Nieuws/Financieel

SOCIALE ZAKEN Hotspot Hutspot maakt chefkoks van kansarmen

Geen prakjes op het menu

Bob Richters temidden van zijn teamleden

Bob Richters temidden van zijn teamleden

Rotterdam - Ex-verslaafden, daklozen en kansarme jongeren werken in de keuken, leegstaande panden dienen als restaurant en braakliggende terreinen als moestuin. Dat is Hotspot Hutspot, een initiatief van kunst- en horecaondernemer Bob Richters.

Bob Richters temidden van zijn teamleden

Bob Richters temidden van zijn teamleden

In de restaurants in de Rotterdamse wijken Lombardijen, Crooswijk en op Heijplaat kunnen bezoekers voor acht euro een driegangenmaaltijd nuttigen. Het menu wordt gemaakt op basis van kasoverschotten en wordt aangevuld met biologische vis of vlees van de slager en producten uit de moestuin.

Richters dringt erop aan dat Hotspot een ‘echt restaurant’ is en ’geen gaarkeuken dat prakjes serveert”. Hoe deze kwaliteit tot stand komt kinderen, straatschoffies en ex-verslaafden in de keuken? ,,Ze worden aangestuurd door een locatiemanager en ieder levert op zijn manier een bijdrage. Koken is niet moeilijk. Voor verse bouillon zijn vooral gesneden groenten nodig. Ook het maken van vers brood doe je een paar keer voor en dan kunnen ze het prima zelf.”

Het idee ontstond vier jaar geleden toen Richters, horecaman, kunstenaar en oud-docent handvaardigheid op het LBO, de zorgelijke gezondheidstoestand van jongeren in Rotterdamse wijken als kans zag om ook sociale problemen te pakken. ,,Tieners komen nu na schooltijd bedienen en werken mee in de moestuin. Het houdt ze van de straat en leert ze hoe gezonde voeding tot stand komt.”

Iedereen komt bij Hotspot Hutspot over de vloer: daklozen, eenzame ouderen, en hippe bakfietsmoeders met een goedgevulde portemonnee. ,,Als je ’zielige mensen’ bij elkaar in een restaurant zet, dan blijven het zielige mensen.” Dat wilde de ondernemer voorkomen. Het resultaat? Hij noemt een voorbeeld van een dakloze jongen die bij Hotspot Hutspot werkt en zo in contact kwam met een bezoeker die woningen verhuurt. Die jongen heeft nu een woning. ‘Marokkaanse rotjongens’ voor wie een omaatje in de wijk doodsbang is staan haar nu glimlachend te bedienen.”