Nieuws/Financieel
1273349677
Financieel

Verzekeraars: geen onnodig hoge reserves

Richard Weurding, directeur van het Verbond van Verzekeraars.

Richard Weurding, directeur van het Verbond van Verzekeraars.

Den Haag - Nederlandse verzekeraars vrezen dat de aanpassingen van Europese reserve-eisen zullen zorgen dat zij onnodig hoge buffers moeten aanhouden. Dat stelt directeur Richard Weurding van het Verbond van Verzekeraars.

Richard Weurding, directeur van het Verbond van Verzekeraars.

Richard Weurding, directeur van het Verbond van Verzekeraars.

In de loop van 2020 gaat de Europese toezichthouder Eiopa de Solvency II-regels voor bufferkapitaal aanpassen. De in 2016 ingevoerde buffer-eisen zorgden al dat verzekeraars in de afgelopen jaren hun reserves flink moesten opschroeven. Zeker de Nederlandse verzekeraars met veel gegarandeerde verplichtingen op zeer lange termijn, zoals bij de wat oudere levensverzekeringen, waar de grote verzekeraars er miljoenen van hebben verkocht.

Eiopa deed eind 2019 voorstellen voor aanpassingen van de Solvency II-richtlijnen. Daarin wordt onder meer extra rekening gehouden met onverwachte marktbewegingen, via de Volatility Adjustment (VA) en wordt geopperd om bij langjarige financiering een zogenoemd Last Liquid Point (LLP) los te laten.

Levensverzekeringen

In de afgelopen weken kregen Nederlandse verzekeraars zoals NN, Aegon en ASR met veel lange termijnverplichtingen via levensverzekeringen negatieve waarderingen van brokers en daarmee daalden de aandelenkoersen wat.

Het Verbond van Verzekeraars probeert via een ingestuurde brief bij de consultatie van Eiopa te zorgen dat een aantal maatregelen minder negatief uitpakken voor de Nederlandse verzekeraars. Zo vindt het Verbond dat Nederlandse hypotheken (waar verzekeraars erg veel in beleggen) veel minder risicovol zijn dan dat Eiopa in haar voorstellen doet voorkomen. „Eiopa wil ze via aanpassing van de VA beoordelen zoals bedrijfsobligaties, maar ze zijn veel minder risicovol”, zegt een woordvoerder van het Verbond.

Financiering

Een ander kritiekpunt van het Verbond is dat Eiopa het LLP, het laatste punt tot waar verzekeraars voor hun financiering daadwerkelijk voor die termijn een marktrente moeten aanhouden, zou willen losgooien. In het voorstel van Eiopa worden enkele opties daarvoor genoemd. Nu ligt die op 20 jaar en rekenen verzekeraars daarna met de UFR (een vastgestelde rekenrente voor de zeer lange termijn).

Als ze voor langer dan 20 jaar marktrentes moeten vinden, komen die waarschijnlijk veel lager uit dan de UFR en moeten verzekeraars veel hogere reserves aanhouden. Volgens het Verbond is er veel te weinig kapitaal beschikbaar voor langere termijnen dan 20 jaar en kom je bij derivaten terecht, die een wat ander risicoprofiel hebben dan obligaties.

Het Verbond stelt dat het LLP niet hoeft te worden aangepast en dat de opties die Eiopa noemt leiden tot ’onnodig hoge buffers’. „Verzekeraars zijn onder de huidige regels goed in staat om in te spelen op renteontwikkelingen. Nieuwe verzekeringsproducten houden rekening met lagere renteniveaus. Bestaande levensverzekeringen met langlopende verplichtingen zijn afgedekt met langlopende obligaties.”