1284709
Financieel

'Populistische plannen treffen lagere en middeninkomens'

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Volgens internationale studies en prognoses krijgen westerse industrielanden, waaronder Nederland, te maken met maatschappelijke en economische ontwikkelingen die een negatieve invloed kunnen hebben op de economische groei, werkgelegenheid en welvaart.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Daarbij gaat het onder meer om de toenemende machtspositie van opkomende economieën, zoals China, onzekerheid over de toekomst van de Europese Unie, de effecten van vergrijzing, de vluchtelingenproblematiek, internationale conflicten, terrorisme en een wereldhandel die ten opzichte van het verleden minder hard groeit.

Deze lagere groei is mede het dgevolg van landen die onder druk van de opmars van zogenoemde populistische partijen kiezen voor protectionisme, voor nationaal beleid en minder vrijhandel.

Slechter af

In steeds meer landen is een deel van de kiezers van mening dat vooral de elite en rijken hebben geprofiteerd van het economische herstel na de economische wereldcrisis van 2008 en dat de middenklasse en lager opgeleiden juist slechter af zijn.

Ze wijten dit aan globalisering, vrijhandel en open grenzen. Daarom eisen deze kiezers van hun politici onder meer het beperken van de immigratie, het sluiten van grenzen, maatregelen om het eigen bedrijfsleven te beschermen tegen buitenlandse concurrentie, geen nieuwe vrijhandelsverdragen meer en banen voor de eigen bevolking.

Afname groei

Deze week presenteerde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) cijfers die laten zien dat aan deze roep om protectionisme geen gehoor moet worden gegeven.

Het opwerpen van handelsbarrières en het beschermen van eigen bedrijven en werknemers heeft nu al geleid tot een afname van de groei van de wereldhandel met 1,75 procent-punt.

Deze lagere groei heeft vooral vervelende gevolgen voor handelslanden zoals Nederland. Deze landen lopen het risico op minder economische groei, minder banen en minder welvaart.

Voorstanders

Bekende voorstaanders van protectionisme zijn Trump (VS), Le Pen (Frankrijk), Farage (VK), Petry (Duitsland), Grillo (Italië) en in ons land Wilders. Ze beweren dat hun land beter af is met een beleid waarbij de nadruk wordt gelegd op protectionisme en beloven kiezers gouden bergen; hogere inkomens voor lagere en middeninkomens en meer banen en welvaart.

In de afgelopen vijftig jaar heeft de praktijk wereldwijd laten zien dat deze populisten onzin verkondigen. Landen die voorop lopen met open grenzen en handelsverdragen hebben juist een veel hogere welvaart dan landen die zich terugtrekken achter de eigen grenzen.

Open grenzen

Gevestigde partijen moeten daarom duidelijk maken dat open grenzen, vrijhandel en EU-samenwerking niet de echte boosdoeners zijn van de onvrede bij delen van het electoraat, maar dat ze zelf met hun eigen politieke beleidskeuzes, zoals bezuinigingsoperaties, inkomenspolitiek en arbeidsmarktmaatregelen, daarvoor verantwoordelijk zijn.

Dat is voor deze politici even slikken, maar wel nodig. Tegelijk moeten ze burgers ook duidelijk maken wat de gevolgen zijn van de populistische beleidsvoorstellen. Die zijn namelijk desastreus: minder economische groei, minder creatie van banen, minder innovaties en het verlies aan bestaande en startende ondernemers.

Actieplan

Juist de lagere en middeninkomens worden door deze gevolgen het hardst getroffen, de rijken redden zich wel. Maar met het naar voren brengen van deze harde feiten kunnen de traditionele politieke partijen niet volstaan.

Ze moeten tegelijk ook met een concreet actieplan komen om de kloof tussen arm en rijk, hoog-  en laagopgeleid, vast en flexwerk en het verwaarlozen van de middenklasse, te tackelen.

Kijken we naar Nederland dan zien we dat politieke partijen, maar ook werkgeversorganisaties en vakbonden sterk verschillen over het ‘beste’ beleid op dit vlak.

Kloof groeit

Als het gaat om de kloof tussen arm en rijk laten de cijfers zien dat Nederland wereldwijd behoort tot de kopgroep van landen met de kleinste inkomensverschillen en dat er de afgelopen decennia geen sprake is geweest van een sterke toename van de kloof. Bovendien is de armoede afgenomen.

Uit recent onderzoek komt naar voren dat dit thema niet in de top vijf staat van de zorgen van kiezers. Bij sommige politieke partijen, zoals de SP en GroenLinks, is dat wel het geval.

Belastingverhoging

Ze willen met belastingverhogingen op hoge inkomens en vermogens de ongelijkheid verkleinen, terwijl de praktijk leert dat belastingverzwaringen per saldo slecht uitpakken voor economie en werk. Ze bieden bovendien geen oplossing voor een verkleining van de kloof. “Armen maak je niet rijker door rijken armer te maken” zo schreven wij al eerder.

Minder ongelijkheid in ons land kan het beste worden gerealiseerd via het onderwijs, extra economische groei, het scheppen van banen op alle niveaus en het aanpakken van extreme loonverschillen in het bedrijfsleven.

Meer vaste banen

Internationaal is er sprake van een toenemende trend van flexwerk die door digitalisering en globalisering nog zal versnellen. In ons land is deze trend extra gestimuleerd door dure en inflexibele vaste contracten, veelal vastgelegd in bureaucratische cao’s met een risicovolle, langdurige doorbetaling bij ziekten.

De meeste werknemers, zowel lager- als hoogopgeleid, geven de voorkeur aan inkomenszekerheid via een vast arbeidscontract. Omdat door de maatregelen die Rutte 2 heeft getroffen die zekerheid in veel gevallen is afgenomen, zal  een nieuw kabinet met een oplossing moeten komen.

Flexibeler

De ‘beste’ optie is vaste contracten flexibeler te maken, werkgeverslasten te verlagen en risico’s weg te nemen die vooral voor kleine bedrijven een belemmering vormen om voor vast personeel te kiezen.

Tegelijk moet de nieuwe coalitie met maatregelen komen waarmee adequaat wordt ingespeeld op de digitalisering en automatisering op onze arbeidsmarkt.

Zonder effectieve maatregelen zal door deze ontwikkeling de ongelijkheid tussen lager en hoger opgeleiden verder toenemen, zowel qua inkomen als baankansen. Een wettelijk recht op om- en bijscholing en extra begeleiding en coaching van lager opgeleiden kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren.

De inkomenspositie van middeninkomens moet worden verbeterd door een vereenvoudiging en ingrijpende hervorming van onze loon- en inkomstenbelasting in combinatie met een verlaging van de belastingtarieven.