Nieuws/Financieel

Nieuwe premies WGA en ZW bekend

Vandaag was het in het land van de inkomensadviseurs weer de traditioneel jaarlijkse ‘zenuwendag’. Rond 9.00 uur zat iedereen voor zijn computer in de hoop als eerste de nieuwe door de overheid vastgestelde parameters voor berekening van de premies Werkhervattingskas te vernemen.

Hoewel uit de juninota van het UWV al een vrij nauwkeurige inschatting kon worden gemaakt, is de publicatie van het definitieve en complete besluit toch altijd weer een spannend moment. Maar waar gaat het nu eigenlijk over? Parameters? Werkhervattingskas? De wereld staat in brand en de inkomensadviseurs maken zich druk om parameters voor een Werkhervattingskas?

Een korte uitleg: werkgevers ontvangen ieder jaar van de Belastingdienst een beschikking waarin staat vermeld waarom en hoeveel euro zij moeten betalen om de uitkeringen voor arbeidsongeschikte (langer dan 104 weken ziek en meer dan 35% arbeidsongeschikt) (ex-)werknemers en ziek uit dienst gegane ex-werknemers te bekostigen. Dit is de zogeheten gedifferentieerde premie Werkhervattingskas en geldt voor de WGA als onderdeel van de WIA en voor de Ziektewet. Afhankelijk van het aantal werknemers is de gedifferentieerde premie een percentage van de loonsom dat gebaseerd is op uitsluitend de sector waarin de werkgever is ingedeeld (voor kleine werkgevers met een loonsom tot € 322.000), de aan de werkgever toegerekende uitkeringslast (grote werkgevers met een totale loonsom groter dan €3.220.000) of een gewogen gemiddelde van de sector en de eigen uitkeringslasten (middelgrote werkgevers met een loonsom tussen de €322.000 en €3.220.000). Naast deze gedifferentieerde premie betalen werkgevers ook allemaal aan de overheid een vast percentage voor langdurig arbeidsongeschikte (ex)werknemers (de basispremie) en moeten ze nog de kosten van de zieke medewerkers gedurende de eerste 104 weken voor hun rekening nemen. Al met al zijn de werkgeverskosten voor werkgevers voor de zieke en arbeidsongeschikte medewerkers ronduit fors te noemen en is het ook voor werkgevers jaarlijks een overweging of en waar ze de financiële risico’s voor zover mogelijk willen afdekken. Bij de overheid of bij een private verzekeraar. En hoe zit het dan met de premies voor die Werkhervattingskas?

Spannend jaar

Jaarlijks wordt op 1 september bekendgemaakt op welke wijze de overheid de gedifferentieerde premies voor de Ziektewet en WGA vaststelt en dat is voor de inkomensadviseurs reden om te adviseren helemaal geen premie aan de overheid te betalen en de risico’s voor eigen rekening te nemen, al dan niet met een private verzekeringsafdekking, of om juist wel via de overheid de financiële risico’s af te dekken. Dit jaar is een extra ‘spannend’ jaar, omdat verschillende componenten waarvoor tot dit jaar nog aparte premiepercentages werden vastgesteld, zijn samengevoegd: de premie voor de vaste arbeidsongeschikte medewerker (WGA-vast) en de premie voor de arbeidsongeschikte ex-medewerkers met een tijdelijk dienstverband die ziek uit dienst zijn gegaan en uiteindelijk recht op een WGA-uitkering kregen (WGA-flex).

Is dit nu allemaal zo belangrijk? Ja, voor werkgevers wel. Zij betalen veel geld aan premies en andere diensten rondom verzuim en arbeidsongeschiktheid in de wetenschap dat de overheid telkens meer stimuleert dat werkgevers en werknemers samen er alles aan doen om een zieke of arbeidsongeschikte medewerker zo goed mogelijk terug te laten keren in het arbeidsproces.

Stabiel

En nu zijn dan eindelijk de parameters bekend waarmee de overheid de premies berekent. Na een korte doorrekening lijkt het dat na jaren van stijgingen de publieke markt stabiel is geworden. Op een enkele sector na zijn de verschillen tussen 2016 en 2017 miniem. Voor kleine werkgevers geldt dat de sectorpremies bij de meeste sectoren voor zowel de WGA als de Ziektewet zelfs dalen. Voor de grotere werkgevers waarbij de eigen uitkeringslast een belangrijke rol speelt, zijn de verschillen ook klein. Ondanks het stijgen van het gemiddelde percentage van 0,71% naar 0,74% en het stijgen van het rekenpercentage (van 0,73% naar 0,76%) waarop werkgevers afhankelijk van hun eigen uitkeringsbedragen een opslag of korting krijgen, lijken de premies nauwelijks te stijgen.

Conclusie

De conclusie is wat mij betreft dat de overheid kans heeft gezien stabiele premies te realiseren. De verzekeraars zijn echter nog altijd zoekende. Zo zijn er grote premieverschillen tussen de verschillende verzekeraars en ook tussen de diverse offertes die een verzekeraar uitbrengt. Het is dan ook nog onduidelijk wat de toekomst gaat brengen. Anders gezegd: de inkomensadviseurs hebben voorlopig na deze voor hen zenuwslopende ochtend genoeg werk om werkgevers bij te staan bij de besluitvorming.