestemming 'woonhuis' had toegekend.

De redenatie van de rechters was dat bewoners van een hospice daar (per definitie) tijdelijk verblijven. Een woning is pas een woning als het juist de intentie is om er zeer langdurig te verblijven.

Hoger Beroep

In die vorige column heb ik aangegeven dat er hoger beroep was ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank. Dat hoger beroep is in maart 2016 afgehandeld doordat het Gerechtshof Amsterdam een arrest heeft gewezen.

De hogere rechters die zich over deze zaak hebben gebogen, zijn van oordeel dat er in deze situatie slechts 2% overdrachtsbelasting geheven mag worden. Daarbij kijken de rechters naar wat er allemaal door de wetgever is gezegd bij de behandeling van de wijzigingswet. Dat wordt ook wel de wetsgeschiedenis genoemd.

In die geschiedenis is duidelijk vermeld dat er slechts 2% overdrachtsbelasting verschuldigd is als het pand naar zijn aard bestemd is voor bewoning. Het doet er dus niet toe of het pand op het moment van overdracht bewoond is of leeg staat. Ook is niet relevant hoe het pand gebruikt gaat worden en al helemaal niet of het permanent bewoond zal gaan worden (door dezelfde personen).

Dus ook bij de aanschaf van een hospice geldt dat er slechts 2% overdrachtsbelasting geheven mag worden, mits het pand naar zijn aard bestemd is voor bewoning.

Lijkenpikkers ?

Hiermee is het verhaal echter nog niet uit. De belastinginspecteur heeft namelijk cassatie ingesteld. De vraag of er 2% of 6% overdrachtsbelasting betaald moet worden, wordt nu voorgelegd aan de Hoge Raad. Dit hoogste Nederlandse rechtscollege zal de zaak nu definitief moeten beslechten.

Dat cassatie is ingesteld is niet omdat de inspecteur scoringsdrift heeft of omdat er nog wat (extra) verdiend moet worden aan overlijden. Het heeft alles te maken met het feit dat het Gerechtshof de wetsgeschiedenis erbij heeft gehaald. Ook in andere zaken waarbij panden zijn of worden overgedragen, speelt namelijk de vraag welk percentage overdrachtsbelasting betaald moet worden.

Een statige kantoorvilla die pas na een verbouwing geschikt is om bewoond te worden, kan op grond van haar aard bestemd zijn voor bewoning. Als de cursieve tekst bepalend is kan bijvoorbeeld een notaris zo’n kantoorpand overdragen aan een advocaat die dan toch maar 2% overdrachtsbelasting hoeft te betalen. En dat ondanks het feit dat het pand daarna nog steeds niet bewoond zal worden.

Voor de belastingdienst is dat een veel groter probleem dan die paar hospices in Nederland die een pand aankopen.

De race is dus nog niet gelopen.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.