Nieuws/Financieel
1280265
Financieel

Column: Olieprijzen kunnen verder stijgen

De Amerikaanse energieonafhankelijkheidsdroom treft beleggers in de portemonnee. Extreem optimistische vooruitzichten voor Amerikaanse schalie-olie drukken de waarderingen van traditionele energiebedrijven. Beleggers denken dat schalie-olie overvloedig en goedkoop is en blijft.

De overvloedige schalie-olie drukt de mondiale olieprijs – en het marktsentiment. Toch kan de overproductie op enig moment omslaan in angst voor een olietekort.

Amerikaanse schalie-olie wordt gezien als groeiparel van de olie-industrie, maar het ontbreekt de sector aan kapitaalkracht en de productieverwachtingen zijn te optimistisch. Er wordt minder geïnvesteerd in nieuwe wingebieden. Bovendien heeft het dreigende geopolitieke onheil in het Midden-Oosten, Venezuela en Nigeria de risicopremies niet weten op te drijven.

Afgelopen mei, toen een vat ruwe olie (Brent) 50 dollar deed, dachten we dat de prijzen langzaam zouden stijgen. De robuuste wereldwijde vraag, nieuwe productiebeperkingen en het feit dat er weinig werd geïnvesteerd waren voldoende redenen om te beleggen in de oliesector. Nu een vat van het zwarte goud zo’n 60 dollar moet kosten, krabben veel beleggers zich achter de oren. De consensus over waar het naartoe gaat met de olieprijs is nog steeds negatief – een standpunt dat volgens ons niet wordt onderbouwd door feiten.

Hoewel de wereldwijde vraag naar olie niet heel snel stijgt, raken de velden uitgeput. Olieproducenten moeten gezamenlijk 7 à 8 miljoen vaten per dag meer oppompen om aan de vraag te voldoen. Meer productie betekent echter niet dat er meer wordt geïnvesteerd. Veel bedrijven voelen nog steeds de pijn van 2014-2015, toen de prijzen in elkaar zakten. De olieprijs is sinds januari 2016 verdubbeld, maar er is nog steeds weinig financiële ruimte om te zoeken naar nieuwe velden. Overleven op de korte termijn wint het van langetermijninvesteringen.

De rally in olieprijzen van de afgelopen weken wordt voornamelijk gedreven door geopolitieke ontwikkelingen. In een poging om de prijzen op te krikken, besloten de Opec-landen in mei om de productie terug te schroeven. Veel Opec-leden zijn echter afhankelijk van olie voor het spekken van hun staatskas. Zij spreken nu hun buffers aan om de economie gaande te houden. Sociale onrust ligt op de loer. Onlusten in Libië Venezuela, Algerije en Koerdistan zouden de vrees voor aanbodproblemen kunnen aanwakkeren en de prijzen tijdelijk omhoog jagen.

De grote olieproducerende landen zijn dus verre van blij met de huidige olieprijs. De Opec had toch altijd de macht om de markt in balans te brengen? Maar het evenwicht is ontregeld door de Amerikaanse schalie-industrie. Deze sector heeft binnen een mum van tijd de markt op zijn kop gezet. Door gebruik van nieuwe technologieën is de winning efficiënter en goedkoper. Daarnaast weten Amerikaanse bedrijven en consumenten hun oliedorst te bedwingen waardoor de prijs is gekelderd en de macht van het Opec-kartel verder wankelt.

De Amerikaanse schalieoliehausse is echter niet houdbaar. We zijn het niet eens met de consensus dat de schalieoliegroei vanwege de lagere productiekosten versnelt. De kosten voor de schalieproducenten lopen juist op. Personeel wordt duurder, en ook het aantrekken van kapitaal. De schalieproducenten financieren hun business voornamelijk met geleend geld. Energiebedrijven gaven inmiddels $ 100 miljard uit aan high-yield obligaties uit om de nodige investeringen te kunnen doen. Er is een reëel gevaar dat deze bubbel barst als de rente stijgt.

Neil Dwane is hoofdstrateeg bij Allianz Global Investors.