1273848
Financieel

Idee van Europese superstaat moet snel in prullenbak

Voor veiligheid en welvaart hebben we de EU nodig

Al vanaf de oprichting van de Europese Unie (EU) hebben tegenstanders en doemdenkers de ondergang voorspeld. Omdat die voorspelling steeds maar niet uitkwam, werd het stil in dit kamp. Maar sinds de opmars van de anti-EU-partijen wordt er weer flink op de trommel geslagen.

Uit opiniepeilingen en verkiezingsuitslagen binnen de EU blijkt dat de zogenoemde populistische partijen steeds meer kiezers trekken. Het gaat vooral om partijen die anti-Europa zijn, zoals de PVV in Nederland, het Front National in Frankrijk, UKIP in het VK en AfD in Duitsland. Ze trekken in hoofdzaak kiezers die boos en ontevreden zijn over het beleid van hun regeringen. Hun klachten zijn divers. Zo vinden ze dat er sprake is van een gebrek aan democratie, dat hun land door vluchtelingen wordt overstroomd, dat de kloof tussen arm en rijk toeneemt, dat er onvoldoende wordt geluisterd naar hun klachten, dat banen worden ingepikt door buitenlanders, de onveiligheid toeneemt en dat de elite de macht heeft.

Daarnaast is er een grote groep oudere kiezers die ontevreden is over de huidige samenleving  en terugverlangt naar het verleden toen in hun herinnering alles veel beter was. Als grote schuldige wordt de EU aangewezen. Volgens de anti-Europa-partijen zijn de bureaucraten in Brussel verantwoordelijk voor alles wat fout gaat in hun land. Daarom hebben ze als hoofddoel dat hun land uit de EU treedt.

Eigen baas

Zonder lidmaatschap van de EU zijn ze weer baas in eigen huis en dat biedt volgens deze partijen meer mogelijkheden om zelf de problemen aan te pakken. Daarbij is populair de mogelijkheid van het sluiten van grenzen, het weren van buitenlandse werknemers en bedrijven, maar ook het beperken van vrijhandelsverdragen met andere landen. Volgens de populistische partijen moet de nadruk liggen op nationale maatregelen.

Met die aanpak beloven ze burgers gouden bergen; meer banen, minder ongelijkheid, meer veiligheid en meer welvaart. In het VK hebben de aanhangers van Brexit daarmee succes geboekt. Uit Brits onderzoek blijkt dat de verkiezingsoverwinning van de Brexiteers vooral te danken is aan ouderen en lager opgeleiden buiten de grote steden die massaal voor het verlaten van de EU hebben gestemd.

Superstaat

Binnen de EU heeft de onverwachte keuze voor Brexit tot onenigheid geleid over de toekomst van de EU en de te varen koers. Wat moet Brussel doen om de opmars van anti-Europa te stoppen en het draagvlak van de burgers bij de bevolking in de lidstaten voor de EU te vergroten?  Afgelopen woensdag deed Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker tijdens de jaarlijkse 'State of the Union'-toespraak een poging daartoe. 

Maar vooraf stond al vast dat hij  vanwege de onenigheid binnen de lidstaten geen ruimte had om  houdbare voorstellen te doen. Die moeten komen van de 27 regeringsleiders die dit weekend ( zonder de Britse premier) tijdens  een vergadering in Bratislava bijeenkomen om de gevolgen van het Britse vertrek voor de EU te bespreken. Daar botsen leiders die Brexit willen aangrijpen voor meer bevoegdheden voor de EU met lidstaten die minder EU willen.

Als we afgaan op opiniepeilingen in de lidstaten dan is er binnen de EU geen enkel draagvlak voor een Europese superstaat. Regeringsleiders moeten dit idee naar de prullenbak verwijzen; die optie leidt uiteindelijk tot de politieke ondergang van de EU.  De peilingen wijzen ook uit dat een meerderheid van de burgers meer ruimte wil voor nationaal beleid en minder bemoeienis van Brussel. Tegelijk  geven ze ook aan dat de EU vooral nodig is op het gebied van veiligheid, samenwerking op het terrein van defensie en de aanpak van de vluchtelingenproblematiek.  Daarnaast moet de EU meer werk maken van een  gezamenlijk werkgelegenheidsbeleid waarmee de werkloosheid, vooral onder laagopgeleiden, kan worden teruggedrongen. Veel kiezers vinden dat de EU te veel het speeltje is van de werkgevers en multinationals en dat deze focus ten koste gaat van werknemers en sociaal beleid. Ook bemoeit Brussel zich te veel met nationaal beleid.

Luisteren

Politieke partijen die willen dat de EU toekomst heeft, moeten ten minste de volgende dingen doen. Luisteren naar de wensen van een ruime meerderheid van de burgers en stoppen met Brussel aan te wijzen als de boosdoener voor alles wat fout gaat in hun land ( daar zijn ze zelf verantwoordelijk voor). Haast maken met regelgeving die leidt tot minder Brussel waar dat nationaal beter uitpakt en de EU inzetten waar dat nodig en effectief is.

Daarnaast moeten ze de anti-Europa- partijen uitdagen om gedetailleerd aan te geven waarom burgers zonder de EU beter af zijn. Bovendien is het nodig  dat de kennis van de burgers over de EU en het belang van het EU-lidmaatschap voor hun inkomen, baan en welvaart wordt vergroot. Zo komen veel oudere kiezers die in het VK voor een Brexit hebben gestemd er nu pas achter dat deze keuze tot een lagere koopkracht kan leiden.

De feitelijke kennis over de EU en de econmische betekenis is in alle lidstaten onvoldoende.  Zo gaf in 2015 82% van de Nederlanders aan dat Zwitserland een lidstaat van de EU was, terwijl dit niet het geval is en ruim 40% zei niet te weten wat de EU doet. Vooral aanhangers van de PVV denken dat het lidmaatschap van de EU hun bakken met geld kost en dat een Nexit goed zal uitpakken voor hun portemonnee. Die veronderstelling is feitelijk onjuist. Afhankelijk van de berekeningswijze liggen de kosten per burger jaarlijks tussen 200 en 250 euro, maar tegenover deze kosten staat  een economisch voordeel van het lidmaatschap van 1500 -2000 euro per jaar. 

Juist vanwege dit voordeel zijn de meeste Nederlanders tegen een Nexit. Dat blijkt uit een recente enquête van de politieke beweging ADDE, waar anti-EU-partijen lid van zijn. Als er nu in navolging van het VK  in ons land een Nexit- referendum zou worden gehouden, dan zou 60 procent voor blijven in de EU stemmen, een kwart stemt voor vertrekken en 15 procent twijfelt nog.